In gesprek met ... Natalie Eggermont.

Terwijl u dit leest, zitten onze wereldleiders voor de 22e keer met de voetjes onder de klimaatonderhandelingstafel geschoven; op de COP22 in Marrakech. Het is al een jaar geleden dat ze zich op de befaamde klimaattop in Parijs engageerden om de opwarming van de aarde te beperken tot 2° - en liefst 1,5° - Celsius.

Intussen sloegen we weer het temperatuurrecord aan diggelen: 2016 werd het warmste jaar ooit gemeten. De temperatuur van de aarde overschreed de symbolische één graad opwarming en we stootten weer net iets meer CO2 uit dan het jaar voordien.

COP van de actie

Hoog tijd om in gang te schieten dus. Na de liters inkt aan mooie beloftes en goede voornemens van de voorbije jaren staan onze wereldleiders nu voor een veel zwaardere opdracht: hun mooie woorden omzetten in daden. Dat is de inzet van de volgende onderhandelingsrondes. De top in Marrakech werd alvast gedoopt tot “COP van de actie”.

Voorlopig is de kloof tussen woord en daad nog enorm. Begin deze maand waarschuwde de Verenigde Naties nog dat we met alle plannen die nu op tafel liggen op weg zijn naar een opwarming van maar liefst 3,4° Celsius. Heel wat meer dan de beoogde 1,5° Celsius!

België hinkt ergens achteraan het rijtje door een totaal gebrek aan visie en ambitie. Terwijl de Duitse regering onlangs besliste om de emissie van broeikasgassen met zowaar 95 procent te doen dalen tegen 2050, hufte en pufte Marghem in de kamer dat de door Europa opgelegde doelstelling van 35 procent reductie tegen 2030 “té zwaar is voor de Belgische realiteit”. Nochtans liggen de alternatieven voor het grijpen en toonden verschillende studies aan dat honderd procent hernieuwbare energie in België tegen 2050 perfect haalbaar is.

COP van Afrika

Naast actie staat in Marrakech ook solidariteit met het Zuiden centraal. Klimaatrechtvaardigheid vereist een herverdeling van de rijkdom, tussen rijk en arm. Ontwikkelingslanden zijn de eerste slachtoffers van de klimaatverandering en dragen er het minst verantwoordelijkheid voor. Tegelijk beschikken ze over minder technologie én geld om er iets aan te doen. Om de weg van duurzame ontwikkeling te kiezen - in plaats van goedkope fossiele brandstoffen - hebben zij financiële steun nodig. De geïndustrialiseerde landen beloofden al in 2009 om tegen 2020 jaarlijks 100 miljard euro vrij te maken om hen bij te staan in hun strijd tegen klimaatverandering. Voorlopig zitten er echter nog niet veel zilverlingen in het speciaal daartoe opgerichte Groen Klimaatfonds: alle beloften opgeteld komen we aan tien miljard dollar en is er geen plan uitgetekend om de beloofde 100 miljard te behalen. Om dat cijfer even in perspectief te plaatsen: de Verenigde Staten gaven in 2014 maar liefst 600 miljard euro aan defensie.

Ons land heeft lang getalmd om zijn duit in het Groen Klimaatfonds te doen. Twee jaar geleden kondigde vicepremier en minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo trots aan dat België vijftig miljoen euro zou bijdragen. Een belofte die in het niets verzinkt bij de miljardenbijdragen van buurlanden als Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Bovendien komt dat bedrag voor vijftig procent uit het budget ontwikkelingssamenwerking, een post waar de regering tussen haakjes al aardig bespaarde. Spijtig genoeg hebben we zelfs die 50 miljoen in 2015 niet gehaald. Terwijl al onze klimaatministers – welgeteld zes exemplaren – in Marrakech onderhandelen over de aalmoezen die we gaan uitdelen aan ontwikkelingslanden kondigde defensie gisteren aan dat we wel twee miljard kunnen vrijmaken voor oorlogsschepen. Kwestie van prioriteiten stellen.

A Green New Deal

Mooie woorden in overvloed dus, maar de actie en centen blijven achterwege. Ondertussen worden vrijhandelsakkoorden afgesloten om de economie aan te zwengelen – u weet wel, jobs, jobs, jobs – en taxen verzonnen om jan-met-de-pet te laten betalen voor de klimaatcrisis. Het kan nochtans anders. Met de juiste politieke keuzes kunnen we én het klimaat redden, de economie uit het slop halen en jobs creëren.

De Londense denktank The New Economics Foundation publiceerde onlangs een rapport getiteld ‘A Green New Deal’ waarin ze oproepen tot grootschalige publieke investeringen, geïnspireerd op Franklin Roosevelts programma om de Verenigde Staten uit de Grote Depressie te slepen. In tijden van crisis, zo stelde Roosevelt, moet de staat de handen uit de mouwen steken en massaal investeren, in plaats van blind te vertrouwen op de vrije markt en de kleine man te belasten. Volgens de auteurs van het rapport is dat voor de drievoudige crisis die we momenteel meemaken – financieel, klimaat en olie – niet anders.

En de cijfers liegen er niet om. De Europese Unie zou de komende vijf jaar meer dan een half miljoen jobs kunnen creëren door 14 procent van haar budget te investeren in hernieuwbare energie, natuurbehoud, duurzame gebouwen en openbaar vervoer. De omschakeling naar 100 procent hernieuwbare energie zou ons land tot 60.000 nieuwe banen opleveren én heel wat geld besparen. Geld dat anders zou wegvloeien naar de invoer van fossiele brandstoffen of het betalen van schade opgelopen door klimaatopwarming.

Onze regeringsleiders, beste vrienden, die kennen die cijfers ook en toch blijven ze kiezen voor business-as-usual. Nu er een klimaatontkenner aan het hoofd van de Verenigde Staten staat, is het meer dan ooit duidelijk dat de huidige politieke elite de wereld niet gaat redden. Anneleen Kenis, co-auteur van de Mythe van de Groene Economie stelde in een interview: “Je kan wel zeggen dat overheden zus of zo moet handelen, maar je hebt verontwaardigde burgers nodig om de overheid aan te zetten tot dergelijke acties.” Dus als we willen dat de vele mooie woorden van de klimaatonderhandelingen worden omgezet in daden, kunnen we niet braafjes zitten wachten tot onze dames en heren klimaatministers het licht zien op de COP30 of de COP40, maar moeten we in gang schieten en hen de weg wijzen.

Time's up, rise up!

Natalie Eggermont
Machinist Climate Express

Natalie Eggermont is auteur van "Climate Express - Sporen van verandering" - een aanrader