de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

In de vorige editie van De Werker schreven we een artikel met als titel ‘Rood alarm voor de automobiel'. De Werker was echter nog maar net in de bus gevallen en we werden al verplicht om de noodklok te luiden. Na de Rondetafel van Vlaams minister van Economie Patricia Ceysens zei het ABVV-Metaal klaar en duidelijk in de media hoe de zaken ervoor stonden in een van onze autofabrieken: “Opel gaat dicht, tenzij wij er op zeer korte termijn in slagen om het tij voor 360 graden te keren”. We deden dat niet voor ons plezier of om even in mediabelangstelling te komen. Integendeel, we hebben dat eerst en vooral gedaan, omdat onze arbeiders en hun gezinnen (zowel bij Opel, als bij de vele toeleveranciers) eerlijkheid verdienen. En eerlijkheidshalve moesten we, op basis van de informatie waarover we op dat moment beschikten, zeggen dat het niet vijf voor twaalf, maar één voor twaalf was voor Opel Antwerpen.

Op 17 februari moet de groep General Motors zijn toekomstplannen aan de regering-Obama mededelen in ruil voor zware subsidies. Dat geld is noodzakelijk om GM te redden van de ondergang. Volgens de planning zou GM Europa zijn deel van het werk afronden tegen 4 februari. Voor Antwerpen lagen (liggen?) de kaarten niet goed, zelfs ronduit slecht. Daarom was en is het van levensgroot belang om in actie te komen. Aan syndicale zijde doen en deden de Centrale, de PMB Antwerpen en Rudi Kennes als hoofdafgevaardigde, maar vooral ook als ondervoorzitter van de Europese Ondernemingsraad, alles wat in hun macht ligt om het tij te keren en om Opel Antwerpen voor een sluiting te behoeden. Dat kan en kon jammer genoeg niet worden gezegd van de plaatselijke directie. Onze oproep was vooral gericht naar de politieke overheden. Op een moment dat elke regering in Europa vecht (en met geld over de brug komt) om haar automobielindustrie in stand te houden, kunnen onze regeringen niet achterblijven. Het is waar dat het protectionisme, dat momenteel aan een sterke opmars bezig is, niet de oplossing is. Het is waar dat we in een dergelijk gevecht en als klein landje nooit zijn opgewassen tegen de VS, China, Duitsland, Frankrijk of andere grootmachten. Het is waar dat er een Europees antwoord had moeten geweest zijn op de problematiek en het is waar dat het gebrek aan een Europese aanpak schandalig is, alleen: daarop kunnen we niet langer wachten. Vandaar hebben we een maximale druk uitgeoefend op onze overheden. Met succes. De Vlaamse en federale overheid hebben laten weten dat ze een staatswaarborg veil hebben voor Opel. Eerste minister Van Rompuy zal meer dan een beleefdheidsbezoek brengen aan bondskanselier Angela Merkel. En onze Sp.a-ministers stellen alles in het werk binnen de Vlaamse regering, maar ook via contacten met buitenlandse (sociaal-democratische) collega's.

Het verhaal van Opel is natuurlijk niet uniek. Het is het verhaal van onze hele industrie. Een industriebeleid is absoluut noodzakelijk om de dramatische terugval in de industriële productie te stoppen; acties zijn van primordiaal belang om de economische vraag te ondersteunen, om het vertrouwen te herstellen, om de financiering van bedrijven veilig te stellen en investeringen aan te moedigen. En natuurlijk moet de koopkracht van de werknemers gevrijwaard worden om een deflatoire spiraal te vermijden.

Als het water tot de lippen komt, is het alle hens aan dek en dan moet iedereen, overheid en sociale partners, zijn verantwoordelijkheden nemen. Agoria voorspelde dat er dit jaar 10.000 jobs zouden verdwijnen in de metaalsector. Dat klopt voorlopig, maar dan mag het niet te snel gaan. Sedert half januari staat de teller immers al op 1.500.

Herwig Jorissen
Voorzitter