In gesprek met ... Saskia De Groof.

Op 6 oktober 2015 verscheen het boek Voorbij het narratief van neergang van Mark Elchardus, resultaat van een onderzoek waarbij zo’n 2.000 jongvolwassenen werden bevraagd over hun verwachtingen, angsten en dromen voor de toekomst. Het onderzoek gebeurde in samenwerking met de Stichting P&V.

Persoonlijke toekomstverwachtingen van jongeren

Jongvolwassenen hebben over het algemeen een duidelijk beeld van wat zij van het leven verwachten, van het soort werk dat ze wensen, de loopbaan die ze voor ogen hebben, het gezinsleven dat ze willen, hoe en in welke omgeving ze willen wonen, ...

Vraagt men jongvolwassenen echter op wie of wat ze rekenen om hun gewenste persoonlijke toekomst te helpen mee vorm te geven, dan vermelden ze vooral zichzelf, hun partner, hun familie en vrienden, en een portie geluk. Aan de politiek wordt nog nauwelijks gedacht om hen te helpen bij het verwezenlijken van hun dromen en het oplossen van hun problemen. Zij hebben blijkbaar vooral individuele en geen collectieve oplossingen voor die problemen en dromen voor ogen (Elchardus, 2015).

Die houding blijkt in de hand te worden gewerkt door een sterk gevoel van persoonlijke verantwoordelijkheid voor het eigen leven, een sterke binding met de partner en de familie op wie gerekend wordt, en het gevoel dat de publieke zaak niet door privébelangen en persoonlijke wensen mag worden belast.

boekcoverelchardusAan die op zich nobele opvattingen zijn echter gevaren verbonden. Ten eerste vormen zij een potentieel draagvlak voor een beleid dat steeds meer verantwoordelijkheden afschuift naar individuen. Persoonlijk succes of persoonlijke problemen worden vandaag gemakkelijk aan persoonlijk presteren of falen toegeschreven. In die visie kan wie er niet in slaagt voor zichzelf een succesvol levenspad uit te bouwen enkel zichzelf iets verwijten en daarom geen aanspraak maken op steun.

Uit onderzoek weten we echter dat de keuzes die mensen maken en de kansen die mensen krijgen, sterk beïnvloed worden door het gezin waarin men opgroeit, de school waar men les volgt, de media die men consumeert, ... en dus sterk afhankelijk zijn van het sociale milieu waaruit men komt.

Ten tweede vormen ze ook een gevaar voor de politiek en de democratie in het algemeen. Deze verliezen hun zin als mensen niet beseffen dat een goede job, een comfortabele woning, een aangename buurt, veilige straten, een goede school voor de kinderen, degelijke zorgen als men ziek wordt,... sterk gebonden zijn aan collectieve voorwaarden, misschien zelfs meer dan aan persoonlijke inzet en verantwoordelijkheid. Of als mensen niet beseffen dat hun persoonlijke problemen en wensen vaak een publieke dimensie hebben die vragen om een collectieve actie om ze ten gronde aan te pakken of realiseren (Elchardus, 2015; Sie Dhian Ho, 2013).

Politieke actie bij jongeren

Uit binnen- en buitenlands onderzoek blijkt steeds weer dat jongeren minder betrokken zijn bij de politiek dan oudere leeftijdsgenoten (zie recent nog in Knack en Le Soir). Ze gaan minder stemmen, ze zijn minder actief in of hebben minder vertrouwen in politieke partijen, vakbonden of zelfs middenveldorganisaties, ze hebben minder politieke kennis, enz. dan oudere leeftijdsgroepen. Deze kloof zou bovendien over de jaren heen toegenomen zijn.

Sommigen suggereren dat jongeren niet minder zijn gaan participeren maar anders. Omwille van grote maatschappelijke ontwikkelingen zoals globalisering, digitalisering, ... zouden jongeren zich meer richten op minder georganiseerde, alternatieve en eenmalige engagementen die beter passen bij hun interesses en drang naar zelfontplooiing (zie LSE, 2013).

Denk bijvoorbeeld aan het boycotten van bepaalde producten, omdat men problemen heeft met het bedrijf, het land of de manier waarop het is gemaakt of aan het steunen van een bepaalde protestactie door deze te ‘liken’ of te ‘sharen’ op Facebook of te steunen via de ondertekening van een online petitie. Of aan (buurt)actiecomités voor welbepaalde probleempunten, de inzet voor volkstuinen of buurtparken op braakliggende terreinen ....

