de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

Er was eens... Zo zou dit sprookje kunnen beginnen. Er was een tijd dat er nergens ter wereld meer auto's per vierkante meter werden gebouwd dan in België. We waren de autohoofdstad van de wereld. In 1989 werkten er in de automobiel nog 36.000 arbeiders en bedienden verspreid over vijf autofabrieken (Renault, Opel, Ford, Volkswagen en Volvo). Na de sluiting van Renault in Vilvoorde tien jaar later bleven er nog 26.000 over. Het afgelopen jaar is het aantal werknemers verder ineengeschrompeld tot een goede 13.000 met nog altijd vier fabrieken. Samen produceerden ze in 2009 samen bijna 520.000 wagens. In 2008 waren er dat nog 688.000. Amper een decennium geleden waren dat wel nog meer dan een miljoen auto's per jaar.

Bij Volvo Gent heerste er de afgelopen week alom tevredenheid. Met de verkoop van Volvo Cars aan Geely, de grootste onafhankelijke autoproducent in China, kwam er een einde aan de onduidelijkheid. Li Shufu, de voorzitter en oprichter van Geely, heeft de Volvo-directie verzekerd dat er de komende jaren zal worden geïnvesteerd in nieuwe modellen, dat aan de eigenheid van het bedrijf niet zal worden geraakt en dat de twee Europese fabrieken behouden blijven. Geely wil de wereldwijde verkoop van Volvo de komende jaren verdubbelen tot meer dan 600.000 wagens per jaar. De productie zal dit jaar allicht weer richting 220.000 exemplaren gaan. Naast de koopprijs van 1,3 miljard euro kondigde Geely aan dat ze ook van plan zijn om nog eens 900 miljoen te investeren in Volvo. De toekomst voor Volvo Gent ziet er dus goed uit. Sceptici vragen zich af wat er zal gebeuren als Volvo verlieslatend blijft, maar dat probleem stelt zich natuurlijk niet alleen bij een bedrijf in Chinese handen. In een doorsnee kapitalistisch bedrijf volstaat het zelfs niet om winstgevend en productief zijn. Vraag maar na aan Opel Antwerpen.

Met de overname van Volvo door Geely is de groeiende economische macht van China ineens voelbaar tot in onze eigen achtertuin. Het zal ook een testcase worden van hoe Chinese bedrijfsleiders met Europese dochters omgaan. Het heeft echter geen zin om bang langs de kant te gaan staan. Natuurlijk proberen partijen als het VB in te spelen op die angst. Nadat ze de Vlamingen bang hebben gemaakt van zichzelf, de Walen en de moslims, proberen ze nu de angst voor China en de globalisering met hun campagne te voeden. Het zal niet helpen. Want wat we nu meemaken in de automobiel, zal straks ook voor andere economische sectoren gelden. De toekomst oogt Chinees. In de huidige open economie is het nutteloos om anderen buiten proberen te houden door de deuren te sluiten, want we zullen snel merken dat ze desnoods via de ramen binnenkomen.

Op ons Congres in 2001 stelden we terecht: ‘Niet de globalisering of de internationalisering is het probleem. Het probleem is het protectionisme van de rijke landen en de multinationale ondernemingen en de dictatuur van de financiële markten.' Jammer genoeg is dat maar al te waar gebleken. Ooit waren wij immers zeer tevreden met de komst van Amerikaanse en andere autobedrijven naar België en dat is vandaag in China allicht niet anders. Zo zullen wij in de toekomst misschien blij zijn dat Chinese of Indiase autoproducenten naar hier komen. Want, om nog maar eens onze Congresresolutie van 2001 te citeren: ‘Globalisering is niet enkel een gevaar, ze zorgt ook voor mogelijkheden. Als vakbonden moeten we er zorg voor dragen dat het globaliseringproces voor sociale gelijkheid zorgt.'

Dus moeten wij focussen op onze sterke punten en geloven in onze eigen kracht en in onze industrie. Bang zijn helpt ons niet verder. Want wie angst heeft, krijgt ook slaag.

Herwig Jorissen
Voorzitter