de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

Hiernaast vindt U een link naar meer uitleg over de pensioenbrieven voor het aanvullend pensioen in PC 111 (metaalnijverheid). Ook de arbeiders uit onze andere sectoren zullen de komende maanden gelijkaardige brieven ontvangen. In de media werd de laatste weken opnieuw veel aandacht besteed aan de pensioenen. Onderzoek wees immers uit dat de wettelijke pensioenuitkeringen al twintig jaar lang zachtjes verglijden tot een minimumpensioen. De Belgische pensioenbedragen waren vroeger misschien relatief hoog, vandaag behoren ze tot de laagste in Europa. België heeft dan ook een van de hoogste aantallen armen onder zijn gepensioneerden.

Dat is een van de belangrijke redenen waarom ABVV én onze gepensioneerdencommissie telkens opnieuw pleiten voor de welvaartsvastheid van deze uitkeringen. Bruno Tobback, de huidige bevoegde minister, stelde op zijn beurt dat de laagste pensioenen inderdaad te laag zijn. Daarenboven is ook de verhouding van het pensioenbedrag tot het vroeger verdiende loon te laag voor de gemiddelde en hogere inkomens, waardoor – zo vreesde hij – de legitimiteit van het stelsel wordt ondergraven.

We moeten daarom nog geen doemdenkers te worden. Het al dan niet betaalbaar zijn is geen financiële kwestie, maar wel een discussie over welke samenleving we willen. Pensioenen zijn en blijven betaalbaar, alleen zullen ze veel kosten. Per vijf euro die we met zijn allen verdienen gaat er vandaag één euro naar sociale uitgaven. Door de vergrijzing zal dat tegen 2050 bijna één op drie zijn. De vraag is of we dat willen opbrengen en er een beleid voor voeren. De vorige regeringen hebben onder impuls van Johan Vandelanotte werk van gemaakt met het Zilverfonds. Na meer dan honderdveertig dagen onderhandelen lijkt de orange-blauwe regering andere prioriteiten te hebben.

Hoe dan ook wordt een aanvullend pensioen meer en meer nodig voor iedereen. Daarom voorzag het akkoord 1999-2000 van de metaalnijverheid al in een collectief aanvullend pensioen voor elke arbeider. Niet omdat we het wettelijk pensioen opgegeven hadden; we zijn en blijven fervente voorstanders en verdedigers van die “eerste pijler”. Wel omdat we toen al vonden dat de voordelen van de tweede pijler niet alleen voor bedienden en enkele arbeiders in sterke bedrijven mochten voorbehouden zijn. Wat toen waar was, is dat vandaag nóg. Want zonder overheidsbeleid en zonder visie van vakbonden en werkgevers zijn de aanvullende pensioenen er alleen voor wie het al relatief goed heeft.

De metaalnijverheid was één van de eerste arbeiderssectoren dat zo'n collectief en paritair beheerd systeem uitdokterde. In de sectoren waarvoor wij bevoegd zijn hebben alle arbeiders inmiddels een aanvullend pensioen. Vanzelfsprekend is hiermee niet alles opgelost. Op tien jaar tijd zijn er dan wel tien keer meer werknemers met een aanvullend pensioen (van 200.000 naar twee miljoen), de kloof tussen hoge en lage wettelijke pensioenen is echter niet verkleind, wel integendeel. Wie een goed pensioen heeft, heeft er meestal ook nog een goed aanvullend pensioen bovenop. Er is dus nog heel wat werk aan de winkel. Want arbeiders die het beste van zichzelf gegeven hebben en voor onze welvaart gezorgd hebben, hebben recht op een degelijk inkomen voor een onbekommerde oude dag. Alleen moeten we dat niet verwachten van de regering die nu in de maak is.

Herwig Jorissen
Voorzitter