de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

Onlangs pakte de VRT uit met een foto van Vlaanderen. Met een aantal opvallende conclusies. Eerst en vooral de Vlaming blijkt bijzonder gehecht aan de welvaarts- en verzorgingsstaat. Hij/zij wil niet minder sociale zekerheid, maar meer. Meer Sociaal en meer Zekerheid. En de grootste Vlaamse bekommernis is het pensioen. Er zijn weinig mensen die zich geen zorgen hoeven te maken over later. 67 % is bang voor een te lage levensstandaard eens hij of zij met pensioen is.

Ongeveer op hetzelfde moment stond er in de kranten dat Baron Buysse, voorzitter van de Raad van Bestuur bij Bekaert, 3,541 miljoen euro uitgekeerd krijgt voor opgebouwde pensioenrechten sinds 2000. Het gaat om een som van 2,5557 miljoen euro aangevuld met 984.000 euro interesten. Alvast 1 Vlaming die zich geen zorgen hoeft te maken over zijn pensioen.

Uit diezelfde VRT-enquête is ook gebleken dat ongeveer de helft van de Vlamingen zich zorgen maakt over zijn job. De arbeiders in de industrie, en dat zal niemand verbazen, maken zich het meeste zorgen.

Ongeveer op hetzelfde moment stond in de kranten dat de huidige CEO van Bekaert, Bert De Graeve, voor de ’voortijdige’ beëindiging van zijn contract als CEO (hij volgt Baron Buysse op als voorzitter van de Raad van Beheer) een brutovergoeding krijgt van 1,836 miljoen euro. In 2013 verdiende Bert De Graeve 1,723 miljoen euro (waaronder een bonus van 660.000 euro). Dat is 62 % meer dan in 2012. Deze stijging heeft hij te danken aan de bonus. In 2012 was er geen bonus, omdat Bekaert toen verlies maakte.

In 2013 was er opnieuw winst en een bonus voor de CEO. Vanzelfsprekend zijn we tevreden dat het weer beter gaat met Bekaert, maar zoals Kenneth Blomme, ABVV-Metaal-hoofdafgevaardigde bij Bekaert Aalter, zei: ‘Dit is niet alleen een klap in het gezicht van die honderden mensen die de voorbije jaren hun baan verloren, maar ook van de achterblijvers. Niet alleen onze lonen werden bevroren, maar ook onze werknemersbonus. Wij moesten tevreden zijn met een prestatiebonus van 350 euro.’ Toch alvast 1 Vlaming die zich wat minder zorgen hoeft te maken.

Het verschil tussen de bezorgdheid van de doorsnee-Vlamingen en de exuberante bedragen waarvan sprake, valt onder de noemer ‘ongelijkheid’. Uit een OESO-rapport blijkt dat België het goed doet. Dankzij ons uitgebreid systeem van sociale zekerheid ligt de inkomensongelijkheid bij ons onder het Europees gemiddelde (in 2012 hadden de 10 % rijkste Belgen 5,6 keer meer inkomen dan de 10 % armste Belgen). Maar de armoede is niet alleen nog steeds prominent aanwezig (9,7 procent van de Belgische gezinnen krijgt het predicaat 'arm' van de OESO), ze is toegenomen. Nog dramatischer wordt het als we naar de vermogens kijken. De 10 % rijkste gezinnen zijn goed voor 44 % van het totale netto vermogen en bezitten gemiddeld 1,5 miljoen euro. Dat is ruim 500 keer zoveel als het gemiddelde van de 20 % armste gezinnen.

Het Wereld Economisch Forum stelde in zijn Global Risk-rapport dat inkomensongelijkheid het grootste risico vormt voor de komende tien jaar en de topvrouw van het Internationaal Monetair Fonds, Christine Lagarde, zei dat ‘in veel te veel landen de geneugten van groei door veel te weinig mensen worden genoten’. Als dat de inzet van de politieke debatten zou zijn, dan zouden de Vlamingen zich misschien wat minder zorgen hoeven te maken over hun toekomst.

Herwig Jorissen
Voorzitter