In gesprek met... Frederic Vanhauwaert.

Vrijwilligerswerk is populair bij de Vlaming. Uit een rapport van de Koning Boudewijnstichting blijkt dat ongeveer 1 op 8 Vlamingen vrijwilligt. Al deze vrijwilligers hebben één ding gemeenschappelijk, namelijk hun onbezoldigde en onvoorwaardelijke inzet. Die onvoorwaardelijkheid komt de laatste tijd meer en meer onder druk te staan. Langdurig werklozen, leefloongerechtigden, asielzoekers en bruggepensioneerden worden, op zijn zachtst gezegd, actief gestimuleerd om te vrijwilligen. Hierdoor komt het onverplichte karakter van vrijwilligerswerk in het gedrang en kan je het eigenlijk géén vrijwilligerswerk meer noemen.

Geen nieuw fenomeen

Het verplichten van vrijwilligerswerk is geen nieuw fenomeen. In de Verenigde staten, Australië en Groot Brittanië is de  ‘workfare’ (werk gekoppeld aan uitkeringen) al langer de normaalste zaak van de wereld. Ook in Nederland sprong men op de kar waarbij mensen die gebruik maken van het recht op een bijstandsuitkering verplicht worden tot vrijwilligerswerk, de zogenaamde tegenprestatie. In Vlaanderen kennen we het principe ook (voor wat, hoort wat of gemeenschapsdienst), maar het neemt veel verschillende vormen aan. Binnen het onderwijs bijvoorbeeld worden studenten verplicht om enkele maanden te vrijwilligen. In het domein van tewerkstelling en sociale economie wordt vrijwilligerswerk gebruikt in het kader van activering. Daarnaast worden leefloongerechtigden actief gestimuleerd door het OCMW om te vrijwilligen i.f.v. sociale of economische redenen. Kortom, het verplichtende karakter van vrijwilligerswerk neemt voortdurend toe, terwijl het eigenlijk al lang niet meer gaat over vrijwilligerswerk. Er is dus met andere woorden nood aan meer duidelijkheid.

Vrijwilligerswerk en activering

Naast een groeiende waardering voor vrijwilligerswerk zien wij ook een andere tendens, namelijk de instrumentalisering ervan door allerlei diensten en organisaties. Vrijwilligerswerk fungeert als een eerste voorbereidende stap richting tewerkstelling, een zinvolle tijdsbesteding voor moeilijkere doelgroepen, een voorwaarde om het leefloon te behouden, enzovoort. Hoewel dit waarschijnlijk vanuit goede bedoelingen  geïmplementeerd wordt, stellen we ons ook ernstige vragen, want hierin schuilen ook heel wat valkuilen.

In de eerste plaats zet het inschakelen van vrijwilligerswerk in een activeringstraject de vrijwilligheid onder druk. Wat zal een uitkeringsgerechtigde doen als hij door de VDAB of het OCMW in het kader van activering wordt uitgenodigd om vrijwilligerswerk te doen? Zal hij weigeren? Dit valt sterk te betwijfelen, zeker in het geval van de meest kwetsbaren. Vaak weegt de activeringsdruk zwaar op de schouders van cliënten, hebben ze onvoldoende informatie en hebben ze angst om hun uitkering te verliezen, waardoor ze een engagement aannemen, terwijl dit eigenlijk niet vrijwillig is.

Daarnaast wordt vrijwilligerswerk steeds meer ingeschakeld als(om)weg naar werk. OCMW, VDAB, … stimuleren vrijwilligerswerk als eerste voorbereidende stap richting tewerkstelling. Soms door beloning (bijvoorbeeld 1 euro extra op uitkering) of soms als voorwaarde (voor een betaalde stage, artikel 60 of opleiding). Dit kan in bepaalde gevallen een eerste stap zijn richting regelmatige inzet, samenwerken, … Dit tast echter de kern van vrijwillige inzet aan, en bovendien is het zeker niet altijd zo dat er betaald werk volgt uit vrijwilligerswerk. In sommige gevallen wordt vrijwilligerswerk zelfs een ongewild eindstation, omdat mensen er in ‘geparkeerd’ worden wegens een tekort aan tewerkstellingsmogelijkheden.

Bijkomend risico is dat vrijwilligerswerk gereduceerd wordt tot onbetaalde arbeid, waardoor het jobs vernietigt. Vrijwilligerswerk bestaat in alle soorten en maten, wat ervoor zorgt dat mensen van allerlei taken kunnen proeven, of ze er nu ervaring mee hebben of niet. Het belangrijkste is dat ze geïnteresseerd zijn en erin kunnen groeien. Dit staat in schril contrast met de inchakeling van vrijwilligers voor onbetaalde arbeid, bijvoorbeeld werklozen inschakelen om een tekort op te vangen in groenonderhoud of sneeuwruimen, of mensen onbetaald ‘stage’ te laten lopen, … Daarnaast worden vrijwilligers soms ingeschakeld voor taken die dan niet meer kunnen ingevuld worden door betaalde (vaak laaggeschoolde) krachten.

Tot slot is vrijwilligerswerk geen vervanging voor een menswaardig inkomen met extralegale voordelen, sociale bescherming, pensioenrechten.. Voor er kan gedacht worden aan vrijwilligerswerk, moeten mensen zich kunnen handhaven met eigen middelen. Bovendien komen er soms onzichtbare kosten kijken bij vrijwilligerswerk, zoals vervoer, iets drinken of eten met collega’s.Voor mensen in armoede heeft vrijwilligerswerk soms een rechtstreekse impact op hun inkomen, bijvoorbeeld de verplichting om vrijwilligerswerk te melden op gevaar van schorsing door de RVA , het niet mogen aanvaarden van maaltijdcheques omdat die worden afgetrokken van de uitkering, enzovoort. Het is belangrijk dat mensen precies worden geïnformeerd over de eventuele kosten en gevolgen van vrijwilligerswerk, en het is belangrijk dat eerst een menswaardig inkomen wordt verzekerd.

