de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Het ABVV heeft naar aanleiding van de Europese top op donderdag 24 maart actie gevoerd in Brussel. Vanuit vier punten werd er opgetrokken naar de Wetstraat alwaar een slotmeeting werd gehouden met 20.000 rode militanten. Heel de actie is perfect verlopen, op een paar rellen na op het einde door enkele heethoofden, waarvan zelfs de woordvoerster van de politie zegt dat ‘ze vermoedelijk niets met de betoging te maken hadden’. Het belet natuurlijk niet dat de media – altijd op zoek naar sensatie – op het einde van de dag enkel nog aandacht heeft voor de relschoppers. De Standaard meende zelfs te moeten schrijven dat het ABVV zich met deze actie buitenspel zet, omdat er niet meer geluisterd wordt naar harde schreeuwers. Zonde dat men daar in Egypte en Tunesië niet aan heeft gedacht: gewoonweg niet luisteren naar harde schreeuwers en vooral niet naar diegenen die het verkeer hinderen op het Tahir-plein. Ja, onze actie heeft voor ongemak gezorgd in Brussel. Zoals elke Europese top – ongeacht of er betoogd wordt – voor ongemak zorgt: door de veiligheidsmaatregelen, door het af en aan rijden van de hoogwaardigheidsbekleders,… Het is de prijs van Europese hoofdstad te zijn.

Niet alleen de media, ook de captains of industry, Agoria voorop, veroordeelden het ABVV: voor de geleden imagoschade. We kunnen ons vergissen maar er zijn andere dingen die heel wat meer imagoschade hebben veroorzaakt het laatste jaar. En wat schaadt onze economie het meest: één betoging of bijna een jaar lang een regering van lopende zaken die een aantal noodzakelijke maatregelen niet kan nemen?

Neen, dan was er ‘gelukkig’ de schooluitstap van het ACV naar mini-Europa, waarvoor Cortebeeck zelfs van VOKA felicitaties kreeg. De ACV-militanten zullen zeer blij en content geweest zijn en gedacht hebben ‘nog van dat, Luc’.
Gelukkig was er de nieuwe voorzitter van het VBO, Pierre-Alain De Smedt, die trouwens uit onze sector komt. Hij zal ongetwijfeld evenmin gelukkig geweest zijn met onze actie, maar was de eerste die begrip kon opbrengen voor de bekommernissen van de werknemers en bracht tenminste een genuanceerd verhaal.
 
We hebben meer dan eens voorspeld dat het geen gemakkelijke onderhandelingen zouden worden. We zitten in een moeilijke economische situatie in de zin dat onze industrie tijdens de financieel-economische crisis klappen heeft gekregen en dus op zoek is naar ademruimte. Anderzijds moeten we ook vaststellen dat dezelfde industrie herstelt. Zo boeren sommige bedrijven goed genoeg om de aandeelhouders in de watten te leggen en hun managers bonussen uit te keren die ver boven de index uitschieten. Onze arbeiders lezen ook de krant en houden dat in het achterhoofd. Daarover zou dan ook niemand grote ogen mogen opzetten. Er is ook het carcan van het interprofessioneel akkoord dat we niet mogen vergeten. Met dank hieraan krijgen de werknemers van dit land met een schamele 0,3% op twee jaar de rekening van de crisis dubbel gepresenteerd. Tijdens de crisis was dat in de vorm van herstructureringen en ontslagen en nu in de vorm van een quasi loonstop. Dit IPA is dan ook verworpen door de meerderheid van de werknemers.

De standpunten zijn de afgelopen weken verhard: langs werkgeverszijde en ook tussen de werknemersvertegenwoordigers. Een schooluitstap of een
gezondheidswandeling worden de sectorale onderhandelingen dus zeker niet. Het is ieders verantwoordelijkheid om een evenwichtig compromis te vinden. Als ABVV-Metaal zullen we daar in de komende weken aan werken en we hopen dat iedereen dat met de nodige inzet zal doen. Maar we zullen in de bedrijven – zoals op 24 maart in Brussel – wel blijven duidelijk maken dat er een verschil is tussen een actie(ve) vakbond en een vakbond die op schoolreis gaat.  We zullen niet toelaten dat onze arbeiders de prijs van de crisis betalen, maar we willen ook dat onze industrie morgen nog een toekomst heeft. Dat wordt de moeilijke evenwichtsoefening, maar moeilijk gaat ook.

Herwig Jorissen
Voorzitter