de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

In ons vorig edito hadden we het over de studie van Geert Noels (in opdracht van UNIZO en VKW) over de dramatische situatie waarin de Belgische industrie verkeert. De voorbije veertig jaar is de industriële activiteit in België in een recordtempo gedaald (min 17 procent). Van alle OESO-landen doet alleen het Verenigd Koninkrijk het slechter. “De industrie vormt de basis van de economische piramide, de basis van de welvaart. Zonder industrie dreigt verarming”, aldus de studie.
 
Ter herinnering herhalen we nog maar eens dat de technologische industrie – zelfs in het crisisjaar 2009 – in Vlaanderen goed was voor 195.000 jobs, een omzet van meer dan 50 miljard euro en 1,6 miljard aan investeringen. 80% van de omzet wordt geëxporteerd en daarmee is de technologische industrie goed voor 30% procent van de Vlaamse export.

Om onze industrie te houden en toekomstgericht te maken (en beiden zijn verbonden met elkaar) is onderzoek en ontwikkeling van het allergrootste belang. Het is trouwens ook goed om te weten dat de helft van alle inspanningen inzake onderzoek en ontwikkeling gebeuren door de technologische industrie.

Agoria publiceerde de afgelopen week de resultaten van een bevraging bij 140 technologiebedrijven. Twee Vlaamse technologiebedrijven op de drie investeren vandaag al in internationaal onderzoek (70%). Binnen de vijf jaar zal dat oplopen tot 86%. Er zijn verschillende redenen waarom Vlaamse technologische bedrijven alsmaar meer in het buitenland aan onderzoek doen. Er is natuurlijk het element van de loonkost van de kenniswerkers. Maar veel bedrijven volgen ook gewoon hun productie. Of men wil bepaalde onderzoeken dicht bij de markt doen waarvoor de producten bedoeld zijn.

In een geglobaliseerd economie is  het natuurlijk niet slecht dat Vlaamse bedrijven ook over de grenzen kijken. Maar als we onze industrie hier willen houden, moeten we ook onderzoek en ontwikkeling hier houden. Daarom vraagt Agoria aan de federale overheid inspanningen om de loonkosten te drukken, zodat onderzoekers van eigen bodem meer kansen zouden krijgen. Van de Vlaamse overheid vraagt dat men om 30% van de innovatiemiddelen te besteden aan 'vraaggedreven industrieel onderzoek'. Bovenal vraagt men duidelijke keuzes om te vermijden dat het innoverende onderzoek wegtrekt uit Vlaanderen.

Op de Staten-Generaal voor de industrie weden reeds een aantal krijtlijnen getrokken. Het is nu aan de Vlaamse regering en onze minister van innovatie Ingrid Lieten (sp.a) om met boter bij de vis te komen. Er is nood aan industrieel beleid dat zorgt draagt voor onze maakbedrijven.

Herwig Jorissen
Voorzitter