In gesprek met... Frederic Vanhauwaert

Het voorbije najaar voerden we vanuit de 60 verenigingen waar armen het woord nemen campagne voor een meer betaalbare en beter toegankelijke gezondheidszorg. Niet toevallig, want heel veel mensen in armoede stellen doktersbezoek uit om financiële redenen. Of ze moeten besparen op andere basisbehoeften, zoals energie, om toch naar de dokter te kunnen. Maar besparen op energie en in een vochtig, kil huis de winter doorkomen, is even goed schadelijk voor hun gezondheid. Zo blijven mensen in een vicieuze cirkel ronddraaien.

Onze campagne, Gezondheid verdraagt geen uitstel, bleef niet onopgemerkt, want het debat ging ook verder na 17 oktober, Werelddag van Verzet tegen Armoede. Niet in het minst rond de wijkgezondheidscentra, die nu al ruim een jaar voorwerp zijn van debat nadat minister De Block er de schaar in zette, in afwachting van een doorlichting die wel heel lang op zich laat wachten. Die doorlichting komt er om efficiëntie van de centra te peilen. Lees: ze kosten teveel.

De minister is ondertussen in snelheid gepakt, want het Intermutualistisch Agentschap kwam zelf met een doorlichting naar buiten. Daaruit blijkt andermaal dat wijkgezondheidscentra minstens even kostenefficiënt zijn als klassieke huisartsen en op veel vlakken betere kwaliteit bieden. Geen verrassing, want eerdere doorlichtingen wezen hetzelfde uit.

De vraag naar wijkgezondheidscentra komt steevast bovendrijven bij bevragingen van mensen in armoede die actief zijn in onze verenigingen. Waarom? De financiële drempel valt helemaal weg in het forfaitaire systeem dat zij hanteren. Wijkgezondheidscentra krijgen een vaste vergoeding per maand per patiënt, ongeacht hoeveel die patiënt op consultatie komt. Artsen hebben er dus geen belang bij om het aantal prestaties op te drijven, want het levert hen geen eurocent meer op. Integendeel, investeren wijkgezondheidscentra net veel meer in preventie. Het maakt dat ze in de eerste lijn iets meer kosten dan de klassieke huisarts, maar die meerkost wordt ruimschoots gecompenseerd door besparingen in de tweede lijn. Om een voorbeeld te geven, in wijkgezondheidscentra zullen ze verder kijken dan de puur medische klacht. Bij wie chronisch problemen heeft met de luchtwegen, zal men nagaan hoe de woonsituatie is. Is er vocht in huis? Is er voldoende isolatie? Misschien moet daar eerst aan gewerkt worden. Op het einde van de rit zijn mensen sneller geholpen en worden ze minder vaak (ernstig) ziek. Beter voor de portemonnee van de patiënt én voor die van de ziekteverzekering.

Voor mensen in armoede betekent wel of geen wijkgezondheidscentrum vaak hetzelfde als wel of niet naar de huisarts gaan. Maar daar draait het niet alleen om. Doordat wijkgezondheidscentra ingebed zijn in de buurt, multidisciplinaire zorg leveren (doorgaans is er ook een psycholoog, verpleegkundige, maatschappelijk werker, kinesitherapeut, …) en net daardoor veel meer aan preventie doen, voelen mensen zich beter behandeld, is er meer vertrouwen en kunnen ze duurzamer aan hun gezondheid werken.

Minister De Block had net stappen vooruit gezet, bijvoorbeeld door de derdebetalersregeling automatisch toe te kennen voor patiënten met recht op verhoogde tegemoetkoming. Door de wijkgezondheidscentra nu tegen te werken, zet ze opnieuw grote stappen achteruit. Jammer, want uitstel van doktersbezoek heeft op termijn zeer negatieve gevolgen. Meer kosten (voor patiënt en ziekteverzekering), meer gezondheidsproblemen voor mensen in armoede en uiteindelijk meer financiële problemen voor diezelfde mensen.

Wij kijken uit naar de doorlichting door de minister en hopen dat ze nadien evidence based aan de slag gaat om opnieuw te investeren in wijkgezondheidscentra.

Frederic Vanhauwaert
Algemeen coördinator Netwerk tegen Armoede

Andere blogs van Frederic:

Waarom je voedseloverschotten beter te koop aanbiedt dan ze gratis weg te geven
Investeren in mensen levert meer op dan besparingen
'Verplicht' vrijwilligerswerk: een contradictio in terminis