de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

Een sociaal akkoord na een sluiting is nooit een goed akkoord. Omdat geen enkel akkoord het leed en de pijn kan verzachten, omdat geen enkel akkoord een compensatie is voor het verlies aan jobs, voor weer een bedrijf dat verdwijnt. Wij kunnen het weten. Want we hebben al te veel van zulke onderhandelingen moeten voeren. Je kan die pijn niet wegnemen. Met een degelijk akkoord kan je de pijn hoogstens verzachten. Dat is onze opdracht als vakbond. Dat én er zijn. En dat is  wat onze militanten gedaan hebben. Gedurende vijf maanden, de klok rond, hebben ze het piket bemand en bevrouwd. Zij zijn dan ook de ware helden van onze strijd.

Een multinational op de knieën krijgen is niet makkelijk. Het is gemakkelijk geschreven in pamfletten dat wel, maar het realiseren is andere koek. We wisten dat snel onderhandelen onze positie alleen maar zou verzwakken. Vandaar het opstarten van een juridische procedure tegen Ford. Samen met de oorlogsbuit van 7000 wagens moest dit de druk op Ford verhogen. Dat zorgde op sommige momenten voor vertwijfeling bij de werknemers van Ford. Vertwijfeling waar de aasgieren gretig gebruik van probeerden te maken. Tegen anti-syndicalisten van allerlei slag in hebben onze onderhandelaars een akkoord kunnen onderhandelen dat met verve de vergelijking met gelijkaardige akkoorden kan doorstaan.

Het Ford verhaal is echter slechts één zijde van het verhaal. Bij de sluiting van een bedrijf als Ford verdwijnen niet alleen de jobs in het moederbedrijf, ook bij de toeleveranciers staan heel wat arbeidsplaatsen op het spel. In het geval van Ford was de situatie extra gecompliceerd. Vier toeleveranciers (Lear, Syncreon, SML, IAC) waren via de conveyor rechtstreeks verbonden met Ford. Het waren als het ware Ford arbeiders, die moesten werken volgens het ritme van Ford, maar niet werden betaald als een Ford-arbeider. Door deze uitbesteding hebben we in het verleden tewerkstelling kunnen redden en hebben we Genk binnen de groep competitief kunnen houden. Maar het zorgde wel voor discriminaties tussen onze arbeiders. De werknemers van de toeleveranciers vreesden daarom dat ze weer uit de boot zouden vallen. Een angst waar ABVV-Metaal meer dan begrip voor had. Daarom  hebben we van dag één gezegd dat we bij Ford en de toeleveranciers voor een zelfde sociaal plan gingen. Opnieuw speelde onze syndicale strategie om ‘traag’ onze positie op te bouwen in ons nadeel.  De toeleveranciers dachten dat we hen aan het vergeten waren en andere hebben doelbewust op die angst ingespeeld. Ze hebben de werknemers verdeeld  en de vakbonden verzwakt bij de onderhandelingen. En dan heb ik het niet over de werkgevers, maar wel over allerlei groupuscules, al dan niet gesteund door sommigen binnen de vakbond.

Maar we hebben woord gehouden. We hebben voor de toeleveranciers hetzelfde onderhandeld. De onderhandelaars van ABVV-Metaal hebben daarom  niet alleen een goed akkoord onderhandeld, ze hebben ook een historisch akkoord onderhandeld. Voor het eerst in de sociale geschiedenis is een multinational medeverantwoordelijk gehouden voor de onderaannemers. En zijn we er in geslaagd dat ze die verantwoordelijkheid ook opgenomen hebben. Niet alleen voor de arbeiders van de toeleveranciers die rechtstreeks aan Ford gebonden waren. We hebben eenzelfde sociaal plan ook verkregen voor de arbeiders van Zender (die bumpers maakte voor Ford) of voor de  werknemers van het Henkel (schoonmaakbedrijf). “Iedereen gelijk” is een strijd die we in Genk gewonnen hebben.

Herwig Jorissen
Voorzitter