de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

Het is bijna één jaar geleden dat Ford aankondigde dat ze de vestiging in Genk – ondanks alle beloftes en akkoorden op papier – ging sluiten. De verontwaardiging  was groot. Alleen verontwaardiging duur zelden lang. Na een lange en voorbeeldige strijd werd er uiteindelijk bij Ford een sociaal akkoord gesloten. Daarin staat dat 1772 werknemers van 52 en plus worden opgevangen in het ‘stelsel van werkloosheid met toeslag’. Gemakshalve wordt dan gezegd ‘het vroegere brugpensioen’. Maar wel met dien verstande dat ze allemaal beschikbaar moeten blijven voor de arbeidsmarkt, opgeroepen en toegeleid naar een andere job kunnen worden. De commissie die de minister van Werk moest adviseren gaf UNANIEM (d werknemers- én werkgeversvertegenwoordigers) een positief advies. Minister De Coninck volgde dat unanieme advies.

De verontwaardiging bij de opiniemakers, gevolgd door de ‘usual suspects’ langs politieke zijde (Vlaams minister Muyters en minister van Pensioenen De Croo op kop)  was nu omgekeerd groot. Het leek wel of een bende profiteurs de kassa was gepasseerd van het kaliber van de bankierbonussen. Een klein maar misschien niet onbelangrijk verschil is dat de bankiers topbonussen ontvingen nadat ze de boel naar de knoppen hadden geholpen en al zeer vlug in even lucratieve jobs weer aan het werk waren.

De werknemers van Ford deden niets verkeerd, integendeel. Een paar jaar voor de aankondiging is de vestiging nog verkozen als de op één na beste Europese Ford-fabriek. De werknemers hadden niets liever gehad dan te kunnen blijven werken bij Ford. Als ze al opnieuw werk zullen vinden, zal dat waarschijnlijk tegen een lager loon zijn. Met de nadruk op ALS. Amper 6% van de nieuwe indiensttredingen zijn 50-plussers, amper 2% 55-plussers. Nergens in Europa zijn de  hertewerkstellingskansen van 50-plussers zo klein als in België. En dat is niet de verantwoordelijkheid van de werknemers of van de overheid, maar van de patroons.

In dezelfde afgelopen week kondigde de topman van Volvo Cars Group, Hakan Samuelsson, aan dat Volvo in Gent zal blijven. Ook al zijn we om evidente redenen op dat gebied behoorlijk cynisch en achterdochtig geworden, is dit goed nieuws. De topman noemde Gent tenslotte ‘onze grootste fabriek en een belangrijke vestiging’. Natuurlijk komt niets voor niets. ‘Ik ben ervan overtuigd dat de fabriek in Gent de uitdaging aanneemt en weet dat de concurrentiekracht en kostenverlagingen de enige garantie zijn voor een toekomst van de fabriek.’ De vakbonden hebben dat al lang begrepen en doen er alles aan om de vestiging in Gent mee-concurrentieel te houden. Maar de topman van Volvo Cars zei ook dat ‘het belangrijk is dat de fabriek in Gent de uitdagingen aangaat en snel handelt. De toestand bij andere merken toont dat dat nodig is. Daarom is volledige steun en begrip van de politiek nodig.’ Alleen bleef het doodstil langs die kant. Het is natuurlijk makkelijker om Ford-werknemers te schofferen dan om zelf iets te doen. Laat het gejammer achteraf dan ook maar achterwege, want daarmee kopen we niets. Evenmin met de geacteerde verontwaardiging als de camera’s lopen.

Wat wel zou kunnen helpen, is dat elke politicus die oren en poten aan zijn lijf heeft iets voor onze industrie en voor onze werknemers zou doen. Nadat uiteraard het levensbelangrijke probleem van ‘naar welke zoo de panda’s mogen gaan’ van de baan is.

Herwig Jorissen
Voorzitter