de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Agoria voorspelt dat ook 2013 een moeilijk jaar zal worden voor de technologische industrie in ons land. Ook al zijn er een paar sectoren die wel goed presteren (ICT, luchtvaart, onderhoud van industriële installaties …), verwacht Agoria globaal een lichte daling van de productie (-2,3 %), alsook van de werkgelegenheid (opnieuw  3300 verloren jobs).  Ook 2012 werd afgesloten met een omzetverlies van 3,5 %. De omzet in de technologische industrie lag eind 2012 ongeveer 10 % onder het niveau van voor de crisis van 2008. Ook bedrijven uit andere sectoren kondigden minder goede cijfers aan voor 2013. Umicore verwacht een slechter jaar. Al moet er onmiddellijk worden bij gezegd dat 2012 het op één na beste jaar ooit was voor Umicore. Umicore plant dan ook geen herstructureringen. Nyrstar daarentegen schrapt wereldwijd tot één vijfde van de tewerkstelling (het aandeel hierin van België is nog niet gekend).

In 1970 werkte 40 % van de actieve bevolking in de industrie. Vandaag is dat nog zo’n 20 %. Ook in de technologische industrie daalde de tewerkstelling sinds 1995 met gemiddeld 1,5 % per jaar. Als je dan op korte tijd wordt geconfronteerd met drama’s zoals dat van Ford Genk  en ArcelorMittal Luik, dan steekt het spook van de desindustrialisering altijd weer de kop op. Het is deze keer niet anders. In dezelfde periode daalde de tewerkstelling in de technologische industrie in de eurozone slechts met 0,3 % per jaar. Waarom dat verschil? Agoria geeft twee verklaringen voor de sterke achteruitgang in de tewerkstelling:
- Een competitiviteitsverlies: op tien jaar tijd verloor België 20 % marktaandeel binnen de EU (buiten de EU groeide de export).
- Outsourcing : randactiviteiten werden uitbesteed.

In 1995 vertegenwoordigden de uitbestede diensten (van bedrijfsrestaurants tot onderhoud) 10 % van de loonmassa, in 2008 was dat al opgelopen tot 24 %. Alleen gaan deze jobs niet verloren, maar worden ze wel niet meer gerekend tot tewerkstelling in de industrie. En zonder industrie ook geen uitbesteding.

Professor De Grauwe twijfelt vooral aan de eerste uitleg: het competitiviteitsverlies en het daarmee samenhangend loonkostenverhaal (al is competitiviteit meer dan loonkost alleen natuurlijk). Volgens professor De Grauwe is de productiviteitsgroei in België en West-Europa de oorzaak van de tanende tewerkstelling in de industrie. Natuurlijk profiteren ook de arbeiders van deze groei die al honderd jaar aan de gang is. En dus stijgen de reële lonen in de industrie jaar in jaar uit. Onvermijdelijk bekom je dan lonen die veel hoger liggen dan landen die hun industriële ontwikkeling dertig jaar geleden zijn gestart. Omdat deze economische evolutie niet te stoppen is en een terugkeer naar de ‘oude’ lonen geen optie is (al denken sommigen daar anders over), zal de tewerkstelling in de industrie, aldus De Grauwe, blijven dalen.

Het lijkt allemaal een theoretische discussie. Maar dat is het allesbehalve. Agoria zegt luid en duidelijk dat de desindustrialisering geen natuurwet is. Maar ook professor De Grauwe zegt dat er een toekomst is weggelegd voor de industrie in België. De vraag is: hoe ziet die toekomst eruit? Als de technologiebedrijven in 2013 samen 5 % minder dan in 2012 zullen investeren - en dat ligt al een stuk beneden het niveau van voor de crisis - dan mogen de knipperlichten beginnen afgaan. Want zonder investeringen zal de industriële motor echt vastlopen. Welk beleid, welke lange termijnvisie doet hier iets aan? 2013 belooft dan wel ongunstig te worden, maar wie de toekomst niet gelaten wil ondergaan, moet ze vandaag voorbereiden. En snel.

Herwig Jorissen
Voorzitter