de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

De financieel-economische crisis van 2008 die nooit echt voorbij was, lijkt niet alleen opnieuw op te flakkeren, maar nog in hevigheid toe te nemen ook. We worden opnieuw geconfronteerd met herstructureringen of erger nog, (mogelijke) sluitingen (Aperam Genk, FCBC Dessel,…). Hier en daar klinkt alweer het woord ‘delokalisatie’ (Van Hool). Stekhouders als Bekaert maken moeilijke periodes door en geraken er niet uit. ArcelorMittal kondigde de sluiting aan van de warme lijn in het Luikse bekken. Zoals bij Opel Antwerpen is er niet alleen het drama van de teloorgegane tewerkstelling (bijna 600 rechtstreekse jobs en meer dan het dubbel met de onrechtstreekse tewerkstelling). Het is bovendien een stuk industriële geschiedenis, zo nauw verbonden met de regio, die verdwijnt.

De eerste reacties getuigden – over de ganse lijn –  terecht van verontwaardiging. Zoals bij Opel zoeken juristen nu uit of ArcelorMittal zijn engagementen uit het verleden is nagekomen. Er wordt bekeken wat er teruggeëist kan worden van de gedane investeringen, van de toegestane 260 miljoen aan uitstootrechten, van de bijna 20 miljoen euro aan innovatiegeld. Het is hetzelfde verhaal. En net zoals bij Opel klinken dan al vlug de eerste stemmen die opperen of de overheid nog wel moet investeren in industrieën als staal en automobiel die sowieso hier zullen verdwijnen. De absurditeit van deze redenering bleek deze week wanneer bekend werd gemaakt dat de autoproductie met maar liefst negentien procent is gestegen en dat Volvo Cars in Gent afstevent op een alltime productierecord.

We refereren nog maar eens aan de studie van de denktank van Geert Noels (Econopolis) die duidelijk maakte dat landen die hun industriële basis kwijtraken economisch slechter presteren. Ze missen export, waardoor hun handels- en financiële balans verzwakt en dus ook hun economische draagkracht. Hoe breder de economische basis, hoe meer een overheid kan uitgeven. ‘De industrie vormt de basis van de economische piramide, de basis van de welvaart. Zonder industrie dreigt verarming.’
Maar in plaats van te investeren in industrie moeten onze overheden opnieuw in de bres springen om de banken te redden. Wie meer dan 30 kilometer te snel rijdt in de bebouwde kom moet hoe dan ook voor de rechter verschijnen en moet zijn rijbewijs (tijdelijk) inleveren. Bij herhaling van de overtreding worden de boetes verdubbeld. Voor bankiers gelden echter andere regels. Niemand is na 2008 voor de rechter moeten verschijnen en bij herhaling van de overtreding in 2011 krijgen ze geen extra boete, maar wel een extra financiële interventie.

‘De crisis heeft aangetoond dat een land niet zonder industrie kan’, zei Geert Noels. En daarom blijven we onze boodschap herhalen. Een (nood) plan voor onze industrie en een regering die de financiële wereld aanpakt en investeert in industrie en dus in welvaart voor de mensen. De vraag is of er nog regeringen bestaan die dat willen en kunnen doen?

Herwig Jorissen
Voorzitter