de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

Eigenlijk kunnen we grotendeels het edito dat we publiceerden na de Vlaamse verkiezingen in 2009 citeren. Wat we toen constateerden, blijft geldig:
- Tijden van economische crisis zijn blijkbaar geen goede tijden voor de progressieve zijde, niet vroeger, niet nu, niet in Vlaanderen, niet in Europa (met als uitzondering misschien Wallonië);
- Vlaanderen heeft voor centrumrechts gestemd, maar extreemrechts (Vlaams Belang) heeft klappen gekregen en poujadistisch (Lijst Dedecker) wordt bijna van de kaart geveegd;
- Vlaanderen heeft Vlaams gestemd: van separatistisch Vlaams tot min of meer gematigd Vlaams, maar duidelijk Vlaams.

De tweede constatering blijft ook gelden: het worden moeilijke tijden. Voor eender welke regering, maar ook voor ons vakbonden. Want naast het institutionele verhaal komen we hoe dan ook in een tijd terecht dat het geld op is, dat er nog weinig cadeaus uit te delen vallen en besparingen weer de boventoon zullen voeren.

Progressief Vlaanderen kan er troost uit proberen te putten dat het in het oog van tsunami Bart De Wever min of meer standhield. Een schrale troost uiteraard, want dit is wel standhouden op een absolute bodemkoers. Sp.a en Groen halen samen minder dan sp.a-Stevaert op zijn eentje haalde in 2003.

Het gevaar is groot dat we ons met ons allen gaan verschansen achter de bredere rug van het Waals socialisme en een idem dito koers gaan varen. Een groter fout kunnen we als Vlaamse progressievelingen en Vlaamse syndicalisten niet maken. We lopen in dat geval immers het reële gevaar om echt te worden gemarginaliseerd. ABVV-Metaal heeft al lang geleden gezegd dat regionalisering geen taboe mag zijn, ook niet voor een vakbond. Want, zo schreven we vlak voor deze verkiezingen ‘wie de organisatie van de staat overlaat aan rechts, moet niet verbaasd zijn als hij vervolgens in een asociaal land ontwaakt. Het land heeft een sociale staatshervorming nodig die het voor elke overheid mogelijk maakt om een sociaal beleid te voeren dat de inwoners van dit land, Noord, Zuid en Centrum, maximaal ten goede komt.’ Slagen we er niet in het tij te doen keren, laten we dan proberen het tij te helpen sturen.

Wat we nodig hebben, is een progressief beleid dat borg staat voor de pensioenen en de sociale zekerheid, de financiële sector reguleert, zorgt voor een kwaliteitsvol en democratisch onderwijs, werk maakt van één statuut voor arbeiders en bedienden en vecht voor elke job. Wie echter naar zo’n progressief beleid streeft in Vlaanderen, zal dat niet realiseren via Wallonië, maar moet ervoor zorgen dat ook Vlaanderen beschikt over een progressieve meerderheid.

Bovendien is de uitslag van de verkiezingen niet alleen (licht) teleurstellend en een teken aan de wand voor de partij, maar ook voor ons. Want ook wij hebben blijkbaar zelfs onze eigen leden niet kunnen overtuigen. Bovendien heeft de partij een campagne gevoerd die in de media als links en syndicalistisch werd bestempeld. Wat zegt deze uitslag dan over onze positie in Vlaanderen? Daarom roept deze uitslag vele (fundamentele) vragen op en geen makkelijke antwoorden.

Zoals na de Vlaamse verkiezingen in 2009 kan ik ook nu alleen maar herhalen: als we verliezen, verliezen we samen, winnen we, dan winnen we samen. Veel keus hebben we niet.

Herwig Jorissen
Voorzitter