In gesprek met ... Frans Biebaut.

De Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) legde het gewaarborgd rendement vast op 3,25 % voor de werkgeversbijdragen en 3,75 % voor de eigen bijdragen. Dat rendement wordt door de verzekeringsmaatschappijen niet gehaald en dus dienden de inrichters (werkgevers of de sector) het tekort voortdurend bij te passen. De verzekeringen verloren klanten en marktaandeel en hingen aan de bel bij de minister van Pensioenen. Minister Bacquelaine gaf gehoor en vroeg aan de sociale partners een voorstel tot herziening van de rendementsgarantie. Dat akkoord kwam er onder een scherpe tijdsdruk tegen half oktober 2015. Zie hier de korte samenvatting van de situatie die heeft geleid tot de wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot de versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen van 18 december 2015.

Een variabele rendementsgarantie (RG)

Vanaf 1 januari 2016 wordt de RG ten laste van de inrichters (werkgevers of Fondsen voor Bestaanszekerheid) voortaan variabel. De hoogte van de RG wordt verkregen door een percentage te nemen van het gemiddeld rendement over 2 jaar van de Belgische OLO’s met een looptijd van 10 jaar.

De percentages werden als volgt vastgelegd:

- Vanaf 2016: 65 %
- Vanaf 2018: 75 %
- Vanaf 2020: 85 %

Er is weliswaar een minimale en een maximale RG, respectievelijk 1,75 % en 3,75 %. M.a.w. de RG kan nooit lager zijn dan 1,75 % en nooit hoger dan 3,75 %.

Waar trekken de werknemers aan het kortste eind?

  • Het rendement van een Belgische OLO op 10 jaar was, is en blijft laag.
  • In 2016 moeten we ons tevreden stellen met een RG van 1,75 %. Dat is de onderste drempel en dat zal ook zo zijn voor de komende jaren. Om boven deze minimumdrempel uit te komen moet het gemiddeld rendement van de OLO – 10 jaar over 24 maanden meer dan 3 % zijn.
  • Een andere adder onder het gras zijn de percentages (65-75-85 %) in het akkoord. De wet voorziet dat de Nationale bank van België (NBB) telkens advies moet geven of het percentage mag toegepast worden. De NBB is nu niet direct de spreekbuis van de Belgische werknemer. Het kan bijgevolg goed zijn dat we in 2020 de RG nog steeds berekenen aan 65 % in plaats van aan 85 %.
  • De werknemer is sowieso altijd de klos: een laag rendement van de OLO resulteert in een lage RG voor je aanvullend pensioen. Een hoog rendement van de OLO geeft een hoge RG voor je aanvullend pensioen, maar dit zal dan ten koste gaan van de schatkist die duurder moet lenen. En wie zegt ‘schatkist’, denkt met deze regering aan besparingen.
  • Als men dan toch een variabele rendementsgarantie wilde, waarom ze dan niet koppelen aan de inflatie?
  • Tot slot, in maart 2016 hebben we op jaarbasis een inflatie 2,24 %. De bijdragen voor je aanvullend pensioen zullen in 2016 opgerent worden met 1,75 %. Je uitgesteld loon vermindert in waarde!

De koppeling van het wettelijk pensioen en het aanvullend pensioen

Het bovengenoemde akkoord van de groep van 10 omvatte ook de intentie om het in de schoot van de Nationale Arbeidsraad (NAR) te hebben over o.m. het tijdstip van de opname van het aanvullende pensioen. Daar wilde de minister van Pensioenen niet op wachten en na een paar werkgroepen werd dit onderdeel van de wet ingeblikt.

Resultaat? De opname van het aanvullend pensioen zal enkel nog kunnen op het moment van de opname van het (vervroegd) wettelijk pensioen.

Er waren tijden dat we enthousiaster waren over het aanvullend pensioen. Toen kaartten we dit bij onze achterban aan als ‘een uitgesteld loon’. De werkgever gaf een goedkope loonsverhoging en de werknemer deed op lange termijn een goede zaak.

Vandaag moet die werkgever naast een pensioenbijdrage nog bijkomend betalen voor een rendementsgarantie. En de werknemer ziet niet alleen zijn uitgesteld loon in waarde verminderen, maar moet er ook veel langer op wachten. De zoveelste contractbreuk op rij op conto van de zittende regering.

Voor uitgebreide informatie over deze wet en haar repercussies voor de werknemers, lees het e-book.

Frans Biebaut
Hoofdadviseur ABVV-Metaal

 

Andere blogs van Frans:

Over een leerkracht in handenstand, een broekventje en het summum van solidariteit

2014, het jaar van de ‘losse eindjes’ van het eenheidsstatuut