Traditionele vormen van politieke participatie zouden niet meer aangepast zijn aan de huidige maatschappelijke ontwikkelingen waarvan jongeren sneller de gevolgen voelen. Jongeren zouden geen langetermijnengagementen willen aangaan in bureaucratische organisaties met formele regels en hiërarchische structuren, maar zelf willen kiezen wanneer ze zich inzetten voor een goed doel, op welke manieren en voor hoe lang.

Men kan zich vragen stellen bij het (blijvende) effect van dergelijke vormen van alternatieve participatie op de samenleving of de politiek. Internetactivisme of ethisch consumeren, bijvoorbeeld, kunnen gemakkelijk worden genegeerd door beleidsmakers, waardoor deze uiteindelijk enkel een vorm van zelfexpressie worden zonder veel, of althans met een onzekere, impact op het beleid.

Vele vormen van alternatieve participatie gebeuren verder ook op individuele manier. Conventionele politieke participatie is eerder collectief van aard, met burgers uit verschillende lagen van de bevolking die zich organiseren via partijen, vakbonden of middenveldorganisaties, en door deze laatste worden vertegenwoordigd. Dit mediërende effect raakt verloren als politieke participatie een individuele handeling wordt, waardoor de kans reëel is dat bepaalde sociale ongelijkheden vergroten (zie Hooghe & Boonen, 2015).

Andere alternatieve acties lijken dan weer eerder vanuit een negatieve motivatie te vertrekken (‘als de politiek het niet doet, moeten we het zelf maar doen’) en hebben nog niet vaak geleid tot een politieke mobilisatie die op duurzame manier een tegenwicht kan bieden en het verschil maken (zie Sie Dhian Ho, 2013). Deelnemers participeren hier vaak niet aan “omdat zij hierin een nieuwe vorm van democratie ontwaren”, aldus Evelien Tonkens (2014), “maar omdat zij hun geloof in deelname aan de democratie verloren hebben”.

Een aantal auteurs merkt bovendien op dat participatie een cumulatief proces blijkt te zijn waarbij mensen actief in traditionele politiek of organisaties ook meer actief blijken in niet-georganiseerde, eenmalige activiteiten. Onderzoek wees bovendien uit dat hoewel deze alternatieve vormen van participatie bepaalde sociale ongelijkheden lijken te hebben gedicht, voornamelijk wat gender en etnische afkomst betreft, dit niet opgaat voor leeftijd en opleiding/cultureel kapitaal. Jongeren en laagopgeleiden blijken hier niet meer aan te participeren, uitgezonderd misschien een kleine groep hoogopgeleide jongeren (zie Hustinx & Roose, 2015).

Ook offline en online participatie zouden elkaar niet uitsluiten maar eerder aanvullend werken, in die zin dat voornamelijk politiek actieve jongeren het internet beschouwen als een medium om politiek te participeren. Het gros van de jongeren blijkt het internet vooral te gebruiken om met vrienden te communiceren of om informatie te zoeken over amusements- en levensstijlthema’s. Slechts een kleine minderheid maakt gebruik van het internet als politiek medium (zie Siongers et al., 2015).

Niet alleen de meer traditionele vormen lijken dus minder (jongere) participanten aan te trekken, het engagement in meer alternatieve vormen is ook maar zaak van een specifiek deel van de bevolking. Onderzoek laat tegelijkertijd zien dat jongeren wel het belang inzien van (politiek) engagement als kwaliteiten van goed burgerschap (zie Elchardus & Siongers, 2015) en interesse tonen voor de publieke zaak (zie LSE, 2013; Vermeersch, 2016). Het lijkt dan ook niet correct jongeren politiek apathisch of ongeïnteresseerd te noemen. Eerder lijken zij, net als een deel van de volwassen bevolking, vervreemd (geraakt) van de politiek. Weinig jongeren rekenen op de politiek om hun persoonlijke verzuchtingen waar te maken. Dit zou deels kunnen te wijten zijn aan een kloof tussen de conceptuele kaders waarin jongeren hun problemen en wensen formuleren en de kaders die worden aangeboden door de politiek. Deels zou het ook te maken kunnen hebben met een gebrek aan politieke wil om deze vervreemding om te buigen en politieke programma’s aan te bieden die dichter bij de leefwereld en bezorgdheden van jongeren staan (zie Elchardus & Siongers, 2015). “We must not only prepare citizens for politics but also improve politics for citizens”, zo stelde Peter Levine in 2007. Politiek moet opnieuw een middel worden om richting te geven aan het leven en om samen een toekomst te bouwen.


myfutureoursocietyMy Future, Our Society

Met haar nieuwe meerjarenproject (2016-2019) wil de Stichting P&V jongeren en jongvolwassenen ervan bewust proberen te maken dat ze via collectieve actie wel persoonlijke problemen kunnen oplossen of wensen verwezenlijken. Daarnaast hopen we met dit project ook de politieke instellingen in zekere zin responsiever te maken voor de problemen en wensen van jongeren en deze laatsten te verbinden met hun politieke idealen, maatschappijanalyses en politieke programma’s.

