In gesprek met ... Peter Bostyn.

Begin de jaren zeventig van de vorige eeuw rolde een golf van stakingen over het land. De conflicten hadden vaak te maken met een onvrede over de kwaliteit van het werk. Aangezien deze problemen moeilijk een weg vonden naar het sociaal overleg of met materiële voordelen konden worden gladgestreken, ontstond in tal van bedrijven een aanhoudend gespannen klimaat.

Het ABVV kiest voor het verzet

Zowel het ACV als het ABVV zochten een ideologisch evenwicht tussen contestatie en integratie. Het ABVV weigerde in 1971 elke vorm van integratie in het ‘neokapitalisme’ en wilde de omvorming ervan tot een democratische, socialistische maatschappij. Antikapitalistische structuurhervormingen, zoals arbeiderscontrole, socialisatie van de financiële instellingen en van de energiesector en de oprichting van een openbare holding werden sterk in de verf gezet. Het is binnen deze context van contestatie, ideologische verheldering en de uitbreiding van de bevoegdheden van vakbondsafgevaardigden op bedrijfsniveau dat nieuwe opvattingen over het syndicaal vormingswerk terrein wonnen, ook binnen de toenmalige CMB .

Sociologische verbeeldingskracht voor een heldere kijk op mens en samenleving

In dezelfde periode ontwikkelde IG-Metall in Duitsland een benadering van het vormingswerk die dichter aansloot bij de ervaringen op de werkvloer (‘betriebsnahe Bildungsarbeit). Jammer genoeg was er weinig materiaal voorhanden om deze methode in de praktijk te brengen. In 1968 publiceerde de Duitse socioloog Oskar Negt het boek Sociologische verbeeldingskracht en exemplarisch leren. De vorming moet volgens Negt ‘exemplarisch’ zijn, en gericht op de ontwikkeling van ‘sociologische verbeeldingskracht’. Het uitgangspunt van de vorming is niet ‘de leerstof’, maar de situatie van de arbeider zelf. Bij het horen en lezen van het woord ‘leren’ in de formule ‘exemplarisch leren’ heeft men in het vormingswerk nog steeds de neiging om aan de arbeid van de belerende te denken en niet aan de arbeid van de lerende.

Het gaat Negt wel degelijk in de eerste plaats om de activiteit van de lerende zelf. Exemplarisch leren betekent dan dat wij de lerenden de mogelijkheden bieden om aan de hand van voorbeelden zowel een maatschappelijk weten als hun vermogen tot weten te ontwikkelen, waarmee ze strategisch kunnen handelen in maatschappelijke verhoudingen. In de voorbeelden moeten de maatschappelijke conflicten, de ervaringen en de interesses van de lerenden zijn opgenomen en wel zo dat hun associatievermogen ermee aan de slag kan.

Negt ontleende het begrip ‘sociologische verbeeldingskracht’ aan de Amerikaanse socioloog Wright Mills, die aan het begin van de jaren 1960 (jawel) al schreef dat in een informatiemaatschappij het menselijk vermogen om informatie te verwerken overwoekerd wordt. Volgens hem hebben de mensen niet alleen training nodig in het redelijke denken, maar een geestelijk vermogen dat hen zou helpen informatie juist te gebruiken om op die manier een helder totaalbeeld te krijgen van wat er in de wereld omgaat en wat er in henzelf gebeurt. Dat is sociologische verbeeldingskracht. Als vaardigheid gaat het over een wijze van met de wereld kunnen omgaan. Het resultaat van dat vermogen is een gestructureerde kijk op de maatschappelijke werkelijkheid, en van de plaats van het individu daarin.

Ook de politieke filosofe Hannah Arendt, die indringende dingen heeft geschreven over de gewelddadige twintigste eeuw, benadrukte het maatschappelijk belang van de verbeeldingskracht. Ze stelde vast dat de totalitaire regimes het bankroet van onze traditionele maatstaven om maatschappelijke situaties te beoordelen aan het licht hebben gebracht. Om tot een volwaardig politiek en moreel oordeelsvermogen te komen is volgens haar de ontwikkeling van de (sociologische) verbeeldingskracht onontbeerlijk: een vaardigheid die mensen in staat stelt mentaal afstand te nemen van hun eigen ervaringen, de kloof tussen de eigen leefwereld en de gebeurtenissen daarbuiten te overbruggen en zoveel mogelijk standpunten van andere mensen in hun oordeel te betrekken.

Leren als sociaal en individueel proces

Het concept ‘exemplarisch leren en sociologische verbeeldingskracht’ beschouwt leren niet in de eerste plaats als het zich toe-eigenen van kennis, maar als een weg tot individuele en collectieve emancipatie. Leren is hier duidelijk een sociaal proces, en berust op communicatie, uitwisseling van ideeën en inzichten. De deelnemers nemen hun leerproces zelf in handen, ze verwerken zelf kennis, denken na en leren handelen. Volgens deze opvatting is het vormingsproces een poging om het kritisch denken en de emancipatorische actie één te maken.

Op haar best is onze vorming een praktijkgerichte oefenplek, waar we militanten de vaardigheden aanleren om een volwaardige plaats in te nemen in hun syndicale werking, en op die manier tegelijkertijd bij te dragen tot hun zelfontplooiing en de verandering van sociale verhoudingen. In dat (emancipatorisch) kader moeten we blijven inzetten op het ontwikkelen van de sociologische verbeeldingskracht door leerprocessen die deelnemers stimuleren om aan de hand van hun ervaringen een kritische maatschappelijke kijk te ontwikkelen.

Een samenleving gestoeld op sociale onzekerheid

Waarom? Omdat we merken dat de bruggen tussen de privésfeer van mensen en het ‘publieke’ leven steeds verder ontmanteld worden. De vertaling van particuliere bekommernissen naar collectieve kwesties lijkt steeds minder te lukken. En wat er in de publieke sfeer gebeurt beïnvloedt steeds minder de levenskeuzes van mensen. Deze tendens wordt gevoed door de groeiende kloof tussen macht en politiek, die zelf het gevolg is van de toegenomen mobiliteit van het kapitaal en de ongrijpbaarheid van de machtscentra in de geglobaliseerde economie. Sociale onzekerheid is als het ware het basisprincipe van de maatschappelijke organisatie geworden. Niet te verwonderen dat mensen zich concentreren op het zoeken naar individuele oplossingen voor maatschappelijke problemen.

Door het versterken van de sociologische verbeeldingskracht kan vorming een bescheiden steentje bijdragen tot de broodnodige herinrichting van de publieke ruimte, waar individuele opvattingen over het goede leven opnieuw worden omgezet in gedeelde projecten voor het rechtvaardig samen-leven.

Peter Bostyn
Vorming ABVV-Metaal