de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

De regering-Di Rupo bereikte onlangs een akkoord over een aantal relancemaatregelen. De extra middelen die werden gereserveerd kwamen neer op een 150 miljoen euro. Samen met de maatregelen die voor de zomer werden beslist, gaat het om 260 miljoen euro extra.  Volgens de werkgeversfederaties is dat alles de moeite niet waard. Geen relance noch plan, aldus Agoria. De regering wees er terecht op dat, eerdere ingrepen meegerekend, er voor volgend jaar sprake is van meer dan 1,1 miljard euro extra om de economie, de bedrijven en de koopkracht te ondersteunen. Maar (meer dan) één miljard euro is slechts kleingeld voor UNIZO-verdwaasden die echt hadden gedacht dat er ineens zeven miljard zou op tafel worden getoverd.
 
Desalniettemin is 2013 het zoveelste moeilijke jaar op rij voor de (technologische maak)industrie. Ondanks een lichte verbetering in het tweede kwartaal verwacht Agoria dat de activiteit in 2013 opnieuw met 3,5 procent zal dalen. Ook de daling van de werkgelegenheid houdt aan in de technologische industrie: tussen december 2008 en december 2013 zullen 37.000 banen verdwenen zijn. Voor 2013 verwacht Agoria dat er 3 procent oftewel 9.000 banen minder zullen zijn in de technologische industrie. Dat zijn geen cijfers om vrolijk van te worden. Er is daarom inderdaad een relanceplan specifiek voor de (technologische maak)industrie nodig. En dringend. En dan kom je uit bij de kostendiscussie. Niet alleen de loonkost, ook de energiekost en de grondstoffenkost. 
 
Uit een studie – uitgevoerd in het kader van ons tweede Statutair Congres in november – blijkt overduidelijk dat (op korte en middellange termijn ) de bevoorrading van onze sector met fossiele brandstoffen en zeldzame aardmetalen een ernstige bedreiging vormt voor een verdere duurzame industriële ontwikkeling. Die schaarste zal de prijzen omhoog jagen en industriële productie nog duurder maken en aldus in het gedrang brengen. Voor de industrie is energie een van de belangrijkste kostenposten, in sommige gevallen zelfs 60 à 70 procent van de totale kostenstructuur. Ook op dat terrein kunnen de verschillende regeringen de nodige maatregelen treffen. En in derde orde is er inderdaad het loonkostdebat. Na alle expertiserapporten is er op politiek niveau, zoals bij de sociale partners, nog steeds geen akkoord over de proportie die deze handicap zou aannemen. Wel is iedereen het erover eens dat er de handicap een feit is. De extra maatregelen die hieromtrent werden genomen komen vooral de KMO’s ten goede. Er is niets mis mee om specifieke maatregelen te treffen voor bepaalde doelgroepen of KMO’s. Ook in de metaalsectoren zijn er heel wat kleine ondernemingen actief. De realiteit is echter dat 5 procent van alle metaalbedrijven (= bedrijven met meer dan 50 werknemers) verantwoordelijk zijn voor 77 procent van de tewerkstelling in de metaal. Of om te demonstreren hoe kwetsbaar onze tewerkstelling is: 1 procent van de metaalbedrijven (= bedrijven met meer dan 250 werknemers) is verantwoordelijk voor 55 procent van de tewerkstelling. Daarom hebben we – ook op het gebied van de loonkost – nood aan maatregelen waarvan al onze bedrijven de vruchten kunnen plukken. Dat is niet alleen een kwestie van behouden wat je behouden kan. Een nieuwe industrialisering bouw je op de fundamenten van de vorige, niet op de ruïnes ervan.
 
De verschillende politieke partijen (op één na) zeggen allemaal dat ze in 2014 gaan voor een sociaaleconomische regering zonder staatshervorming. Het is goed om de prioriteiten te stellen. Alleen is het de vraag of onze industrie het nog rekt tot na de volgende verkiezingen. Hoog tijd om kort(er) op de bal te spelen.
 
Herwig Jorissen
Voorzitter