de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Het lijkt wel alsof de regeringsonderhandelingen zich aan een snelheid voortbewegen recht evenredig met de crisis die op ons afkomt. Je kan onze politici misschien veel verwijten, maar niet dat ze zich laten opjagen. De economische groei lijkt zo goed als volledig stil te vallen, maar wij hebben tijd. Terwijl als er op één moment tijd letterlijk geld is, dan wel nu. Elke dag die verstrijkt, maakt de inspanning die men zal moeten opbrengen en die ook van de werkende bevolking zal gevraagd worden alleen maar zwaarder.
Tijdens de eerste fase van de crisis in 2008-2009 hebben we in onze sectoren al een zeer zware prijs betaald. Meer dan tienduizend jobs gingen verloren en onze arbeiders werden geconfronteerd met een massale tijdelijke werkloosheid. Eind 2008 waren meer dan 40.000 arbeiders economisch werkloos. Neen, het kondigt zich nu (nog) niet zo dramatisch aan. Maar ook nu stijgt de economische werkloosheid weer in de bedrijven. Ook nu gaat er weer geen week voorbij of we worden wel geconfronteerd met een zware herstructurering of regelrechte sluiting. FBFC in Dessel is op het moment dat we dit schrijven de laatste in de rij, maar zal, vrezen we, niet de laatste blijven.

Misschien kunnen en mogen we ook niet te veel van de politiek verwachten. Toen we in 2008-2009 midden de financieel-economische crisis zaten was er een ‘common sense’ dat de politiek de banken aan banden moest leggen. Een klein jaar later is het duidelijk dat (misschien nog meer dan daar voor) het de banken zijn die de politiek aan banden leggen. En als een Griekse regering het dan in zijn hoofd durft te halen om de bevolking om haar mening te vragen, dan lees je in alle commentaren tussen de lijnen dat te veel democratie niet goed is, omdat de markten daar maar zenuwachtig van worden. De Griekse regering mag dan al niet de beste leerling van de klas zijn, het is en blijft wel zo dat het niet Griekenland is die ons in de problemen heeft gebracht, maar wel de banken, de irrationele markten, het kortetermijndenken van de aandeelhouders en het wilde casinokapitalisme. Maar het zijn en blijven zij wel die de koers bepalen en de politici (of ze nu Vlaams, Belgisch of van waar dan ook zijn) doen niet veel meer dan een politiek uitstippelen om hen ter wille te zijn.

Soms zijn ze echter wel alert, onze politici en de werkgevers. Als de CRB in een rapport stelt dat de laatste vijftien jaar de loonkloof met onze buurlanden met 4,6 procent is toegenomen, dan zij er als de kippen bij om de index in vraag te stellen. Toen twee maanden geleden bleek dat voor het eerst in vijf jaar de Belgische loonkostenhandicap tegenover de buurlanden daalde (in Duitsland, Frankrijk en Nederland gingen de loonkosten gemiddeld met 3,6 procent omhoog, in België 3 procent), zweeg men als vermoord. Minister van Economie Van Quickenborne verklaarde onmiddellijk dat ‘de koopkracht de voorbije 15 jaar volledig gerespecteerd geweest is. Maar op vlak van competitiviteit hebben onze bedrijven sinds 2006-2007 een serieus probleem’. Dat is raar, want het Global Competitiveness Report van het World Economic Forum waar dezelfde Minister Van Quickenborne kind aan huis is, stelde dat we concurrentiëler zijn geworden dan Frankrijk en dat we onze achterstand op Duitsland en Nederland aan het inlopen zijn. Meer zelfs, ons land scoorde nooit hoger in de concurrentieranglijst.

Anders gezegd, de aanval op de index is geen economische agenda, het is een politieke agenda. En het principe is zo oud als de straat: het is gemakkelijker om bij 1000 mensen 1 euro te halen (schaf de index af) dan wel om bij 1 iemand 1000 euro te halen (pak de banken aan).

Herwig Jorissen
Voorzitter