de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

We zeiden reeds dat de sectorale onderhandelingen geen gezondheidswandeling zouden worden. Vandaag zijn we twee weken verder, maar trappelen we nog altijd ter plaatse. In geen enkele van onze sectoren zijn er al reële vorderingen gemaakt of werden doorbraken gerealiseerd. De patroons hebben wel al hun eerste antwoorden gegeven op de eisenbundels van de vakbonden en/of hebben tegeneisen geformuleerd. Toch blijft iedereen alsnog de kat uit de boom kijken.

En ondertussen wordt de feitelijke situatie er niet gemakkelijker op. Het ontwerp-IPA voorzag een zeer strikte loonnorm. Een meerderheid van de werknemers heeft het ontwerp-IPA daarom verworpen, wat regering-Leterme niet belette om er evenzeer de grote lijnen van over te nemen. Nu is het in eerste instantie wachten op de publicatie van het definitieve Koninklijk Besluit inzake de loonkostontwikkeling.

Maar intussen draait de wereld door.

Sinds augustus vorig jaar zien we machteloos toe hoe de inflatie stelselmatig blijft stijgen. Eind maart bereikte ze al de kaap van 3,5 procent op jaarbasis. ING verwacht dat daar volgend jaar zeker nog eens 2 procent bijkomt. Dan hebben we het al vlug over een inflatie van 5 procent en meer. Juist, voorspellingen zijn ook maar wat ze zijn. Nochtans twijfelt niemand eraan dat de inflatie ver boven de 3,9 procent zal uitkomen; dat is het percentage dat de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven vooropstelde bij het begin van het loonoverleg. Dat de inflatie in sommige buurlanden en met name Duitsland stabiel blijft op 2,1 procent, blijft allicht parten spelen. In onze grootste sector was patroonsfederatie Agoria er vorige week dan ook als de kippen bij om te roepen dat elke procentafwijking van de loonkosten tegenover de buurlanden (Nederland, Duitsland en Frankrijk) alleen al in de metaal- en technologiesector 3.000 tot 4.000 jobs zou kosten.

We willen niet dat er jobs verdwijnen. Maar we willen ook niet dat de koopkracht van de werknemers erop achteruitgaat. In datzelfde Duitsland leeft 15 procent van de werkende bevolking onder de armoedegrens. Waarom de werkgevers dat niet willen inzien en blijven vasthouden aan de 4,2 procent van het ontwerp-IPA (all-in), is ons een raadsel.

Oorzaak nummer één van de stijgende inflatie zijn de energieprijzen. Diesel werd in één maand 5,3 procent duurder, eurosuperbenzine 4,1 procent, stookolie 8,5 procent en aardgas en elektriciteit ten slotte werden respectievelijk 2,7 en 1,5 procent duurder. En zelfs als er geen rekening wordt gehouden met de energieprijzen, stijgt bij ons de kerninflatie sneller dan in de rest van Europa. Want steeds meer bedrijven verhogen hun prijzen.

We moeten ons dan ook echt hoeden voor een inflatiecarrousel. Goed om te onthouden is wel dat het te danken is aan de koopkracht van de bevolking, gegarandeerd door de index, dat de Belgische economie de crisis beter heeft doorstaan dan menig buurland.
 
Wil de regering dus iets doen voor de economie en voor een beter verloop van de sectorale onderhandelingen? Dat ze dan niet met cadeaus over de brug komt, maar beleid voert. Een beleid dat iets onderneemt tegen de stijgende inflatie, dat de prijzen in toom houdt en eerst en vooral een fundamentele aanpak van de energieprijzen uittekent. In plaats daarvan zette de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) op vraag van Eandis het licht op groen voor de zoveelste verhoging van de elektriciteitsprijzen. Het blijft preken voor dove oren, want om een echt beleid te voeren is een regering van volwaardige zaken nodig en niet eentje van laat-maar-lopen-zaken die al 300 dagen tijd rekt.

Herwig Jorissen
Voorzitter