de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Terwijl het land nog in een WK-roes leeft, proberen de politici tussen de wedstrijden door op alle niveaus regeringen op de been te krijgen. Zoals in het voetbal kan ook op het politiek vlak (op het moment dat we dit edito schrijven) de bal nog alle kanten op. Wat de uitkomst ook mag zijn, het zal een regering worden die de klemtoon zal leggen op het socio-economische. En die focus is alvast goed. Alleen zal de insteek en het resultaat voor de werknemers een wereld van verschil zijn.



Onze industrie moet competitief zijn. Daar is niets mis mee. Ook de werknemers in dit land hebben voordeel aan sterke bedrijven. Maar sommigen focussen maar al tegemakkelijk op loonkost en anderen op indexsprongen. Alsof de werknemers in dit land schuldig zijn aan het verlies aan competitiviteit van de Belgische industrie. Het zijn niet de Belgische werknemers die verantwoordelijk zijn voor het gebrek aan innovatie in onze bedrijven. Het zijn niet de werknemers die het beleid in de bedrijven bepalen, die te weinig investeren in opleiding….



Zelfs als het op kosten aankomt, heeft onze industrie heel wat andere katten te geselen dan alleen maar de zogezegde loonkost. Nyrstar heeft een zinkfabriek in Balen en eentje in Bundel in Nederland, amper dertig kilometer verder. Maar die dertig kilometer betekenen een verschil van miljoenen euro’s. Niet door de loonkosten, maar door de energiefactuur. Beide fabrieken hebben een identieke capaciteit, maar het verschil in elektriciteitskosten bedraagt 8 miljoen euro per jaar. Het verschil met de Duitse fabrieken is nog groter en loopt op tot 13 à 14 miljoen euro per jaar.


Wat geldt voor Nyrstar, geldt vanzelfsprekend voor de ganse industrie. Volgens een studie van Deloitte betalen grote industriële bedrijven in België gemiddeld 9 tot 47 procent meer voor hun aangekochte elektriciteit dan in de buurlanden. Zelfs als we de patronale cijfers inzake loonkost zouden moeten geloven (en daar is geen reden toe), dan swingen de energiekostverschillen met onze buurlanden echt de pan uit.De energiefactuur bij een bedrijf als Totalvertegenwoordigt maar liefst 50 procent van de totale kosten, méér dus dan de loonkosten (25 procent).



Misschien kunnen we de loonnorm beter laten voor wat hij is, vrije onderhandelingen in ere herstellen en een energienorm installeren? Want inhaalmaneuvers en compensaties geven anders alleen maar aanleiding tot gelijkaardige ingrepen door de regeringen van onze buurlanden. En we moeten ook niet dezelfde weg op alsDuitsland waar de consumenten door middel van hogere energieprijzen de goedkopere energie van de bedrijven financieren.



Een WK voetbal maakt heel wat energie los. Misschien kunnen de politici die aanwenden om iets te doen aan de kost ervan?!



Herwig Jorissen


Voorzitter