de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

De drie Europese sectorbonden (metaal, textiel en chemie) hebben in een gezamenlijke verklaring een oproep gedaan tot een sterk industriebeleid dat het Europese industriële weefsel kracht kan bijzetten. De gezamenlijke oproep toont aan dat de strijd voor het behoud van de industrie veel verder reikt dan onze eigen landsgrenzen. Ook op Europees vlak geldt dat investeren in industrie gelijk is aan investeren in welvaart.

Het is deze strijd die we onverkort blijven voeren bij Opel Antwerpen. Wij zien dit niet als een wanhopige strijd tegen beter weten in. Het spreekt voor zich dat het de eerste plicht is van een vakbond om te vechten voor het behoud van elke job, of dat nu bij Opel is of elders. Hier staat er echter meer op het spel, het gaat om een fabriek, het gaat om de toeleveranciers, het gaat om een veelvoud van jobs die zullen verdwijnen. En  de ervaring leert ons dat een fabriek die verdwijnt zelden terugkomt. Een sociaal akkoord kan je altijd sluiten, maar voor je fabriek kan je doorgaans maar één keer vechten. Wat wij niet begrijpen, is dat andere syndicalisten dat niet inzien.

ABVV-Metaal weigert hoe dan ook toe te staan dat GM eerst herstructureert op kosten van de Amerikaanse belastingbetaler, daarna terug op zijn stukken komt in Europa op kap van de werknemers van Antwerpen en dan ook nog het vlugge gewin opstrijkt van de doorverkoop van de gronden. En dan hebben we nog gezwegen van die extra bonus die Reilly straks zal krijgen, omdat hij Antwerpen heeft opgekuist. Wij tellen de ontslagen en zij tellen de winst. Nogmaals kunnen wij er niet bij dat andere syndicalisten dat niet willen begrijpen.

We hebben het hier al gezegd en we blijven het ook herhalen. De strijd voor Opel is als de strijd voor onze industrie. Als de patroons falen, dan kunnen alleen nog de vakbonden de klus klaren. Daarvoor zullen we heel wat creativiteit aan de dag moeten leggen en ons moeten wagen op onbekend terrein. Zoals bij Opel.

Natuurlijk hadden we nergens gestaan zonder de Europese solidariteit van de GM-bonden, maar we hebben ook andere paden bewandeld. Daardoor zijn wij nu degenen die de kandidaat-investeerders opzoeken en daar brengen waar ze moeten zijn. Soms moet je op een directie inbeuken, omdat ze op sociaal gebied een starre houding aanneemt. Nu moeten we dat doen, omdat ze een  economisch rendabele fabriek geen kans wil geven. Deze strijd wordt misschien met andere middelen gevoerd, maar ook dat hebben we inmiddels geleerd.

‘Het industriebeleid moet anticiperen op verandering en ermee omgaan op een sociaal verantwoordelijke manier.’ Dat is onze boodschap bij Opel en dat wordt ook de inzet bij de komende interprofessionele en sectorale onderhandelingen. Daarbij primeert het arbeiders- en bediendestatuut, tenzij de sociale partners (bij gebrek aan een ernstige regering) nu al op de proppen komen met een excuus om dat dossier op de lange baan te schuiven.

Herwig Jorissen
Voorzitter