In gesprek met ... Lore Tack.

Sinds het schooljaar 2016-2017 wordt met het duale systeem geëxperimenteerd. Dat gebeurt binnen zogenaamde ‘duale proeftuinen’. Er werd gestart bij 6 studierichtingen in 39 scholen. Het schooljaar nadien was er sprake van 21 studierichtingen verspreid over 83 scholen en dit schooljaar breidde het proefproject verder uit tot een totaal van 50 studierichtingen in 187 scholen.

Volgend schooljaar treedt het decreet ‘duaal’ leren in werking. Duaal leren zou een van de maatregelen moeten zijn om ongekwalificeerde uitstroom tegen te gaan. Een combinatie van leren op de werkplek met leren op de schoolbank trekt namelijk een heel divers leerlingenpubliek aan. De ene ervaart het als een kans, de andere ziet het eerder als een ‘final option’, omdat hij/zij voltijds op de schoolbanken leren niet meer ziet zitten. In het laatste geval betekent dit vaak wel of geen kwalificatie behalen.

Duaal leren moet er zijn voor beide groepen. Op een aantal vlakken moeten we dan ook nog steeds heel waakzaam zijn. Hoog tijd dus om een evaluatie te maken van onze strijdpunten en ons de vraag te stellen of 1+1 gelijk is aan 3.

Ook duale leerlingen verdienen een eerlijke vergoeding

Een leerling die 20 uren of meer leert op de werkplek binnen een duaal erkende opleiding en onderneming krijgt een Overeenkomst Alternerende Opleiding (OAO). Bedraagt het werkplekleren minder dan 20 uren, krijgt hij/zij een Stageovereenkomst Alternerende Opleiding (SOAO). Een grens, gebaseerd op het sokkelstatuut. Niks aan de hand, zo lijkt, want vanaf 20 uren bouw je je sociale rechten op.

Klopt, maar waarom moet de leerling die slechts 18 uren op de werkplek mág leren (u leest het goed: ‘mag’. Of er geleerd wordt met een stageovereenkomst of overeenkomst alternerende opleiding, wordt vastgelegd door de samenstellers van de duale standaardtrajecten), dit volledig onvergoed doen?

Stel dat uw dochter in haar 5e jaar zou willen starten met de duale opleiding elektromechanische technieken, dan zal zij in geen geval een vergoeding zien, want ze krijgt een stageovereenkomst.

Aan de vergoeding kunnen we voorlopig niks veranderen, maar het is dus voor ons als vakbond van groot belang om erop toe te zien dat er geen misbruik plaatsvindt bij het vastleggen van het aantal uren werkplekleren. Concreet pleiten we dus voor OAO’s als norm, SOAO’s als uitzondering. Het al dan niet krijgen van een financiële incentive kan het verschil betekenen tussen gekwalificeerd of ongekwalificeerd uitstromen. En laten we eerlijk zijn, een maandelijkse vergoeding tussen de 462 en 549 euro, dat is rond de 6 euro per uur, is toch ook niet spectaculair hoog te noemen.

Ook duale leerlingen verdienen rust

De zomervakantie is nog maar achter de rug, en we denken misschien al aan ons volgend verlof. Dat is menselijk. Ook leerlingen verdienen rustmomenten tijdens hun studies. Of willen we hen met een burn-out laten afstuderen? Momenteel is het namelijk zo dat niet-duale leerlingen ongeveer 75 dagen vakantie krijgen en duale leerlingen met een overeenkomst alternerende opleiding slechts 20 onbetaalde en maximum 20 betaalde vakantiedagen (tenzij ze in het voltijds onderwijs en niet in het deeltijds beroepssecundair onderwijs of bij Syntra school lopen). Ik stel mij oprecht en bezorgd de vraag of een jongere van 17 jaar tijdens die korte periode voldoende kan recupereren, zowel mentaal als fysiek, tijdens een schooljaar waarin hij/zij álle leerstof dient te verwerken. Zijn/haar werkweek is gebaseerd op de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de onderneming. Dit betekent dat hij/zij tijdens de week al gemiddeld een zestal uren minder tijd heeft om de leerstof te verwerken.

De onderhandelingen over de vakantieregeling voor duale leerlingen lopen nog steeds. Het voorliggend voorstel is 60 dagen, waarvan maximaal 20 dagen betaald verlof.

Een menselijke vakantieregeling kan niet alleen een impact hebben op gekwalificeerd of ongekwalificeerd uitstromen, maar ook op het mentale welbevinden van jongeren die de arbeidsmarkt zullen betreden of doorstromen naar het hoger onderwijs.

1+1=2

Werkplekleren heeft voordelen voor de leerlingen, de onderwijsinstellingen en opleidingsverstrekkers, de ondernemingen en de samenleving:

Voor de leerlingen: die een beroep kunnen doen op de nieuwste technologie en de meest actuele infrastructuur zodat ze goed opgeleid en goed voorbereid de arbeidsmarkt kunnen betreden;

Voor onderwijsinstellingen en opleidingsvestrekkers: die hun programma’s up-to-date kunnen houden; Voor ondernemingen: die op deze manier bijdragen aan een goede opleiding van hun toekomstige werknemers;

Voor de samenleving in zijn geheel: door meer gekwalificeerde jongeren en mindere (jeugd)werkloosheid.

Er valt dus veel te winnen in dit systeem, maar de randvoorwaarden vormen een cruciale factor. Zorg voor goed opgeleide mentoren, veilige leeromgevingen en ondersteuning binnen de leercontext, voldoende hoge financiële incentives voor de leerlingen last but not least: erken jongeren als jongeren in al hun facetten. Alleen dan zal 1+1 gelijk zijn aan 3.

Lore Tack
Adviseur onderwijs- en diversiteitsbeleid en economische migratie bij de studiedienst van het Vlaams ABVV
Zetelt voor duaal leren onder andere in de Sociaal Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en het Vlaams Partnerschap