de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

In het kader van de klimaatweek van het ABVV, die parallel aan de klimaattop in Qatar loopt van 3 tot 7 december, werd het ledenblad De Nieuwe Werker in een ecologisch jasje gestoken en voor één keer De Groene Werker gedoopt. Ook ABVV-Metaal is begaan met de milieuproblematiek en werkte mee aan deze editie door in ons edito een groen thema te behandelen. 

Tijdens de VN-Klimaatconferentie in 2010 kwamen een tweehonderdtal landen overeen dat de temperatuur tegen 2050 niet meer dan twee graden hoger mag zijn dan in de pre-industriële periode. Om slechts vijftig procent kans te hebben om deze doelstelling te halen, moet, volgens PricewaterhouseCoopers, de vergroening van de economie zes keer sneller verlopen dan nu. Cruciaal zijn de stopzetting van de ontbossing, een massale uitbreiding van hernieuwbare energie en een scherpe daling in het gebruik van fossiele brandstoffen en in de broeikasgasuitstoot door de industrie. Aan de vooravond van de klimaatconferentie in Qatar waarschuwt de Wereldbank er in het rapport ‘Turn down the heat’ voor dat het zonder ingrijpende maatregelen tegen 2100 vier graden warmer zal zijn. Daarboven drong een coalitie van 's werelds grootste investeerders, samen goed voor 22,5 biljoen dollar, erop aan dat regeringen dringend de opwarming van de aarde zouden tegengaan. Er is nood, zo stellen ze, aan maatregelen die investeren in koolstofarme toepassingen. De juiste politieke maatregelen moeten investeerders aanmoedigen om veel meer voor propere energie en energie-efficiëntie te kiezen (subsidies naar fossiele brandstoffen moeten stoppen, er zijn dwingende maatregelen nodig die de uitstoot van CO2 drastisch terugdringen…).

Wat heeft dat met ons te maken? Naar aanleiding van het drama bij Ford is er veel gesproken over onze industrie, over de dwingende noodzaak van een beleid dat onze industrie en dus onze welvaart redt. Wel, we zullen onze industrie niet redden door ons uitsluitend te concentreren op het bestaande of door ons blind te staren op geïsoleerde projecten rond bijvoorbeeld elektrische wagens. Er moet een beleid komen dat op middellange termijn fundamentele bakens durft uit te zetten. Internationale rapporten wijzen op vlak van grondstoffen en energie op grote risico’s inzake bevoorradingszekerheid, prijsstijgingen en effecten op milieu en gezondheid. Een beleid gericht op een nieuwe industriële ontwikkeling moet focussen op de beperking van deze risico’s en moet leiden tot een duurzame economie die het menselijk welzijn en de sociale gelijkheid bevordert. Een strategie vóór industriële ontwikkeling in ons land moet zich richten op minimaal gebruik van fossiele brandstoffen en een maximale recyclage van grondstoffen.
Ook de metaalsector is rechtstreeks en onrechtstreeks afhankelijk van fossiele brandstoffen en (zeldzame) (aard-)metalen. Voor een nieuwe industriële ontwikkeling moeten we hiermee rekening houden. Wat (zeldzame) (aard-)metalen betreft, moeten we ons richten op recyclage, het opzetten van gesloten kringlopen waar mogelijk én het opslaan van – momenteel – niet-recycleerbare afstromen. Wat de fossiele brandstoffen betreft, moeten we ons richten op onderzoek en ontwikkeling van alternatieven voor het energetisch en niet-energetisch energiegebruik.

Willen we een toekomstgerichte industrie, dan moeten we niches determineren die  kaderen binnen een duurzame economie en alles op alles zetten om deze aan te trekken, te ontwikkelen en bevorderen (onderzoek via universiteiten,  gerichte ondersteuning, innovatie,...).

De vorige eeuw waren we de grootste automobielbouwers. Laat ons in de 21e eeuw de grootste producenten van groene technologieën worden. Laat ons ervoor zorgen dat onze industrie opnieuw het verschil maakt.

Herwig Jorissen
Voorzitter