de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Kris Peeters, de Vlaamse minister-president verklaarde onlangs dat ‘de industrie weer de motor van de Vlaamse welvaart moet worden’. We hadden het zelf niet beter kunnen verwoorden. Dat besef heeft wel lang op zich laten wachten en daardoor is veel kostbare tijd verspeeld. Toch is hier een spreekwoordelijke ‘beter laat dan nooit’ van toepassing. De Vlaamse regering heeft haar Groenboek voor een nieuw industrieel beleid gepubliceerd. Daarin klinkt het ambitieus dat de Vlaamse industrie weer tot de wereldtop moet worden gekatapulteerd. Dat wil de Vlaamse regering realiseren door op basis van strenge criteria financiële steun toe te kennen aan concrete projecten. Na advies te hebben ingewonnen van verschillende actoren moet dat tegen eind 2010 resulteren in een Witboek voor een nieuw industrieel beleid.

Goed dat de Vlaamse minister-president ons eraan herinnert – zeker in deze tijden van communautaire onderhandelingen/spanningen (de twee gaan doorgaans gepaard) – dat de Vlaamse regering de  bevoegdheid heeft om zo’n economisch/industrieel beleid uit te stippelen en te voeren. De vraag mag gesteld worden of we deze bevoegdheid tot op heden wel voldoende hebben benut. Want dat de Vlaamse regering kan inzetten op de transformatie van het industrieel weefsel van Vlaanderen - wat toch niet niets is – maakt ook duidelijk dat het niet volstaat om bevoegdheden te willen, maar dat je er ook iets mee moet doen. Zoals de Waalse regering – met succes – gedaan heeft met het Marshall-plan. Het is een goede zaak dat een regio zijn eigen economisch beleid kan uitoefenen, volledig geënt op zijn eigen sterktes en de eigen behoeften. Als dat kan op meer coherente wijze kan dankzij de huidige onderhandelingen, dan zal dat de welvaart van elke regio ten goede komen.

Inzetten op de transformatie en de toekomst van de industrie is één ding. Tegelijk moet je er ook voor zorgen dat de bestaande industrie ook behouden blijft. Hierin kadert onze strijd voor Opel Antwerpen, die belangrijk is én blijft. In het verleden heeft de Vlaamse regering ons op een voorbeeldige manier gesteund. Laat ze daar nu vooral niet mee ophouden.

Met Opel wordt natuurlijk niet de gehele toekomst van de auto-industrie in België op het spel gezet. Ford en Volvo hebben wat dat betreft – gelukkig -  andere signalen gegeven. Toch is het verhaal van de Chinese kandidaat-investeerder wel groter geworden dan – alleen maar – de (laatste) mogelijkheid om Opel open te houden en duizenden jobs te redden.

Daarbuiten is dit ook het verhaal van Vlaanderen als (industriële) poort voor China naar de rest van Europa. Daarom zal ABVV-Metaal alle mogelijkheden aftasten om deze geschikte kandidaat-investeerder elke kans te geven, ook al blijft de GM-top erbij dat de laatste Astra eind december onherroepelijk van de band zal rollen. Daarover is het laatste woord nog niet gezegd. Zo zal ABVV-Metaal de strijd tegen de Amerikaanse groep – die de intentie heeft om deze maand opnieuw naar de beurs te trekken - over een juridische boeg gooien.  Wij bekijken dan ook of GM de Europese concurrentiewetgeving schendt door op onrechtmatige gronden  onderhandelingen met de Chinese kandidaat-overnemer te blijven weigeren. Daaruit kan een klacht bij de Europese Commissie volgen.

Onze strijd gaat dus onverminderd verder en we hopen dat we ook in deze fase in de Vlaamse regering een even trouwe bondgenoot zullen vinden.

Herwig Jorissen
Voorzitter