Een warm pleidooi

Vrijwilligerswerk kán leiden tot een kortere afstand tot de arbeidsmarkt. Maar hiervoor moet het voldoen aan een aantal voorwaarden:

  • Vrijwilligheid

Heel belangrijk is dat mensen er zelf 100 % vrijwillig voor kiezen. Het vrijwilligerswerk doet dan echt een beroep op het engagement van de vrijwilliger en op zijn krachten en competenties. Dat vraagt een duidelijke en bewuste communicatie aan de vrijwilliger over het vrijwillige karakter, over hun opties, over de impact van hun keuze, … Dat is zowel een opdracht van de organisaties waar men aan de slag gaat, als van mogelijke doorverwijzers zoals de mutualiteiten, VDAB, OCMW, …

  • Op maat

Vrijwilligerswerk moet zinvol worden ingevuld, in samenspraak met de vrijwilliger zelf. Mensen moeten kunnen kiezen welke taak ze opnemen, hoeveel tijd ze aan het vrijwilligerswerk willen spenderen, welke taken ze opnemen, welke verantwoordelijkheden ze willen en kunnen aannemen. Daarbij aansluitend moet het vrijwilligerswerk ook een diversiteit aan mogelijkheden bieden. Het moet ook kansen bieden tot zorgarbeid (zorg dragen voor anderen, voor kinderen, huishoudelijk werk), sociale arbeid (ontmoeting, sociaal netwerk, engagement) en zelfarbeid (ontplooien van talenten, voor jezelf opkomen, investeren in jezelf, ontspannen). Wil vrijwilligerswerk echt een positieve impact hebben, moet er de nodige flexibiliteit zijn om de invulling op geregelde tijdstippen te herbekijken.

  • Waardering en erkenning

Tegelijkertijd dient er verder werk gemaakt te worden van de maatschappelijke erkenning en waardering van vrijwilligerswerk, dit is vandaag nog steeds ondermaats, zeker voor mensen in armoede. Velen zijn actief betrokken bij de samenleving. Ze zijn actief als vrijwilliger in een vereniging of buurthuis, ze voeren diverse taken uit voor vrienden, familie, buren, … Toch wordt dit door de brede samenleving niet altijd opgemerkt, en krijgen ze vooral de boodschap dat ze ‘geactiveerd’ moeten worden of ‘dat is toch het minste wat ze kunnen doen voor een uitkering’.

  • Beschikbaarheid van voldoende inkomen

Of mensen nu werken, vrijwilligerswerk doen, werkzoekend zijn, een leefloon genieten, er moet sowieso een voldoende inkomen zijn om op een menswaardige manier te kunnen leven en zich te kunnen ontplooien. De uitkeringen zijn vandaag niet toereikend. Daardoor zijn heel wat mensen voltijds bezig met hun hoofd boven water te houden. Het ontbreekt hen in die situatie aan de nodige ruimte en energie om nog maar te denken aan maatschappelijke participatie via vrijwilligerswerk, laat staan via werk. Het garanderen van een menswaardig inkomen (minstens boven de Europese armoedegrens), blijft dus een essentieel actiepunt. Bovendien moet erover gewaakt worden dat vrijwilligerswerk het inkomen niet onder grotere druk zet.

  • Groeimogelijkheden

Mensen kunnen altijd groeien, het is weinig respectvol om mensen ergens te ‘parkeren’, ook in een vrijwilligersstatuut. Elementen zoals aandacht hebben voor talenten, kansen bieden om dingen uit te proberen, ruimte voor vallen en opstaan, uitdagingen aanbieden, … kunnen binnen vrijwilligerswerk groei mogelijk maken. Mensen kunnen zelf het best uitmaken op welke vlakken groei mogelijk en zinvol is, en wat het beste tempo daarvoor is.

  • Zorg en begeleiding

Wil men de inspanningen van vrijwilligers waarderen, dan doet men dat ook door de nodige zorg en begeleiding te voorzien voor de vrijwilliger. Iemand simpelweg inzetten als vrijwilliger, zonder oog te hebben voor diens welzijn, noden, verwachtingen, mogelijkheden, … doet geen recht aan de vrijwilliger en zijn inzet. De zorg moet op maat gebeuren. Dat wil zeggen: ook mee bepaald door de betrokkene.

Kortom, vrijwilligerswerk moet in het activeringsdiscours eerder erkend worden als een vrijwillige zinvolle bezigheid, die de weg naar werk niet bemoeilijkt, maar bevordert. We vragen dat vrijwilligerswerk dus niet gepromoot wordt als ‘activeringstool’ maar dat het vrijwilligerswerk op zichzelf erkend wordt, en in haar waarde gelaten wordt.

Frederic Vanhauwaert
Algemeen coördinator Netwerk tegen Armoede

 

Andere blogs van Frederic:

Waarom je voedseloverschotten beter te koop aanbiedt dan ze gratis weg te gevenWaarom je voedseloverschotten beter te koop aanbiedt dan ze gratis weg te geven

Wat als de jinglebells vervlogen zijn?

Investeren in mensen levert meer op dan besparingen