In gesprek met... Jurgen Masure

Het stormt doorheen onze contreien. En dat is goed. Het klimaatprotest raasde de afgelopen maanden door ons politiek bestel en samenleving. Tegenstanders maakten er een sport van dit protest te ridiculiseren. Klimaatspijbelaars, -marsen en sit-ins, de jarenlange klimaatlakse politieke houding moest het stevig ontgelden. 26 mei zal bepalend zijn.

Binnen 46 dagen trekken we naar de stembus. De hoogmis van onze democratie. Driewerf hoera! Dankzij Greta en Anuna is het klimaat een zeer belangrijk verkiezingsthema geworden. Waarvoor dank. Echt. Want we hebben nog maar een goed decennium om onze CO2-uitstoot te halveren en de ergste gevolgen van klimaatverandering te vermijden. In 2024, bij de volgende federale en Europese verkiezingen, is bijna de helft hiervan verstreken. Hoogdringend dus.

De afgelopen vier jaren waren de vier warmste sinds het begin van de metingen. De gemiddelde temperatuur ligt nu ongeveer 1 graad Celsius hoger dan voor het begin van de industriële revolutie. Kortom, we hebben nood aan ‘verregaande en ongeziene veranderingen’.

In België

In het federaal regeerakkoord van oktober 2014 bleek dat de regering-Michel een ‘ambitieus, effectief en realistisch’ klimaatbeleid zou voeren. Niets bleek minder waar. Ons land doet/deed het barslecht. Een Belgische klimaatklucht, ik schreef het al eens. Uit internationale vergelijken blijkt dat het voor ons land met de hakken over de sloot is. We presteren onderaan het gemiddelde. Nu, geen enkel land presteert naar behoren, maar voor ons lonkt toch de megalage ambitiezone. Dat moet compleet anders, ASAP. Het is, jawel, hoogdringend.

Uit de 4de nationale klimaatenquête uit 2017 bleek dat 85% van de Belgen klimaatverandering beschouwt als een probleem dat dringend aangepakt moet worden. Superdringend aangepakt moet worden. Eén van de verdiensten van de moedige klimaatspijbelaars is dat ze politici kleur hebben doen bekennen. Klimaat (en wie de rekening gepresenteerd krijgt) zal met andere woorden een van de bepalende thema’s zijn bij de verkiezingen van 26 mei.

In Nederland was het klimaat de grote groene splijtzwam tijdens de laatste Provinciale Statenverkiezingen. GroenLinks (pro klimaatactie) en Forum voor Democratie (contra) wonnen stevig. Het klimaat polariseert. In Noorwegen daarentegen zijn regering én oppositie het erover eens dat klimaatverandering hard moet worden aangepakt. Het klimaat groepeert.

En dan hebben we de situatie in ons land, waar de topman van de werkgeversorganisaties vrolijk komt vertellen dat ‘economie, en niet het klimaat of koopkracht’ hét belangrijkste verkiezingsthema is, waar de grootste Vlaamse partij tegelijk koud en warm blaast over klimaat en mobiliteit en waar regering en oppositie moeizaam samenwerken om tot een doortastend en ambitieus klimaatbeleid te komen. Ik hou mijn hart vast voor na 26 mei. Maar hoop doet leven, zeker?

Kan het nog anders?

Het zal wel moeten. Maar dat wordt niet gemakkelijk. Met mooie woorden alleen zal de uitstoot van broeikasgassen structureel niet dalen. Momenteel stijgt die uitstoot. Dat neemt niet weg dat ook de burger het er mooi mee heeft gehad. Een steeds groter aantal is gewonnen voor een versterking van de coördinerende rol van de federale overheid, een betere samenwerking tussen de overheden en, jawel, een klimaatwet, waarin de doelstellingen, het kader en de instrumenten van het klimaatbeleid worden vastgelegd (en dit dateert nog van 2017, ik heb zo een groen vermoeden dat ze vandaag een pak hoger zullen liggen). Dus, ‘dames en heren politici’, waar wachten jullie nog op? Wij vragen, jullie draaien? Of werkt het zo niet?

Een andere belangrijke vraag: wie gaat dat allemaal betalen? De burger? Het grootbedrijf? De samenleving? Op wie vallen de kosten? Het klimaatvraagstuk is en blijft een sociaal vraagstuk. Het ‘economische’ kan je niet los zien van het ‘ecologische’. Twee zijden van eenzelfde medaille. De omslag naar een klimaatneutrale economie in 2050 moet sociaal rechtvaardig zijn. De Internationale Arbeidsorganisatie zegt dat. Het klimaatakkoord van Parijs zegt dat. De klimaatonderhandelaars tijdens de COP24 in het Poolse Katowice onderhandelden dat.

Bovendien, resoluut inzetten op een transitie naar een koolstofarme economie/samenleving levert jobs op. Net als alle grote transities (digitalisering, veroudering van de beroepsbevolking,...) is dit een herverdelingsvraagstuk. Een belangrijke sleutel ligt met name in handen van de overheid. Overheidssturing en -investeringen op vlak van isolatie en energiebesparing, hernieuwbare energie of openbaar vervoer bieden uitzicht, perspectief. Een klimaatbeleid staat of valt met een investeringsbeleid. Een Green New Deal, maar dan op z’n Belgisch, met wat extra mayonaise.

Kortom, het kan niet zijn dat de rekening wordt doorgerekend aan de kleintjes. De grootste vervuilers moeten betalen. Maar dat neemt niet weg dat de (humanitaire en planetaire) kost van de klimaatverandering met de dag groter wordt. Verder aanmodderen in de klimaatmarge mag niet langer een optie zijn. Daarom dat komende verkiezingen o zo belangrijk worden. Ongelooflijk belangrijk. Kortom, laat het klimaat de winnaar worden met de verkiezingen op zondag26 mei.

Jurgen Masure

Klimaatkamerad

Meer blogs van Jurgen:

Die heerlijke solidariteit van #claimtheclimate gaan we nodig hebben

De schaduwzijde van het WK-voetbal
De Belgische klimaatklucht, aflevering zoveel
Tom Waes kan ons wat leren over klimaatvluchtelingen
Wat de leeuwenkoning te maken heeft met kringloopeconomie
Dit is geen vrolijke wake-up call, maar wel een broodnodige