de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

Het is december en we zitten voor onze sectorale onderhandelingen nog altijd niet verder dan de eerste rondes. We zitten midden de CAO-periode 2013-2014 en in geen enkele sector is momenteel concreet zicht op een akkoord. Ik denk niet dat we deze situatie al ooit hebben meegemaakt. Tegen de tijd dat de teksten van de akkoorden zullen uitgeschreven zijn, kunnen we, bij wijze van boutade, beginnen onderhandelen voor het akkoord 2015-2016.
 
Dat het moeilijke onderhandelingen gingen worden, wisten we. In de nasleep van de ergste financieel-economische crisis is het nooit makkelijk onderhandelen. Maar het zijn deze keer wel zeer ‘vreemde’ onderhandelingen geworden. In de mate dat je nog van onderhandelingen kan spreken. Enerzijds zorgt de loonblokkering ervoor dat er geen enkele marge is. Want behalve CAO 90 en het aanvullend pensioenfonds is er niets mogelijk. Anderzijds hebben de patroons de uitbreiding van de flexibiliteit al op een dienblad aangeboden gekregen. Met andere woorden ‘neen’ zeggen volstaat voor de patroons. Zij hebben toch al wat ze moeten hebben. Het zijn onderhandelingen die we moeten voeren met de handen gebonden. Het komt erop neer dat we eigenlijk nog net onze handtekening mogen zetten.
 
Vandaar dat we er alles aan doen om minstens op het vlak van het aanvullend pensioen een doorbraak te realiseren. Nu dreigen we in een situatie te verzanden waarbij het de arbeiders en enkel de arbeiders zijn die de rekening van de crisis moeten betalen. De patroons hebben hun verlanglijstje binnen en de bedienden hebben naast de index tenminste nog hun baremieke verhogingen.
 
Bovendien hebben we ons niet alleen geconcentreerd op kwantitatieve, maar ook op kwalitatieve eisen. In onze congresresolutie was er bijzondere aandacht voor werkbaar werk. ABVV-Metaal heeft nu een sectoraal model uitgewerkt en dat eveneens op de onderhandelingstafel gelegd. Meer informatie hierover vind je hiernaast. Werkbaar werk is niet een issue van ‘oudere’ werknemers. Werkbaar werk is een loopbaanplanning voor alle werknemers. De vraag is dus of de patroons bereid zijn om concreet mee te denken met de werknemers hoe we dat kunnen organiseren. Of moeten we er nog eens aan herinneren dat volgens de recente cijfers van de Stichting Innovatie & Arbeid meer dan 47 procent van de metaalarbeiders geen werkbaar werk hebben?
Er is dus voorlopig dus misschien weinig reden om te feesten. Maar laat ons dat toch maar doen. We wensen dan ook al onze leden een degelijk akkoord (in de mate van het mogelijke), een goede werkbare job en vooral geen verdere herstructureringen en/of sluiting. En misschien wel het belangrijkste van al, straks bij de overgang van oud naar nieuw: een goede gezondheid.
 
Herwig Jorissen
Voorzitter