In gesprek met ... Meryame Kitir.

Ons sociaal overlegmodel - binnen een bedrijf of tussen sector en overheid - heeft sinds zijn ontstaan na de Tweede Wereldoorlog gigantische successen opgeleverd. De sociale wetten en de sociale zekerheid die eruit zijn voortgevloeid om de welvaartsstaat te vormen die we nu kennen, zijn daar het bewijs van. Maar vandaag staat dat Belgische overlegmodel, waar ze ons in het buitenland voor roemen, om verschillende redenen onder druk.

De laatste 25 jaar heeft de mondialisering van de economie er immers toe geleid dat beslissingsniveaus verschoven zijn. Dat maakt overleg een pak complexer. Want hoe kun je lokaal nog wegen, als het besluit over de koers van een bedrijf al lang genomen is in Duitsland, Frankrijk of de VS? Bovendien maken we onder niet aflatende druk van rechts een paradigmashift mee. In tijden waarin individualisering en de macht van cijfers de bovenhand halen, worden vakbondsmensen afgeschilderd als hinderlijk. “Zij zijn de mannen en vrouwen die de motor van een onderneming doen sputteren eerder dan ze sneller te laten draaien.” Het is een beeld dat rechts maar al te graag ophangt. Het is zelfs zover gekomen dat het van moed getuigt om deel te nemen aan de sociale verkiezingen van volgende maand. Zo beloofde Accent Jobs zijn 800 werknemers een extra dag vakantie en een smartphone, als het gevrijwaard bleef van verkiezingen en een ondernemingsraad. Werknemers waren zelfs bang om een babbeltje te slaan met de vakbonden. 

We kunnen er niet omheen: wie zich verenigt, is al snel verdacht en wordt nog sneller in een hoekje gedrumd. De vraag is dan: waarom altijd die aanvallen? Het antwoord is eenvoudig: een fundamenteel verschil in mening hoe je groei en welvaart verdeelt. De geschiedenis leert ons nochtans dat het sociaal overlegmodel voor een billijkere herverdeling van die groei zorgde. Diezelfde geschiedenis leert ons ook dat het sociaal overlegmodel meer rechten oplevert voor al diegenen die ze niet individueel kunnen afdwingen. En toch ziet rechts haar kans schoon om stap voor stap het pad te effenen voor het model waarvan ze droomt: de economie organiseren ten voordele van weinigen en ten nadele van velen. Maar dan vraag ik oprecht: welke welvaart creëert een economie die met een indexsprong 2,5 miljard bezuinigt, maar tegelijk het vermogen van de 3 % rijksten in België met 78 miljard zag toenemen? Welke welvaart creëert een economie die het toestaat dat die allerrijksten via Panamese constructies domweg geen belastingen betalen in België? Geen sociale welvaart in ieder geval.

Om het samengaan van groei en welzijn voor iédereen ook in de toekomst te verzekeren, blijven vakbonden cruciaal in ons sociale weefsel. Niet het minst om de belangen van werknemers - die de economie doen draaien - te behartigen en te verdedigen. De Universiteit van Greenwich maakt dat zelfs pijnlijk duidelijk in twee eenvoudige grafieken. De ene geeft een significante daling weer van het aantal vakbondsleden in Europa sinds 2000; de tweede meet de negatieve impact daarvan op het loon van de werknemer. Terwijl de Britse werknemer er het meest bekaaid vanaf komt, houdt ons land de schade nog beperkt. Alleen, hoe lang nog?

Om opnieuw sexappeal te verwerven, volstaat verdedigen niet. Er is meer nodig om het rechtse beeld van ‘achterhaald machtsblok’ te counteren. De vakbond van de 21e eeuw moet een moderne en flexibele organisatie zijn. Een organisatie die niet alleen inspeelt op de noden en belangen van werknemers, maar tegelijk hard inzet op een blijvende dialoog met de werkgever. Constructief en samen, open en efficiënt. Het zijn dé sleutelwoorden om vandaag te overtuigen. Dat dat moeilijk is met  een regering die sociale uitgaven als eerste besparingspost beschouwt, is evident. Dat dat nog moeilijker is met een partij die sociaal overleg liever kwijt dan rijk is, staat buiten kijf. Maar het is des te meer reden om vastberaden zij aan zij te staan, om te tonen dat samen écht meer is dan alleen. Die boodschap in de markt zetten de komende weken is noodzakelijk. Niet alleen om het ongelijk van rechts te bewijzen, maar bovenal om werknemers te overtuigen dat vertegenwoordiging in de top van het bedrijf waar ze voor werken, essentieel is. Voor henzelf, voor hun collega’s én voor hun bedrijf. Dat is een kwestie van gezond verstand, democratie en gezamenlijke toekomst.

Meryame Kitir
Kamerfractieleidster sp.a

 

Andere blogs van Meryame:

Stijdbare nieuwjaarsgroet
De lasten op arbeid verlaagd, de lasten op arbeiders verhoogd
Wat hebben werknemers deze regeringen toch misdaan? 
Regering zet warme samenleving in de kou