de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Het was een donkere week voor de industrie, voor de metaal en voor de tewerkstelling in  Vlaanderen. Het begon met Alcatel-Lucent die 185 jobs schrapte. Dan volgde Nokia Siemens met 127 jobs. En dan moesten de ergste klappen nog volgen. De sluiting van Crown Cork in Deurne (ondanks een winst van 5 miljoen euro in  2011): 322 mensen op straat. En ten slotte de zwaarste ontslagronde ooit van Bekaert in België: 609 banen op de tocht. Vier dagen op rij: een sociaal bloedbad van 1243 jobs.
En we moeten ons weinig illusies maken. Agoria voorziet een groeidaling, nog meer ontslag- en herstructureringsrondes. De komende zes maanden wordt hoofdzakelijk slecht nieuws verwacht. Met als enig ‘goed’ nieuws: dat het niet zo erg zal zijn als in 2008. Toen verdwenen er uiteindelijk meer dan 10.000 banen in de metaal in Vlaanderen.

De reden van de zware ingrepen in de vier bedrijven zijn verschillend. Bekaert kampte in tegenstelling tot Crown met een volledig ingestorte markt. En natuurlijk maken alle (grotere) bedrijven daar gebruik van. Alleen hebben we geen lessen te krijgen van een bedrijf dat dankzij het regime van de notionele interestaftrekken nul euro wintsbelasting betaalde, maar nu wel schaamteloos een kwart van zijn personeel afdankt. Het betekent echter niet dat we blind mogen zijn voor de realiteit. Dan moeten we zien dat niet alleen de klassieke industrie maar ook de technologiesector onder druk komt te staan. Of dat bijvoorbeeld in de chemie, BASF recent nog besliste om één miljard in Ludwigshaven te investeren en niet in Antwerpen. Maar vooral dat nergens in de westerse wereld de industriële erosie zo groot is als in België. We zijn het land waar er het eerst gesaneerd wordt als het slecht gaat en het minst geïnvesteerd wordt als het weer beter gaat. Waarom kan bij ons niet wat in Nederland wel kan: Philips die driehonderd jobs terughaalt uit China naar Nederland?

Het is een vraag die we ons moeten durven stellen. Op die vraag zijn er natuurlijk een veel van antwoorden: de stijgende inflatie (vooral door de uit de pan rijzende energiekosten), de administratieve logheid, de zoektocht naar geschikte werknemers; de (loon)kostenhandicap, het voortdurende gebrek aan innovatie, … Maar ook de bedrijven die veel te weinig inzetten op opleiding , op onderzoek en ontwikkeling, op een zoektocht naar innovatieve en duurzame producten. Voor de tewerkstelling mogen we gelukkig zijn dat de overheid jobs gecreëerd heeft in de zorgsector. Alleen is dat geen teken van sterkte, maar van zwakte. Het is het industrieel weefsel dat zorgt voor de welvaart van de bevolking. En er zijn dikke boeken geschreven over een nieuw industrieel beleid. En we hebben een Industrieraad Vlaanderen waarin ongetwijfeld vele knappe koppen zetelen. Maar het resultaat? Tegen eind 2012 zal men een aantal projecten voorleggen. De minister-president heeft laten weten dat men ‘de Industrieraad heeft gezegd dat we snel adviezen willen ontvangen’. Als het even kan vooraleer het laatste bedrijf het licht uitdoet.

Voor de 1243 werknemers en hun families en de werknemers in de toelevering die getroffen zullen worden, zal het weinig troost bieden. Want ondanks hun goede opleiding, ondanks hun productiviteit, ondanks een maximale flexibiliteit staan ze nu waar ze nooit hadden mogen staan: op straat. De verslagenheid bij de werknemers is groot en - hoe je het ook bekijkt - recht evenredig aan de verantwoordelijkheid van de werkgevers en overheid. Want de laatste heeft getalmd om werk te maken van een duurzame industriële politiek (en doet dat nog steeds) en de patroons hebben gefaald als het erop aankomt om tijdig nieuwe producten te ontwikkelen en in de markt te zetten. Maar het sociaal bloedbad, dat treft alleen de werknemers. En dat is dé schande.

Herwig Jorissen
Voorzitter