de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Vorige week hield ABVV-Metaal zijn tweede Statutair Congres op de oude mijnsite van Winterslag op amper een paar kilometer van Ford. Bijna alsof een industrieel verhaal daar een einde kende. We maakten er de balans op van de afgelopen vier jaar waarin we in het oog zaten van een van de ergste economische financiële stormen. Vier jaar waarin de maakindustrie in het algemeen en de metaal in het bijzonder enorme klappen hebben gekregen. Bijna 30.000 jobs gingen verloren: van de strijd om Opel tot de sluiting van Ford, grote multinationals, kleine KMO’s, herstructureringen, regelrechte sluitingen, maar altijd voor diegene die het meemaakt, de klap, het ongeloof, de pijn, de ontreddering.
 
Op die plek hebben we de vraag gesteld die onze afgevaardigde en volksvertegenwoordiger Meryame Kitir in die vreselijke Ford-week in de Kamer aan premier Di Rupo stelde: ‘En nu?’. En die vraag gaat zowel over onze industrie als over onszelf, de vakbond. We hebben duidelijk gesteld dat onze industrie een toekomstgerichte transitie moet doormaken om voor de welvaart van de volgende generaties te kunnen blijven zorgen. 
 
Maar geldt hetzelfde niet voor onszelf? Zijn onze structuren en onze middelen nog goed genoeg om de belangen van de werknemers adequaat te kunnen behartigen? Bij de sociale verkiezingen gaat ruimschoots 80 procent van de stemgerechtigde arbeiders stemmen. Bij de jongeren is dat iets meer dan 30 procent. We kunnen dat, gemakshalve, op de jongeren steken en zeggen dat ze het niet begrepen hebben. Of hebben wij het niet begrepen en houden ze ons misschien een spiegel voor? Met de opportuniteiten die het eenheidsstatuut met zich meebrengt zal de vraag zijn of we naar een nieuwe structuur gaan, ook binnen het ABVV? Wordt dat er één die de bestaande machtsverhoudingen binnen de oude structuur  consolideert? Of zullen we een structuur uittekenen die het lid centraal stelt en die ervoor zorgt dat we ook voor de werknemers van morgen nog die rode representatieve vakbond blijven? Het eerste is allicht makkelijker dan het eerste, maar het tweede, heeft ons Congres duidelijk gesteld, is wat nodig is.
 
Een kleine 200.000 werknemers werken in zo’n 10.000 metaalbedrijven. Meer dan 90 procent van die bedrijven stellen minder dan 50 werknemers tewerk, dikwijls zonder vakbondsvertegenwoordiging. Ook de metaal is in dat opzicht een KMO-land. Maar drie vierde van die 200.000 werkt wel in een bedrijf met meer dan 50 werknemers, dus met een verkozen syndicale vertegenwoordiging. En 55 procent van de tewerkstelling vindt plaats in 113 bedrijven met meer dan 250 werknemers. Het is onze sterkte en onze zwakte. We zullen moeten communiceren met die werknemers in bijna 90 procent van de bedrijven waar we niet binnen zijn. Dat is de uitdaging. Maar we bereiken wel 75 procent van de werknemers. En met de mobilisatiekracht van de metallo’s kunnen we zorgen voor verandering: in de industrie, in onze bedrijven en in onze syndicale aanpak. Van uitdaging naar verandering, dat is waar het de komende vier jaar om gaat.
 
Herwig Jorissen
Voorzitter
 
Alle info / verslagen / ... vind je op de congreswebsite www.abvvmetaalcongres.be