In gesprek met... Philippe Diepvents.

Elke dag wordt het duidelijker: Er woedt vandaag een politiek gevecht om onze tijd. Een gevecht waarvan de uitkomst zal bepalen wat u en ik, en onze kinderen later, zoal zullen doen op een dag.

We zullen bijvoorbeeld meer zelf zorgtaken moeten opnemen voor onze zieke familieleden en vrienden. Dat zeg niet ik, maar wel Vlaams Minister van Welzijn, Jo Vandeurzen. Zijn boodschap is eigenlijk: Voor een zorgende overheid is er geen geld meer. Die overheid zal enkel nog de zwaarst zorgbehoevenden kunnen opvangen. Vandaag zijn er in Vlaanderen al zo’n 1.000.000 mantelzorgers, mensen die zorgtaken opnemen voor familie, buren, kinderen, vrienden.

Het merendeel van hen (70% van de mantelzorgers tussen 25 en 64 jaar) combineert dat met werken. Bij 42% van hen gaat dat om een voltijdse baan, nog eens 34% werkt minder dan voltijds maar meer dan halftijds (21 tot 37 uren per week). Bijna de helft van de mantelzorgers die betaald werk hebben, zet verder ook gericht vakantiedagen in om tijd te maken voor zorgtaken. Met andere woorden: zorgtaken opnemen neemt voor heel erg veel mensen vandaag al een flinke hap tijd in beslag.

Op een krappe arbeidsmarkt moeten we verder, zo zeggen de specialisten ter zake, meer zelf instaan voor het volgen van opleiding en het op peil houden van onze competenties. Belangrijk, want door de digitalisering verandert wat we moeten kunnen en kennen snel. Dat de verantwoordelijkheid daarvoor meer en meer bij het individu komt te liggen, bleek onlangs uit de nogal gevoelloze reacties van zogenaamde experts op de ontslagen bij Carrefour.

Maar voor Vlaams Minister van Werk Philippe Muyters, volgen we die opleiding beter wat meer buiten de werkuren. Het budget voor betaald educatief verlof wordt bevroren, de mogelijkheden ervan ingeperkt. Met andere woorden is de boodschap: ook de tijd om opleiding te volgen moeten we volgens het beleid zoeken in onze vrije tijd.

Voor de betaalbaarheid van ons pensioen, zo voegt de federale regering daar aan toe, moet een langere, voltijdse, en volledige loopbaan nog meer de norm worden. Periodes waarin men niet werkt, wil men financieel gaan afstraffen. Vul meer van uw beschikbare tijd in met werken, zegt men dus eigenlijk, of je krijgt later de rekening gepresenteerd.

Om in onze dagelijkse behoeften te voorzien, klussen gepensioneerden en werkenden na de uren best ook nog wat bij voor wat #extranetto, drukt Gwendolyn Rutten ons op het hart. Een nieuwe regelgeving rond vrijetijdswerk moet dat mogelijk maken, samen met de reeds bestaande flexijobs.

En laten we niet vergeten om bij tijd en wijl ook wat voor onszelf te zorgen, zeggen de mindfulness experts, zodat we niet worden opgeslokt de statistieken van het RIZIV en in het zwarte gat van de burnout.

Hou ondertussen indien mogelijk ook een oogje in het zeil ten aanzien van mogelijks  geradicaliseerde medeburgers, aub. En vergeet vooral ook niet om al die dingen te blijven doen met hashtag “goesting”.

Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik vind dat allemaal nogal veeleisend. Wanneer gaan we dat allemaal doen? Wat de regerende partijen van ons burgers vragen, is dat niet gewoon onhaalbaar en wereldvreemd? Onze samenleving is al een hele tijd gebaseerd op het fundament van 8 uur werken, 8 uur slapen, 8 uur vrije tijd. Er wordt gezegd dat dat niet meer van deze tijd is, en dat we daaraan moeten sleutelen. De grote evoluties van onze tijd stellen ons inderdaad voor de uitdaging om daarover na te denken. Alleen stoppen opiniemakers en politici al te vaak bij die vaststelling. Over het hoe, krijgen we alleen kleine micro-voorstellen voorgeschoteld die elkaar tegenspreken en die altijd draaien over wat de werknemer of de burger moet doen.

Het wordt tijd dat we ook de grote denkoefening eens aanvatten. Als we onze gezondheid willen vrijwaren valt er aan het aantal uren slaap niet veel te doen. Maar wat met de andere twee?

Ofwel kiezen we voor een model waarin we maximaal ten dienste staan van “de economie”. Aan het werk van mantelzorgers, vrijwilligers, huisvrouwen of –mannen en dergelijke wordt in die logica geen economische waarde gehecht. De logische – en de enige rechtvaardige - consequentie is dan echter dat diegenen naar wie het merendeel van de opbrengst van de economie vloeit ook voldoende afdragen. Het taboe op de bijdragen van werkgevers en van grote vermogens moet dan op de schop, zodat we voldoende kunnen investeren in een sociale zekerheid en een goed werkend overheidsapparaat dat ons, burgers, ontlast en ontzorgt van alle andere eisen die aan ons worden gesteld.

Ofwel kiezen we ervoor dat het individu meer verantwoordelijkheden op zijn schouders neemt rond al die maatschappelijke eisen, die zorgtaken opneemt, opleiding volgt, enzovoort. In dat geval moet de politiek verzekeren dat we allemaal, ook de zwakkeren in onze samenleving, daartoe de tijd en middelen krijgen. Ook dan is een bijdrage van “de economie” onvermijdelijk. Dan zal er nagedacht moeten worden over arbeidsduurvermindering of moet minder werken op een andere manier beloond worden. En ook daar kan de rekening niet alleen aan de werknemer worden gepresenteerd.

Het grote debat zal altijd over een ideologische keuze tussen deze twee pistes gaan, in een of andere vorm. Maar elke keuze heeft consequenties, opdat die ook realistisch en haalbaar zou worden. Hoe dan ook: als we alleen aan de werknemer inspanningen vragen, dan komen we er niet. Doen alsof dat niet zo is, is hetzelfde als doen alsof er meer dan 24 uur zijn in 1 dag.

En tot slot: het meest waardevolle in ieders leven speelt zich meestal af in de vrije tijd. Mogen we nog dromen van een derde keuze, de keuze waarin we welvaart en vooruitgang omzetten in méér van die vrije tijd? Of zouden er mensen zijn die op hun sterfbed denken van “Had ik maar wat harder gewerkt om onze economie competitiever te maken?” Het antwoord op die vraag kent u zelf.

Philippe Diepvents

Directeur studiedienst Vlaams ABVV

Andere blogs van Philippe

De digitale overheid een goed idee?

De toeksomst van werk: vrijheid of blijheid?

Is begeleiden naar werk zinloos?