de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

Na Opel Antwerpen en Ford Genk is het antwoord simpel maar ook pijnlijk en dat is "Neen we zijn allesbehalve te machtig".

Vakbonden in België zijn sterk, dat wil zeggen we kunnen in onze sectoren goede akkoorden onderhandelen voor de werknemers. We kunnen tegenover de lokale directies de individuele en collectieve belangen van onze arbeiders goed behartigen.

Maar zijn de vakbonden te machtig? Neen, we zijn niet te machtig.

Zowel in het geval van Opel Antwerpen als van Ford Genk worden bedrijven gesloten die ook binnen de ranking van de groep bovenaan stonden qua productiviteit, qua efficiëntie,... En toch haalden ze het niet van andere vestigingen. Als we zoeken naar redenen kunnen we terecht aanhalen dat het nergens zo makkelijk en zo goedkoop is (gezien de geringe kost om arbeiders te ontslaan) om een fabriek te sluiten als in België.

Maar een even belangrijk antwoord ligt verscholen in de vraag "zijn de Belgische vakbonden te machtig"? Ondanks één van de hoogste syndicalisatiegraden in Europa is het pijnlijke antwoord "neen".

Automobielspecialisten waren overtuigd dat Ford Genk niet zou sluiten omdat Ford geen objectieve gronden had om dat te doen. En toch gebeurde het. Hoe komt dat? Nu weten we dat zes maanden geleden binnen de Ford groep een eerste besluit genomen was om een vestiging in Duitsland te sluiten. Op het moment dat de eerste perslekken suggereerden dat Genk mogelijk dicht zou gaan was het spel waarschijnlijk al gespeeld.

Zijn wij als vakbonden dus toch te naïef geweest? Hebben we te veel gerekend op het toekomstcontract met  twaalf procent inlevering (patroons moeten zich realiseren dat we daar in het vervolg geen enkele arbeider nog van zullen kunnen overtuigen)? Hebben we op onze lauweren gerust? Het antwoord is ook hier "neen". Alleen wisten wij niet dat we in een gevecht gewikkeld waren. Ford verzekerde ons immers dat Genk niet dicht zou gaan. Meer nog dat men de overcapaciteit in Europa wilde aaanpakken zonder één vestiging te sluiten.

Ons systeem van overleg maakt dat we achteraf geïnformeerd worden en dat we achteraf - als het kalf al verdronken is - alternatieven mogen voorstellen. Alternatieven waar geen kat, laat staan een multinational, rekening mee houdt. Het enige dat ons dan nog rest is om een zo zwaar mogelijk sociaal plan te onderhandelen en proberen nog iets van de tewerkstelling te redden. Het Duits systeem van "mittbestimmung" maakt dat men geïnformeerd is vóór de definitieve beslissing valt. Dat heeft ons genekt in het geval van Opel en Ford. Zij hebben als het ware een tsunami- melder, waardoor ze in staat zijn om de catastrofe voor zichzelf te voorkomen. Na het tsunami-bericht hadden ze zes maanden de tijd om de  dijken moesten te versterken. Zij wisten al te goed dat er een gevecht moest geleverd worden. Wij stonden een beetje te schaduwboksen.

Vanuit het oogpunt van de solidariteit kan ik alleen maar herhalen wat ik - tot grote ontevredenheid -  ook in vorige dossiers al heb gezegd, namelijk "onze Duitse collega's hebben ons bedrogen". Als ik analyseer waarom zij wel en wij niet onze slag hebben thuis gehaald, dan kan ik niet anders dan constateren dat we met ongelijke wapens hebben gestreden. En dat zullen we blijven doen, als er niets verandert.

Zijn de vakbonden te machtig? Ze zijn sterk, maar niet machtig genoeg. Daar moeten we ons als linkse syndicalisten goed bewust van zijn. In een geglobaliseerde economie, in een eengemaakte economische Europese markt maken we geen schijn van kans als we niet over dezelfde wapens beschikken. Maar ook de patroons (en de politiek) moeten zich goed realiseren dat als we onze industrie hier willen houden dat we dan nood hebben aan vakbonden die even machtig zijn als de Duitse vakbonden. Dan en dan alleen kunnen we mee voor productie en tewerkstelling zorgen. Het lijkt misschien contradictorisch maar als Opel en Ford iets aantonen, dan is het wel dat iedereen baat heeft bij machtige vakbonden.

Zijn de vakbonden te machtig? Neen, maar ze moeten dringend machtiger worden.

Herwig Jorissen

Voorzitter