de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

De discussie in de media wordt beheerst door twee thema's: de koopkracht en 15 juli met zijn pakket voor een tweede ronde in de staatshervorming. De koopkracht leeft bij de mensen, de staatshervorming bij de politiek. Rond de koopkracht voeren we acties, kondigen het Rood Alarm af, nemen duidelijke standpunten in (‘Het ABVV zal niet laten raken aan de index”). En terecht. Over dat andere onderwerp zwijgen we als vermoord.

Staatshervorming en regionalisering zijn heikele woorden voor de vakbond in het algemeen en het ABVV in het bijzonder. Misschien is dat wel begrijpelijk. Het betekent in ieder geval dat we de hervorming van de federale staat noodgedwongen hebben ondergaan. We hebben in de mate dat het nodig was onze structuren aangepast (met de oprichting van de Vlaamse, Waalse en Brusselse Intergewestelijke). Maar we hebben vooral ook achter de feiten aangehold. In het begin was dat misschien niet zo erg. Het ging immers om bevoegdheden die niet onmiddellijk tot onze kernactiviteiten behoorden. De oprichting van de cultuurcommissies was in1970 allicht niet iets wat ons zorgen baarde. Maar dat schoof met elke volgende ronde een beetje meer op: onderwijs, milieu, beroepsopleiding, arbeidsbemiddeling,... Met wat nu op tafel ligt dreigt men echt naar het hart van de vakbond te gaan, met onder andere de discussie over de regionalisering van de arbeid. Wie nu nog achter de feiten aanloopt, moet vroeg of laat niet verwonderd zijn als blijkt dat hij hopeloos te laat is.

Het Statutair Congres van 2002 van het ABVV betoonde zijn gehechtheid aan het behoud van de federale solidariteit en beklemtoonde dat drie terreinen ten alle prijze federaal moeten blijven:

  • de wet van 1968 m.b.t. de paritaire comité's en de collectieve arbeidsovereenkomsten
  • het arbeidsrecht
  • de sociale zekerheid

Het is de terechte bezorgdheid om de interpersonele solidariteit die op dit moment slechts door een minderheid in vraag gesteld wordt.

Met respect voor deze congresbeslissing kan er echter wel degelijk nagedacht en gediscussieerd worden over wat de kerntaken moeten zijn van elke overheid (zowel Federaal als deze van de gemeenschappen en gewesten). Hoe we er voor kunnen zorgen dat elke overheid een sociaal beleid kan voeren dat maximaal ten goede komt aan de inwoners van dit land, zowel deze van het Noorden, het Zuiden als van het Centrum. En hoe we er kunnen voor zorgen dat elke overheid financieel sterk genoeg is om zo'n beleid ook uit te voeren: nu maar met de vergrijzing in het achterhoofd vooral ook in de toekomst. Als we met de vrees van het domino-effect voor ogen elke regionalisering blijven zien als een (mogelijke) aantasting van de federale solidariteit, dan zullen we verkrampt blijven reageren. Iedereen met een notie van politieke geschiedenis kan het tij zien van 1970 tot nu. Op een bepaald moment moet je durven besluiten dat als je het tij niet kan keren, het misschien beter is om het te proberen bij te sturen. Maar dan moet je ook durven meedenken en meepraten.

Het is dringend tijd dat ook binnen het ABVV deze discussie gevoerd wordt, dat er vorming over gegeven wordt, dat het gebeurt met onze miltanten en in de besturen en instanties: open en zonder angst.  Want de discussie over de organisatie van de samenleving is een bij utstek linkse discussie.

Herwig Jorissen
Voorzitter