de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

In de laatste week van februari was het al automobiel wat de klok sloeg. 

Op 27 februari 1997 – een decennium geleden – kondigde Renault-topman Louis Schweitzer in een Brussels hotel de sluiting van Renault-Vilvoorde aan. Tien jaar en één dag later spraken de resterende arbeiders van Volkswagen Vorst zich uit vóór een toekomst voor hun fabriek, gelukkig met een ruime meerderheid! Op datzelfde moment werd bij Opel onderhandeld over de omstandigheden waarin het nieuwe Astra-model in Antwerpen kan geproduceerd worden.

Op de keper beschouwd lijkt dit alles wel op stervensbegeleiding. Anders gezegd: “Is er nog een toekomst voor de automobielindustrie in België?” Maar ik ben geen doemdenker, integendeel. Mits iedereen zijn verantwoordelijkheid opneemt ben ik er zelfs van overtuigd dat we er in slagen om op korte en middellange termijn de automobiel in België te houden.

De context hebben we niet helemaal in handen. Sinds Renault zijn bijvoorbeeld de economische omstandigheden sterk gewijzigd. Alleen al de  groeiende markten in Oost-Europa en China vormen een bijkomende uitdaging voor de westerse automobielindustrie.

Hoewel het moeilijk is om de beweegredenen van een sluiting of een herstructurering helemaal in te schatten, toch heeft iedereen geleerd uit de sluiting van Vilvoorde.

De politieke overheid weet nu dat zij niet alleen een rol heeft ná de feiten, maar ook dat ze preventief moet optreden. Sinds de herstructurering bij Ford hebben zowel de Vlaamse als de federale overheid in overleg met de sociale partners gewerkt aan de verankering van de automobielindustrie in België.

Ook als vakbond hebben we lessen getrokken uit Renault. We hebben geleerd dat Europese solidariteit zijn grenzen heeft, maar dat we moeten blijven geloven in een Europese aanpak gestoeld op solidariteit. We hebben geleerd dat flexibiliteit in de automobiel een onderwerp is waar je niet automatisch “neen” kan tegen zeggen. Een flexibele arbeidstijd blijkt een troef in de internationale concurrentie. In mei 2006 hebben wij – tegen wil en dank – onze verantwoordelijkheid genomen door een kader te scheppen voor het plus-minusconto: meer werken bij een grote vraag, minder werken als de vraag afneemt. Vandaag vormt flexibiliteit opnieuw een essentieel element van de toekomst van Volkswagen Vorst. Wie nu nog niet inziet dat het plus-minusconto een factor is in de overleving van de Belgische automobielindustrie, speelt met vuur. Wij hebben ook geleerd dat staken in de automobiel een drukkingsmiddel is waar zorgvuldig mee moet worden omgesprongen.

Ten slotte is er ook de verpletterende verantwoordelijkheid van de lokale directie. Toegegeven, zij heeft niet zo veel vrijheid om de toekomst van hun vestiging te bepalen. Maar toch is haar leiderschap en inzet bepalend wanneer in de moederhuizen de scenario's worden uitgetekend. Zij moet – noch min, noch meer – opkomen voor hun vestiging.

De handschoen is nu geworpen, laat ons deze uitdaging aangaan.

Herwig Jorissen
Voorzitter