de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

Op 7 juni stemmen we voor het Vlaams en Europees Parlement. In een democratie zijn alle verkiezingen – van hoog tot laag – belangrijk. En toch zijn we geneigd om deze verkiezingen nog net iets belangrijker te vinden. Ook al zullen de mensen zich bij het afwegen van hun stem allicht niet laten leiden door het Vlaams dan wel Europees beleid.

Deze verkiezingen vallen midden een van de ergste economische crisissen ooit. Het is een crisis waarvoor we nu al elke dag de prijs betalen onder de vorm van tijdelijke werkloosheid, herstructureringen, ontslagen, inleveringen, ... En met het oplopende begrotingstekort lopen we het risico om in de nabije toekomst de rekening nog een tweede keer te zullen moeten betalen onder de vorm van rigoureuze besparingen, ... Natuurlijk zijn de marges voor een Vlaamse regering, of een  Belgische, in een wereldwijde crisis klein, maar net daarom is het belangrijk dat het beleid wordt bepaald door partijen die een sociale politiek voorstaan, die een beleid willen voeren voor een rechtvaardige politiek, een politiek die de financiële sector wil reguleren, die vecht voor het statuut van de arbeiders, voor de pensioenen en de sociale zekerheid, voor een kwaliteitsvol, democratisch en zo goedkoop mogelijk onderwijs en die vooral vecht voor elke job. Want werk is vandaag het belangrijkste, het tweede belangrijkste en het derde belangrijkste.

Deze verkiezingen vinden twee jaar na de federale verkiezingen plaats. Twee jaar met een, twee, drie, vier federale regeringen die vooral niets of te weinig of te laat hebben gedaan, die op geen enkel terrein – niet het communautaire, niet het economische, niet het sociale -  één minuut politieke moed getoond hebben. Of het moet geweest zijn in het voordeel van de banken. De partijen op federaal vlak hebben dan ook een verpletterende verantwoordelijkheid voor de opkomst van het rechts populisme à la LDD. Op 7 juni zal het – erg genoeg misschien – niet gaan over het goede werk van Kathleen Vanbrempt inzake mobiliteit of van Frank Vandenbroucke inzake onderwijs, maar wel over welk Vlaanderen we morgen zullen wonen: rechts of links, conservatief of progressief. Het zal erom gaan of 7 juni een  variant wordt van de Zwarte Zondag, dan wel of we op 8 juni een Rode Maandag zullen zien.

Bij de federale verkiezingen stonden er in elke provincie kandidaten van ABVV-Metaal op de Sp.a-lijsten. Dat is nu niet het geval. In elke provincie staan er echter syndicalisten en/of kandidaten op de lijsten die ons na aan het hart liggen. In Limburg staat onze volksvertegenwoordiger en militant ABVV-Metaal in Ford, Meryame Kitir, wel op de lijst. Haar slogan is: De fabriek in de politiek. En dat vat samen waar het om gaat. We hebben vertegenwoordigers nodig, we hebben een partij nodig die de stem van de fabrieken, de industrie, de arbeiders, de werknemers laat horen in het parlement en in de regering. Voor ons is die stem de Sp.a. Dat is nog maar eens gebleken in het dossier van Opel. Natuurlijk hebben we de steun gehad – en hopelijk blijft dat ook zo na de verkiezingen – van alle democratische partijen in de Vlaamse regering. Het zijn evenwel onze Sp.a-ministers die opstaan en gaan slapen met het dossier-Opel.  Dankzij de Sp.a hebben we deuren kunnen forceren in Brussel en bij de regeringen. Op zo'n moment is het zeer duidelijk wat het betekent om al dan niet een politiek relais te hebben. Ook dat is een keuze die wordt gemaakt op 7 juni. Want voor een progressief en sociaal Vlaanderen in Europa is Sp.a nodig. Nu zeker.

Herwig Jorissen
Voorzitter