de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

De Vlaamse regering heeft een Staten-Generaal voor de Industrie georganiseerd. Daarvan is de conclusie dat er tegen juli 2010 concrete projecten op tafel moeten liggen om de industrie in Vlaanderen te transformeren. We hebben, met andere woorden, amper vier maanden om onze industrie te hervormen.

De problemen zijn gekend en niet nieuw. Minder dan één op zeven Belgen werkt vandaag rechtstreeks in de industrie tegenover één op vier in 1981. Anderzijds is de industriële werkgelegenheid sedert 1999 (slechts?) gedaald van 16,3% naar 13,3% (van één op zes naar één op zeven). Op Belgisch niveau is het aandeel van de industrie in de totale productie (- 0,9%) bovendien nagenoeg constant gebleven. In 2008 bedroeg het aandeel van de industrie in de Belgische productie 30,2%. Daarenboven zorgt de industrie nog altijd voor 75 procent van de Belgische uitvoer. Dat percentage is de jongste jaren slechts zeer licht gedaald. Wat de werkgelegenheid betreft, moeten we wel een kanttekening maken. De industrie zorgt immers niet alleen voor rechtstreekse, maar ook voor veel indirecte jobs in andere sectoren. De Nationale Bank berekende dat ruim 250.000 banen in de dienstensector afhankelijk zijn van industriële ondernemingen.

Daarenboven speelt de industrie een cruciale rol in onderzoek en ontwikkeling. De industrie spendeert miljarden aan de ontwikkeling van nieuwe producten. Zonder de inspanningen van de industrie is het onmogelijk om de economie in België / Vlaanderen om te vormen tot een kenniseconomie.

Dit alles heeft er allicht voor gezorgd dat er tegenwoordig overal in Vlaanderen, maar eigenlijk in gans Europa, op een andere manier wordt gediscussieerd over het te voeren industriebeleid.

Pleiten voor een nieuw industrieel beleid is ineens niet meer zo'n vies woord. Het grote toverwoord lijkt technologische innovatie te zijn geworden (niet alleen bij ons trouwens). Bedrijven moeten niches kiezen waarin ze hun specifieke toegevoegde waarde kunnen creëren, producten ‘die niet zomaar in China of India kunnen worden gemaakt'. Dat moet allemaal leiden tot een unieke positie in Europa en de wereld.

In oktober 2008 vroeg ABVV-Metaal naar een noodplan voor de industrie en voor de werknemers in de industrie. Het is goed dat de Vlaamse regering samen met de sociale partners eindelijk werk maakt van zo'n toekomstgericht industriepact. We willen echter dat er ook – nu meer dan ooit – werk wordt gemaakt van en voor de werknemers in de industrie. Anders gezegd: ja, er moet geïnvesteerd en geïnnoveerd worden en ja, er moeten projecten komen die ons industrieel weefsel kunnen transformeren. Maar er moet ook worden gezorgd voor werkbaar werk voor de werknemers in de industrie. Want ook al werd in het derde kwartaal in 2009 in België opnieuw een (lichte) economische groei gerealiseerd, de meerderheid van de bedrijven blijft toch even pessimistisch wat de tewerkstelling betreft. Volgens de Nationale Bank van België zou de werkgelegenheid in 2010 nog sterker kunnen dalen dan in 2009. De verwachting is dan ook dat we – net als in de vorige economische crises – minstens twee jaar lang het hoofd zullen moeten bieden aan een toenemende werkloosheidsgraad. De economische crisis loopt misschien op haar laatste benen, maar de arbeidsmarktcrisis woedt nog in alle hevigheid.

De werknemers in de industrie hebben niet alleen recht op een duurzame toekomst, maar ook op respectvolle jobs. Nu.

Herwig Jorissen
Voorzitter