de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

Op 13 juni stemmen we voor het federale parlement.  Zeggen dat dit zeer belangrijke verkiezingen worden, is een understatement van jewelste.

We hebben een van de ergste economische crisissen ooit meegemaakt en het laatste is nog niet gezegd. Integendeel. De arbeiders in dit land hebben de eerste rekening van de crisis betaald: te beginnen met massale tijdelijke werkloosheid, gevolgd door herstructureringen, afdankingen en verlies van jobs. En die factuur tikt nog steeds aan. In het weekend van 1 mei zei de nummer één van de VDAB, Fons Leroy, dat hij vreesde voor 60.000 extra werklozen in 2010.

Terwijl die eerste factuur nog niet betaald is, kunnen we een tweede en misschien nog veel zwaardere rekening verwachten. Het oplopend begrotingstekort maakt dat de komende jaren elke regering – van welke kleur ook  - zal moeten besparen. De vraag waar er bespaard wordt en wie de zwaarste last moet dragen, wordt zowat de belangrijkste inzet van de komende verkiezingen.

Alsof de economisch-financiële crisis nog niet erg genoeg is, komt daar ook nog eens een politiekinstitutionele crisis bovenop. De afgelopen drie jaar is op federaal vlak zo goed als elk politiek initiatief vastgelopen op de onmogelijkheid om nog samen te regeren. Het gevolg is dat geen enkel dossier werd aangepakt: of het nu ging over justitie en het asielbeleid, of over de vergrijzing en het pensioendossier.

Na 13 juni moeten we een regering krijgen die een sociale politiek zal voeren. Dat is een politiek die de financiële sector durft te reguleren, die borg staat voor de pensioenen en de sociale zekerheid, voor een kwaliteitsvol, democratisch en zo goedkoop mogelijk onderwijs. Dat is ook een politiek die eindelijk werk maakt van één statuut voor arbeiders en bedienden en die vooral vecht voor elke job. Want werk is het belangrijkste, het tweede belangrijkste en het derde belangrijkste. Werk, werk en nog eens werk.

We hebben een regering nodig die na 13 juni de communautaire impasse doorbreekt.  De communautaire discussie gaat veel verder dan B-H-V. Het gaat over de toekomst van België en bijgevolg over de financiering van de staat zelf. Maak zelf de optelsom: dat is een discussie over de sociale zekerheid, over de (sociale) taak van de overheid, ... Daarom is de communautaire discussie een bij uitstek linkse discussie. Wie de organisatie van de staat overlaat aan rechts, moet niet verbaasd zijn als hij vervolgens in een asociaal land ontwaakt. Het land heeft een sociale staatshervorming nodig die het voor elke overheid mogelijk maakt om een sociaal beleid te voeren dat de inwoners van dit land, Noord, Zuid en Centrum, maximaal ten goede komt. Dat is een staatshervorming die ervoor zorgt dat ook elke overheid financieel sterk genoeg is om zo'n beleid uit te voeren.

Voor ons is het duidelijk dat enkel de socialistische partij op al deze terreinen voldoende garanties biedt. Er is geen tijd meer om spelletjes te spelen. Nu moet iedereen zijn verantwoordelijkheid nemen. We zijn blij dat opnieuw twee ABVV-Metaal-militanten op een prominente (verkiesbare) plaats op de Sp.a-Kamerlijst staan: Meryame Kitir (als eerste opvolger in Limburg) en Rudi Kennes (als vierde effectieve in Antwerpen). En op de (18de plaats) Senaatlijst staat bovendien Sara De Potter (sociaal-syndicaal medewerker ABVV-Metaal Oost-Vlaanderen).

Samen Sp.a op 13 juni

Herwig Jorissen
Voorzitter