de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

In de meeste van onze sectoren zijn de onderhandelingen voor een nieuwe cao eindelijk van start gegaan. De eisenbundels zijn neergelegd, het tijdspad is uitgestippeld. In normale omstandigheden waren de onderhandelingen begin dit jaar opgestart en waren ze al lang rond geweest. De reden waarom het zo lang geduurd heeft, had alles te maken met het arbeiders- en bediendestatuut. Zolang er geen duidelijkheid was over wat er zou gebeuren naar aanleiding van de deadline inzake opzegtermijnen en carenzdag die het Grondwettelijk Hof had opgelegd, wilden de patroons niet aan tafel gaan zitten. Nu de wetsontwerpen klaar en nieuwe regelingen in de maak zijn, kunnen we eindelijk beginnen.
 
Een ding is hoe dan duidelijk. Het zullen geen ‘normale’ sectorale onderhandelingen worden. De regering heeft immers de loonmarge vastgesteld op 0 %. We kunnen dus niet vrij onderhandelen over zulk een essentiële materie als lonen. We zijn het oneens met deze inmenging in het sociaal overleg, maar het betekent ook dat we des te nauwgezetter onze prioriteiten zullen moeten definiëren:
 
-Het is van het grootste belang om onze sociale fondsen als element van solidariteit en herverdeling van de welvaart stevig te verankeren, mede met het oog op het eenheidsstatuut o.a. door werkgeversbijdragen van bepaalde duur te bestendigen naar onbepaalde duur; 
-De oude brugpensioenregelingen (nu spreken we over ‘stelsel met werkloosheidstoeslag’ ofwel SWT) moeten we maximaal verlengen, aangezien de sectorale en bedrijfscao’s met gunstige leeftijdsvoorwaarden eind 2014 verdwijnen (57 jaar mits 38 jaar loopbaan wordt 60 jaar). We moeten ook een sectorale SWT afsluiten voor SWT zware beroepen (58 jaar mits 35 jaar loopbaan);
-We moeten inzetten op een verhoging van de bijdrage voor het Pensioenfonds, want dat is ongeveer het enige dat buiten de 0-norm valt;
-We moeten een sectoraal kader uitwerken voor de ‘werknemer in moeilijkheden’ om de job in de metaalsector werkbaar te maken en te houden gedurende de hele loopbaan, met bijzondere aandacht voor de oudere werknemers;
-Het recht op 4/5-landingsbaan voor werknemers met een loopbaan van 28 jaar moeten we invoeren;
-We ijveren voor de uitbouw en versterking van de opleidingsfondsen o.m. in functie van de grotere vraag naar een outplacementpakketten (in het kader van het eenheidsstatuut).
 
Ook zonder loonnorm valt er dus nog over heel wat te onderhandelen, evenwel goed wetende dat op de achtergrond heel de relancediscussie speelt. Hoe houden we de MAAK- en HERMAAKsector competitief? Hoe zorgen we ervoor dat onze maakindustrie niet verder in de verdrukking komt? Allemaal belangrijke uitdagingen voor onze sectoren. Alle sociale partners hebben er belang om deze uitdagingen tot een goed einde te brengen.
 
Herwig Jorissen
Voorzitter