de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

De eerste ontwerpakkoorden werden in onze sectoren afgesloten (metaalrecuperatie, garages en metaalhandel). Af en toe wordt naar deze sectoren verwezen als de ‘kleine’ sectoren.  Als dat al zo is, dan zetten de zogezegde kleinere sectoren tijdens deze onderhandelingen in ieder geval de toon. Een aandachtige lezer zal merken dat de grote lijnen in de voorliggende ontwerpakkoorden telkens min of meer dezelfde zijn. Voor de ‘grotere’ sectoren, die nog moeten volgen, zal dat niet veel anders zijn.

Ondanks belangrijke verwezenlijkingen (veiligstellen brugpensioen, verhoging sectoraal pensioenfonds, verhoging aanvullende vergoedingen FBZ, anciënniteitverlofdagen, …) gaat het om veeleer minimale akkoorden. Dat heeft natuurlijk meerdere oorzaken. We komen uit een economische crisis zonder weerga en dat heeft zijn effect op deze onderhandelingen. De werkgevers, met Karel Van Eetvelt van UNIZO zoals altijd voorop, klagen dat de aftredende regering niet werkgeversvriendelijk genoeg is. Diezelfde regering heeft met een strikte wettelijke loonnorm het speelveld wel zo klein gemaakt, dat de patroons met veel gemak aan de loonsonderhandelingen konden beginnen. Anderzijds tonen dezelfde patroons ook niet bepaald veel bereidheid om over de kwalitatieve eisen te praten.

In tegenstelling tot de banken en de CEO’s zitten wij wel nog gevangen in het carcan van de voorbije crisis. Desondanks zijn er meer en meer positieve geluiden te horen, ook voor de industrie. De Europese verwerkende industrie is sinds de eeuwwisseling (en ondanks stijgende olieprijzen) nooit eerder zo sterk aangetrokken als in de eerste maanden van dit jaar. Bovendien leidt dit herstel ook tot beduidend meer werkgelegenheid. Het herstel is weliswaar grotendeels geconcentreerd in Duitsland, Frankrijk en Nederland. In de met een schuldencrisis kampende eurolanden (Griekenland, Spanje) is weinig te merken van een industriële opleving. Maar uit cijfers van het Instituut van de Nationale Rekening blijkt dat ook in ons land de industrie dit jaar sterk is gestart. Op jaarbasis stevent de hele Belgische economie af op een groei van 3 procent. De vraag is wat er met de groei zal gebeuren.

Als we al ooit een volwaardige regering krijgen, dan zullen we met zijn allen de peperdure factuur gepresenteerd krijgen van meer dan een jaar politiek amateurisme en misdadige onverantwoordelijkheid onder de vorm van draconische besparingen. Dat is wat iedereen verwacht en dat is misschien ook wel een bijkomende reden waarom er met de hand op de knip onderhandeld wordt.

Er is een hemelsbreed verschil tussen de Fabrieksstraat en de Wetstraat. Het probleem is echter dat alsmaar meer facturen in de brievenbussen van de Fabrieksstraat terechtkomen: strikte loonnorm, gemuilkorfde CAO’s, stijgende energieprijzen, … En het ergste moet dan – zoals gezegd – misschien nog komen. Want wie zorgt er morgen voor onze welvaart, onze pensioenen, onze sociale zekerheid? Vandaar ook onze focus in de ontwerpakkoorden tot nu op sectoraal pensioenfonds, op de vergoedingen FBZ,  op brugpensioen, … Want als alles stilligt in de Wetstraat, dan maken wij het verschil in de Fabrieksstraat.

Herwig Jorissen
Voorzitter