Het is echter niet alleen zaak op te roepen voor meer actief burgerschap of collectieve actie, want dan bereik je vooral een beperkte groep mensen die vaak al actief zijn. Jongeren, en nog meer maatschappelijk kwetsbare jongeren, blijken met verschillende hindernissen geconfronteerd te worden die de toegang tot participatie in het publieke leven bemoeilijken. Ze hebben minder het gevoel dat hun engagement ertoe doet (gevoel van politieke doelmatigheid), het ontbreekt hen aan betekenisvolle kansen om te participeren, ze beschikken over minder informatie en vaardigheden om op effectieve wijze te kunnen participeren, ... (Delli Carpini, 2000).

Als Stichting die ijvert tegen de sociale uitsluiting van jongeren, willen we ook oog hebben voor kansengroepen en hun de tools aanreiken, zodat ook zij het belang van collectieve actie voor hun persoonlijke leven kunnen ervaren. De beste manier om dit te bereiken, is wellicht een beroep te doen op professionals van het werkveld (sociale sector, jeugdwerk, scholen ...) die outreachend kunnen werken en mobiliseren, die (organisatie)talent kunnen ontdekken en doen ontluiken, die een intermediaire rol kunnen opnemen (contacten met lokale overheid, wegwijs maken in bureaucratie...), die kunnen bemiddelen bij conflicten... (zie Tonkens, 2014).

Met dit project zouden we dan ook jongeren (tussen 16 en 30 jaar) willen aanzetten om, met de hulp van een intermediaire instantie, gezamenlijk een oplossing te vinden voor een probleem waarmee ze worden geconfronteerd of voor een wens die ze zouden willen realiseren. Dit kan verband houden met intercultureel samenleven, gezondheid, mobiliteit, publieke ruimte, onderwijs, werk enz.

We willen niet beperkend zijn in de keuze van de thematiek, belangrijk is dat deze gedragen wordt door een groep jongeren die hiermee te maken krijgen maar individueel niet de mogelijkheden hebben om dit aan te pakken. Ook belangrijk is dat een dialoog ontstaat tussen de jongerencollectiviteit die zo tot stand wordt gebracht en politieke/publieke instellingen zodanig dat deze laatsten deel van de oplossing zouden kunnen worden.

Tenslotte zijn we op zoek naar projecten die een proces in gang zetten waarbij vanuit de identificatie van problemen en wensen op zoek wordt gegaan naar een collectief opgebouwde uitkomst die een reële impact heeft, geen eenmalige gebeurtenissen. Om dit te ondersteunen voorzien we beurzen tussen 10.000 euro en 50.000 euro.

Geïnteresseerden kunnen nog tot 26 oktober 2016 een projectvoorstel indienen (reglement en formulier te vinden op onze website). Een onafhankelijk leescomité van experts zal vervolgens de 30 projecten selecteren met het meeste potentieel. De vertegenwoordigers van deze projecten zullen worden uitgenodigd op een Expert Day in februari 2016, waarop ze hun project zullen kunnen voorleggen aan experts, workshops zullen kunnen volgen, ... Op basis van de feedback gekregen van experts en andere deelnemers zullen ze hun dossier kunnen verbeteren en vervolledigen.

Een jury zal hieruit dan de laureaten kiezen die op financiële en andere steun zullen kunnen rekenen bij het uitrollen van hun project. De resultaten van heel dit proces en van de uitwerking van de geselecteerde projecten zullen tijdens een slotevent begin 2019 worden voorgesteld aan een ruimer publiek en gespiegeld aan reeds bestaande (buitenlandse) projecten.

De bedoeling is ook een reflectie op gang te brengen over de manieren waarop jongeren en politiek weer aansluiting bij elkaar kunnen vinden en collectieve actie kan gerevitaliseerd worden.

Saskia De Groof
Stichting P&V

Meer informatie?

De Stichting P&V is een initiatief van verzekeringsgroep P&V, een Belgische coöperatieve vennootschap die dateert van 1907 en maatschappelijke verantwoordelijkheid steeds ter harte heeft genomen. Binnen de groep P&V vormt de Stichting P&V sinds 2000 de kern van die maatschappelijke verantwoordelijkheid. De Stichting P&V heeft als missie te strijden tegen sociale uitsluiting van jongeren en te ijveren voor actief burgerschap bij jongeren.

www.foundationpv.be

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

https://www.facebook.com/foundationpv/ 

 

Klik hier voor een beknopte bibliografie.