In gesprek met ... Wim Careel.

Het politieke debat in België focust zich dezer dagen vooral op de begroting. De regering-Michel is opnieuw op zoek naar enkele miljarden om de staatsuitgaven enigszins in overeenstemming te brengen met de inkomsten. Ondertussen is er – nu blijkt dat het eenzijdige besparingsbeleid niet de gewenste vruchten afwerpt – geen enkele politieke partij meer die nog vasthoudt aan een begrotingsevenwicht in 2018. Behalve Open vld dan, maar die partij kraait de laatste tijd wel meer onzinnigheden uit.

In het verlengde van deze begrotingsgesprekken ligt ook de hervorming van de vennootschapsbelasting op tafel. Voor elke syndicalist is dat een dossier om van dichtbij op te volgen. Hoe de vennootschapsbelasting er binnenkort zal uitzien is moeilijk te voorspellen. De minister van Financiën kennende, zullen we er waarschijnlijk niet al te veel fiscale rechtvaardigheid achter moeten zoeken.

Maar de pistes die momenteel op tafel liggen zijn best interessant. Vandaag is het tarief van de vennootschapsbelasting 33,99 procent. Maar in de praktijk betalen bedrijven, omwille van talrijke aftrekposten, veel minder. Vooral het onderscheid tussen grote vennootschappen en kmo’s is hier relevant: kleine ondernemingen betalen vaak de volle pot, terwijl multinationals zelden meer dan 10 procent betalen.

De voorstellen die vandaag circuleren spreken over een tariefverlaging van 33,99 naar 20 procent (vanaf 2020). Op het eerste zicht lijkt dat op een zoveelste cadeau voor de werkgever. Maar in feite betekent dit, om Karel Anthonissen (directeur van de Gentse belastinginspectie) te citeren, “voor de kleintjes een vermindering van 33,99 naar 20 procent, voor de grote bedrijven een verhoging van 0 naar 20 procent”.

Bovendien, en dat is natuurlijk essentieel, zou er drastisch gesnoeid worden in de vele aftrekposten en gunstregimes die bedrijven tot hun beschikking hebben. De notionele intrestaftrek bijvoorbeeld, die de overheid elk jaar drie miljard euro kost, zou afgeschaft worden. Ook de roerende voorheffing op dividenden zou verhoogd worden (van 27 naar 30 procent) en er zou een meerwaardebelasting komen voor wie zijn bedrijf verkoopt. Op die manier zou de hele hervorming budgetneutraal kunnen zijn.

Althans, dat was aanvankelijk toch de bedoeling. Na kritiek van Open vld en het VBO werden de hogere roerende voorheffing en de meerwaardebelasting al van tafel geveegd. En nu gaan ook stemmen op om de notionele intrestaftrek toch in één of andere vorm te behouden.

Op deze manier wordt de herziening van de vennootschapsbelasting gewoon weer een belastingverlaging voor werkgevers en vermogenden. En zal het gat in de begroting wel weer gevuld worden door u en ik ... .

Wim Careel
Vormingswerker ABVV-Metaal

 

Andere blogs van Wim:

Wie de sociale verkiezingen wilt winnen, volgt best vorming bij ABVV-Metaal
Onderteken de petitie en kom op voor een rechtvaardige fiscaliteit
Waarom een mening spuien over de taxshift best gebeurt met kennis van zaken
Maak werk van werkbaar werk
Werkbaar werk niet meer weg te denken van de sociale agenda