MIRANDA BLOGT ... Over omikron, sociaal overleg en doorgaan

In tijden van corona en coronavarianten, met een besmettingsgraad die nog altijd zorgwekkend is, maar waar de vaccinaties hun werk doen, staat het begin van dit nieuwe jaar in het teken van herstel, van opleving, van meer zekerheid te hebben en grip te krijgen op ons leven. We hopen het ergste achter de rug te hebben, desondanks moeten we eerst nog een zoveelste golf van besmettingen doorspartelen.

Het is naar aanleiding van die oplopende besmettingen als gevolg van de omikron-variant dat de werkgeversorganisaties toenemende afwezigheden en personeelstekorten vrezen en zij met hun eisencahier onder de arm naar de premier stapten. Die nodigde vervolgens de sociale gesprekspartners binnen de Groep van 10 uit om voorstellen te doen. Een kader dat het akkoord van vakbonden en werkgevers kreeg, kwam er echter (nog) niet. Niet omdat we niet zouden willen; wij als ABVV waren en blijven bereid om oplossingen te zoeken als er zich acute problemen zouden voordoen, maar wel op voorwaarde dat de aanpak gericht is en vooral het resultaat is van sociaal overleg op sectorniveau.

Ik zet voor jullie even de puntjes op de i.

Ten eerste, er is geen reden tot paniek. We moeten ons uiteraard wel voorbereiden indien de situatie op het terrein zou ontsporen, maar op dit moment zijn er geen aanwijzingen in die zin. De consultatie van onze verantwoordelijken in de sectoren bevestigt dat bovendien. Noch de werkgevers, noch de regering konden overigens het tegendeel bewijzen.

Ten tweede, indien de situatie zou verergeren en bedrijven met gigantische personeelsproblemen zouden te kampen hebben, dan laten de bestaande arbeidswetgeving en sociale akkoorden toe om daaraan het hoofd te bieden. Wij willen ook daarom geen verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt.

Vervolgens is het zo dat de situatie op het terrein heel sterk verschilt. Daarom is een gerichte aanpak nodig. Een aanpak die dus rekening houdt met de sectorale diversiteit. Het ABVV eist daarom inspraak van de sociale gesprekspartners in de sectoren. In heel wat sectoren bestaan al afspraken over hoe men omgaat met (acute) personeelstekorten, zoals afspraken om voorrang te geven aan bijkomende uren voor deeltijdse werknemers.

Verder moet men vooral blijven inzetten op preventie. Wij willen dat de werkgevers de afspraken rond de gezondheid en veiligheidspreventie en rond het telewerk strikt naleven. Daar moet meer toezicht op komen.

Tot slot verwachten wij van de bedrijven dat ze bij acute personeelsproblemen kansen geven aan wie die het meest nodig heeft, zoals deeltijdse werknemers die extra uren willen werken, maar ook volledig werklozen en mensen zonder papieren.

Het moet gezegd dat bij aanvang van het overleg, de werkgeversorganisaties de nadruk legden op bijkomende flexibiliteit (nog meer overuren, uitbreiden van flexijobs naar alle sectoren, optrekken dag- en weekgrenzen voor ploegenarbeid…). In de loop van het overleg werd dat wat afgezwakt, maar wensten ze het sectoraal overleg buiten spel te zetten. Wij kunnen niet aanvaarden dat ons sociaal overlegmodel op de helling wordt gezet. Er moet echt eens een einde komen aan het systematisch buitenspel zetten van het sectoroverleg, terwijl dit opnieuw zijn meerwaarde heeft aangetoond doorheen de coronacrisis, onder meer in het kader van het preventiebeleid.

Januari is nog niet voorbij en we moeten ons als werknemers al duchtig weren. Maar zoals ik al schreef in mijn vorige blog: laat 2022 vooral een sterk en gezond sociaal jaar worden, een jaar waarin we elkaar terugvinden in collectieve akkoorden en sociale strijd!

 Miranda