de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

Op 21 en 22 november – midden in de klimaatweek – houdt ABVV-Metaal in Genk zijn tweede Statutair Congres op de oude mijnsite van Winterslag. In 1917 werd daar voor het eerst in Limburg steenkool naar boven gehaald. En op een steenworp van het congrescentrum rolt straks de laatste auto van de band bij Ford Genk. Het lijkt wel het verhaal van een halve eeuw industriële ontwikkeling. Het lijkt bijna – na alle klappen – alsof dat verhaal een einde lijkt te kennen. 
 
Het is een feit dat in 1970 veertig procent van de actieve bevolking in de industrie werkte en vandaag nog zo’n twintig procent. Desondanks zijn we ervan overtuigd dat deze voortschrijdende desindustrialisering geen natuurwet is. Het is bovendien ook zo dat landen die hun industriële basis kwijtraken economisch slechter presteren. Ze missen export, waardoor hun handels- en financiële balans verzwakt en dus ook hun economische draagkracht. Hoe breder de economische basis, hoe meer een overheid kan uitgeven. De industrie vormt de basis van de economische piramide. De industrie is en blijft de basis van onze welvaart.
 
Het is mede onze taak om de erosie van ons  industrieel weefsel met alle middelen tegen te houden. In dat kader moeten we ook aan de kost denken. Niet alleen aan de loonkost, ook aan de energie- en grondstoffenkost. Zelfs dat zal niet volstaan. Nee, om onze welvaart te behouden is een nieuwe industrialisering nodig, maar binnen een context van duurzame ontwikkeling.
 
De maatschappelijke uitdagingen waarvoor we staan, vragen grote inspanningen op vlak van energie en brandstof, klimaatverandering, waterschaarste … Specifiek voor de metaalsector is er de grondstoffenschaarste: naar alle verwachtingen zal de vraag naar grondstoffen de volgende 20 jaar met 55 procent toenemen. Op korte termijn (tegen 2015!) verwacht men een risico voor een vijftal metalen en op middellange termijn (2020) voor een viertal andere metalen. Dit risico geldt niet alleen voor de productie in een bedrijf, maar ook voor de machines die nodig zijn om te kunnen produceren in het eigen bedrijf, stroomopwaarts of –afwaarts. Voor onze sectoren gaat het dan om meer dan 460 bedrijven. De bedreiging die schuilt in de schaarste van een aantal metalen/materialen kunnen en moeten we met behulp van technologische en systeeminnovatie en met kennisdeling ombuigen tot een opportuniteit: bouwen aan een nieuw industrieel ecosysteem met oog voor een gezonde economie, kwaliteitsvolle (volwaardige en  werkbare) jobs in een slimme, innovatieve productie en logistieke omgeving en een zo klein mogelijk negatieve klimaat- en  milieu-impact. 
 
Zo’n transitie is niet mogelijk zonder een zo groot mogelijk draagvlak in de sectoren en in de bedrijven. Werken aan dat draagvlak en de aanzet voor deze oefening – welke transitie is er nodig om een duurzaam industrieel beleid te ontwikkelen binnen de metaalsectoren? – is de opdracht voor ons tweede Statutair Congres. Het begin schrijven van een nieuw industrieel verhaal.
 
Herwig Jorissen
Voorzitter