Of we het graag hebben of niet, de regering-Di Rupo I wil dat we langer aan het werk blijven. De 50-plussers-arbeiders zijn daardoor, zowel qua arbeidsomstandigheden als qua toekomstig statuut, een kwetsbare groep. Velen hebben last van het te snelle arbeidsritme. Als dit dan nog gepaard gaat met een of ander lichamelijk, vaak chronisch, letsel, dan wordt iedere dag uit werken gaan een haast onmogelijke opdracht. Vroeger werd voor hen een aangepaste job gevonden ergens anders in het bedrijf. Vandaag bestaan zulke ‘rustigere’ jobs niet meer.

De cruciale vraag is dus: hoe houdt men 50-plussers langer aan het werk? Bij herstructureringen ontdoen bedrijven zich immers nog altijd eerst van de 50-plussers en studies tonen aan dat bedrijven hen amper aanwerven. Het lineair schrappen van het brugpensioen zal er dan ook toe leiden dat de oudere werknemers op een arbeidsmarkt terechtkomen die hun niets te bieden heeft. Bovendien worden nu net die stelsels die een langere loopbaan werkbaar maken geviseerd door de bemoeilijking van het tijdskrediet en de afschaffing van het halftijds brugpensioen.

ABVV-Metaal wil dat er werk wordt gemaakt van een echt tewerkstellingsbeleid voor de 50-plussers in de industrie. Dat komt er niet van vandaag op morgen. Voor onze ‘arbeiders in moeilijkheden’ willen we in afwachting van een degelijk onderhandeld (wettelijk - interprofessioneel en sectoraal) tewerkstellingsbeleid voor 50-plussers:
• een brugpensioen nachtarbeid op 56 jaar na 33 jaar loopbaan waarvan 20 jaar met nachtprestaties;
• een brugpensioen na 40 jaar voltijdse loopbaan en ongeacht de leeftijd;
• een brugpensioen zware beroepen op 58 jaar mits een loopbaan van 35 jaar;
• een halftijds brugpensioen.
Parallel met de uitbouw van zo’n tewerkstellingsbeleid, kan over de voorwaarden - uitgesmeerd in de tijd - van de 4 stelsels onderhandeld worden.
• Bescherming van de 50-plussers-arbeiders tegen ontslag;
• De gelijkstelling à rato van het minimumrecht voor het pensioen van de brugpensioenen die ingaan voor  60 jaar, is een 50-plusser onwaardig, én discriminerend. Voor de berekening van het pensioen wordt de 3e periode in de werkloosheid eveneens à rato van het minimumrecht berekend. Een werkloze met 20 jaar loopbaan achter de rug, vermijdt de 3e periode werkloosheid. Een bruggepensioneerde heeft méér dan 20 jaar loopbaan nodig, alleen al om op brugpensioen te gaan, en toch wordt hij geconfronteerd met een minimumrecht bij de berekening van zijn pensioen;
• Een betere gelijkstelling voor de pensioenrechten voor de gebruikers van tijdskrediet en de lineaire verschuiving van de landingsbanen naar 55 jaar herbekijken.

Ook de werkgevers moeten hun verantwoordelijkheid opnemen.  Zowel op sectoraal als op ondernemingsniveau moeten ze mee zorgen voor werkbaar werk voor 50-plussers. Met het uitgespaarde budget voor aanvullende vergoedingen kan een sectoraal tewerkstellingsbeleid voor 50-plussers worden opgestart. Ondernemingen moeten worden verplicht om te onderzoeken hoe langer werken mogelijk kan gemaakt worden.
Werk maken van werkbaar werk in de industrie is de échte opdracht. Dat kan alleen als alle partners hun deel doen.

Herwig Jorissen
Voorzitter