de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

In een goede maand tijd werden in één klap in België meer dan 3000 banen bedreigd, waarvan opnieuw heel wat in onze sectoren. Luik (1300 jobs), Crown in Hoboken (102 banen), ZF Wind Power in Kontich en Lommel (135 banen), Caterpillar Gosselies (1400) en het meest recente Plastic Omnium (122 jobs). In Vlaanderen en in Wallonië, in de zogezegd oude sectoren (staal) en in de nieuwe (windenergie). Niets of niemand lijkt veilig.

Premier Di Rupo beloofde in de Kamer om onmiddellijk meer werk te maken van het Europese industriële beleid. En een paar dagen later was er een overleg met Europees Commissievoorzitter Barroso een versterking van het Europees industrieel beleid en maatregelen tegen oneerlijke handelspraktijken. Ik weet niet of ze het over Plastic Omnium Automotive hebben gehad die vooral voor Vauxhall produceerde (70 % van de orders), een dochteronderneming van General Motors. Vauxhall zou van de Britse overheid subsidies hebben gekregen op voorwaarde dat ook de onderdelen dan in Groot-Brittannië worden gefabriceerd. Onze Vlaamse minister- president reageerde dat hij teleurgesteld was dat Di Rupo het met Barosso niet had gehad over de samenwerking met de regio's in het Europees Nieuw Industrieel Beleid. Er moet echter een moment komen dat politici zich gaan realiseren dat we geen behoefte meer hebben aan ‘teleurstelling’ of aan ‘verontwaardiging’.

Evenmin hebben we er behoefte aan om te horen hoe goedbedoeld of terecht het misschien ook is aan weer maar eens een rondje Europa te doen. Een Europees industrieel beleid zal altijd een werk van lange adem zijn. En gezien de snelheid en de opeenvolgende dreunen weet ik niet of onze industrie die tijd heeft. Bovendien lijkt het ook een beetje op de vlucht vooruit. Ja, Europa kan én moet dingen doen, maar ook onze federale en regionale regeringen kunnen meer doen voor een gunstiger industrieklimaat. Dan moet het niet gaan over de loonkosten, maar over de energiekosten, over inzetten op scholing over het dossier arbeiders- en bedienden, …

In ons sociaal systeem zijn niet alleen de regeringen aan zet, maar ook werkgevers en vakbonden. We moeten echter constateren dat in ons sociaal overlegmodel het moeilijker en moeilijker wordt om op nationaal interprofessioneel vlak tot akkoorden te komen. Nochtans zijn zulke akkoorden altijd de basis geweest voor sociale vernieuwing. Op sectoraal en op bedrijfsvlak hebben we die moeilijke verantwoordelijkheid op ons genomen en moeten we dat misschien nog meer gaan doen. Dat denk ik aan de systemen van tijdsparen binnen de automobiel (toen tegen onze eigen interprofessionele organisaties in) of de inlevering voor de Ford-arbeiders om de toekomst van de fabriek te vrijwaren (toen tegen de bediendevakbonden in). Het pijnlijke is echter dat wij noch de werknemers daarvoor beloond werden. Integendeel. Zo komt het ook niet bemoedigend over dat er bij de bedrijven die de grootste hoop van de innovatiesteun hebben gekregen meer jobs geschrapt dan gecreëerd werden.

Toch is er geen andere weg, want de problemen voor ons uitschuiven is geen optie. Het meest recente voorbeeld is de piste die men blijkbaar wil onderzoeken om de deadline van het arbeiders- bediendestatuut te ontwijken door eventjes de grondwet aan te passen. Men moet zich goed realiseren dat het nu al om veel meer gaat dan de opheffing van de discriminatie arbeiders-bedienden (al zou dat volstaan). Het gaat om de modernisering van de arbeidsmarkt, het gaat om het overleven van onze industrie.

Herwig Jorissen
Voorzitter