de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Op 7 juli 2011 gaf het Grondwettelijk Hof de regering en de sociale partners twee jaar de tijd om een oplossing te zoeken voor de discriminatie van de arbeiders inzake opzegtermijnen en carenzdagen. Twee jaar waarin eerst de regering niets deed, omdat de sociale partners van oordeel waren dat zij dit dossier moesten oplossen. Iets waar ze de decennia daarvoor niet in staat toe te waren. Zo deden de sociale partners aanvankelijk wat ze in dit dossier al altijd gedaan hebben: niets. In de stille hoop dat het op het laatste moment toch nog allemaal goed zou komen. Niet dus. En dus schoven ze de hete aardappel met veel plezier door naar de regering. Deze kaatste de bal terug door de sociale partners twaalf vragen te presenteren en ze duidelijk de les te spellen. “Als men een dossier dat uitdrukkelijk tot de bevoegdheid van de sociale partners behoort, niet kan oplossen, wat voor nu heeft het interprofessioneel overleg dan nog?” Ook nu slaagden de sociale partners er niet in om tot een antwoord te komen.

Twee weken voor het verstrijken van de deadline, kwam de voorzitter van de Groep van Tien doodleuk vertellen in de media dat men een versnelling hoger zou moeten gaan indien men nog tot een oplossing wilde komen. “Maar dat het omwille van agendaproblemen moeilijk is om een gaatje te vinden.” Eén van de belangrijkste sociale dossiers dat rechtstreeks gevolgen heeft voor miljoenen werknemers. En de sociale partners vinden niet de nodige tijd om te onderhandelen. Met deze onverantwoorde houding neemt de Groep van Tien een verpletterende verantwoordelijkheid op zich. Welk ook de uitkomst zal zijn. Wat de regering ook zal beslissen of niet beslissen. Welke chaos zich na 8 juli ook zal voltrekken. De echte verantwoordelijkheid ligt bij de Groep van Tien. Wie in twee jaar tijd (en dan zwijgen we over de jaren daarvoor) niet tot een oplossing kan komen, moet niet klagen dat ze de laatste twee weken te weinig tijd hebben.

Als klap op de vuurpijl benoemde daarna de regering een bemiddelaar, Jan Smets, directeur bij de Nationale bank, om vakbonden en werkgevers te helpen om tot een akkoord te komen. "Jan Smets zal de komende week de gesprekken faciliteren", was het nieuwe toverwoord.  We hopen echt dat de bemiddelaar er in zal slagen om met een resultaat op de proppen te komen. Alleen kunnen we niet anders dan constateren dat nu alle puzzelstukken gelegd moeten worden, dixit de Minister van Werk, er blijkbaar bij de Groep van Tien niemand is die kan of durft puzzelen. Het mandaat van Jan Smets loopt tot vrijdag. Als zijn mandaat ten einde is en als deze Werker in de bus valt, rest er nog iets meer dan een week om de deadline van het Grondwettelijk Hof (8juli) te halen.

Voor het Grondwettelijk Hof moet er einde komen aan de discriminaties. Congres na congres heeft duidelijk gemaakt hoe belangrijk het dossier van het werknemersstatuut is voor ABVV-Metaal. Desondanks hebben we ons de afgelopen maanden low-profile opgesteld naar de buitenwereld. Net om de sociale partners en de regering de mogelijkheid te geven om tot een oplossing te komen. Al hadden we in de een wat meer vertrouwen dan in de ander. De uitspraak van het Grondwettelijk Hof was voor ons en de arbeiders een hoopvol moment. Maar als eenmaal 8 juli gepasseerd is, is het momentum voorbij. De ene wil die klip nemen in de hoop dat van uitstel toch weer afstel komt. De ander wil die nemen en hoopt om zijn gelijk te halen voor de rechtbanken. Al heeft ook dat veel weg van Russische roulette spelen.

Maar iedereen moet zich wel één ding realiseren. Als ook deze deadline nog maar eens passeert. Of als alles in een onooglijk compromis op de lange baan wordt geschoven.  Als ook nu weer de arbeiders niet zouden krijgen waar ze recht op hebben: gelijkheid. Dan komt er moment dat zowel de sociale partners als de regering de rekening van vernietigde hoop zullen gepresenteerd krijgen.

Herwig Jorissen

Voorzitter