de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Op 18 januari sloten de sociale partners een ontwerp interprofessioneel akkoord. De krachtlijnen van dit akkoord vind je terug op andere pagina’s in deze editie van De Nieuwe Werker.

In onze federaties wordt ondertussen duchtig geconsulteerd en op donderdag 3 februari zal ABVV-Metaal een definitief standpunt innemen. Hoewel het IPA natuurlijk meer voorstelt dan puur het dossier arbeiders – bedienden, hebben we al meermaals duidelijk gemaakt en herhaald dat dit dossier voor ons de belangrijkste toetssteen zou worden om dat IPA te beoordelen.

ABVV-Metaal was, is en blijft een voorstander van een eenheidsstatuut. Er zijn heel wat redenen te geven waarom zo’n ingewikkeld dossier niet van vandaag op morgen kan worden geregeld. Vandaar dat ook wij steeds pleitbezorger waren van de gefaseerde aanpak. Er is echter geen enkel redelijk argument te bedenken waarom het eenheidsstatuut er niet zou moeten komen. Zoals niemand (tenminste geen redelijk mens) het in zijn hoofd zou halen om mannen en vrouwen of allochtonen en autochtonen  een verschillend contract te geven, zo is het ook onvoorstelbaar dat een archaïsch en achterhaald onderscheid in soorten arbeid in de eenentwintigste eeuw nog altijd leidt tot verschillende contracten/verschillende statuten/verschillende bescherming,…

Dat is een principiële – ik zou bijna durven schrijven menselijke – zaak.

Het voorliggende ontwerp van interprofessioneel akkoord voorziet een aantal fases om de kloof tussen het arbeiders- en bediendestatuut te dichten. Het is de verdienste van de onderhandelaars dat er toch een min of meer concreet plan wordt gepresenteerd. Alleen zijn de stappen té klein en té ongeloofwaardig. Ze zijn te klein, omdat de metaalarbeiders die nu onder contract liggen gedurende de komende vijf jaren (de overgangsfase) geen bijkomend voordeel zullen halen bij dit voorstel. Enkel voor de nieuwe contracten geldt er een langzaam verbeterde opzeg. En de carenzdag, die is natuurlijk al afgeschaft in onze sectoren. Het is zelfs maar de vraag of de definitieve regeling, die er moet komen na 2016, hoger zal liggen dan de huidige regeling in het PC 111 Metaal- en Machinebouw (met een opzeg van 196 dagen na 25 jaar anciënniteit) of het PC van de Garages (opzeg 156 dagen)…

De voorstellen zijn ongeloofwaardig, omdat er zelfs in een definitieve fase (na 2016) volgens de letter van het ontwerp IPA nog altijd geen sprake is van een eenheidsstatuut. Dan zullen de statuten misschien gelijk zijn, maar zal het schandalige onderscheid, gebaseerd op het feit dat een arbeider met zijn handen zou werken en een bediende met zijn hoofd, blijven voortbestaan.

De metaalarbeiders hebben bij vroegere sectorale onderhandelingen al heel wat inspanningen geleverd om de discriminaties op het vlak van de carenzdag en de opzegtermijnen zoveel mogelijk op te heffen. Onze arbeiders hebben daar zelf cash voor betaald. Bij onderhandelingen met een (weliswaar indicatieve) loonnorm worden zulke verwezenlijkingen altijd aangerekend. Het huidige ontwerp IPA geeft onze arbeiders daarvoor weinig tot niets terug. Toch zeker niet datgene waarop ze recht hebben: (het uitzicht op) een eenheidsstatuut. ABVV-Metaal blijft daarom meer dan ooit eisen dat er een eenheidsstatuut komt.

Herwig Jorissen
Voorzitter