In gesprek met ... Christophe Busch.

Op deze dagen en plaatsen stond onze wereld even stil. Een gewelddadige breuk voltrok zich en de samenleving zag er steevast iets anders uit de dag erna. We rouwden om de slachtoffers, hun familie en vrienden. We verguisden de daders van dit brutaal en hun (ogenschijnlijk!) zinloze geweld.

Het feit dat ik hier gekende data en plaatsen van terreuraanslagen in het Westen kan geven is ook betekenisvol. Het is onbegonnen werk om de dagen en plaatsen op te lijsten buiten de westerse wereld. Daar gaat het niet meer over enkele aanslagen, maar over somtijds een structurele inbedding van de terreur.

Neen, ons democratisch samenlevingsmodel wordt hier (nog) niet bedreigd door deze aanslagen, maar deze van Syrië, Irak, Nigeria etc wel. De terreur is er aan de macht, slaat op vaste tijdstip toe en zorgt logischerwijs voor een grote migratiebeweging naar veiliger oorden. Maar het grotere geweld ver weg is zelden een boodschap voor het geweld hier dichtbij. En zulk extreem geweld zorgt initieel voor angst en woede. We krimpen ineen of worden heel strijdvaardig. De emoties vloeien door onze samenleving in een zoektocht naar verbondenheid, warmte, menselijkheid, ... . Simultaan met deze zoektocht komt ook de klassieke schuldvraag en de roep tot 'nie wieder'. Dit mag zich nooit meer herhalen, maar iedereen weet dat er aan het bovenstaande lijstje een datum en plaats zal toegevoegd worden. Collectief geweld is cyclisch en onze reactiewijze op het geweld zal het verschil uitmaken.

De breuk na 9/11 was dermate groot dat deze vermoedelijk als een schisma in de geschiedenis van onze (westerse) wereld zal worden aanzien. We kennen een wereld voor en een andere wereld na 9/11. Niet alleen komt dit door de aard en gradatie van het geweld: via vliegtuigen - symbolische plaatsen - duizenden doden. Nog meer, volgens mij, kwam deze ruptuur er door de reactie op het geweld, door de 'War on Terror' die na 9/11 volgde en die achteraf beschouwd een ideale voedingsbodem bleek voor het huidig globale terrorisme.

De reactiewijze op terrorisme kent immers twee modellen: enerzijds het 'war-model' en anderzijds het 'justice-model'. Bij het eerste is militaire vergelding en slagkracht - vaak in een ander land - het antwoord op het terrorisme, het volgt een oorlogslogica. Bij het 'justice-model' gaan we op zoek naar de daders en pakken we het terrorisme aan via onze gekende maatschappelijke structuren en veiligheidsdiensten (politie, justitie en inlichtingen). Het eerste is oorlogschirurgie: bruut, direct en brengt dikwijls gevolgschade met zich mee. Het tweede is microchirurgie, nauwgezet, iets trager en bovenal herbevestigt het de democratische rechtsstaat.

De dag na de aanslagen op onze Europese en Belgische hoofdstad spuien de kranten hun meningen. Opiniemakers, politici, journalisten edm hebben het over de zin en onzin van dit geweld, de bescherming van onze westerse waarden en boetseren daarmee stap voor stap onze beeldvorming, onze angst, onze woede, onze emoties en ons rationeel denken en handelen. Zij die terrorisme bestuderen, weten meestal wat er volgt. "Onze samenleving, onze waarden, onze wijze van leven worden aangevallen! We moeten terugslaan, kost wat kost. Zelfs als we daardoor moeten inboeten op vrijheid, privacy, ..." Zonder het goed te beseffen, verkopen deze stemmen deeltje per deeltje de democratische rechtsstaat met al zijn principes die ons zo waardevol zijn.

Een dergelijke hysterische politieke retoriek is natuurlijk het resultaat van de immense druk tot meer veiligheid of liever zelfs een (onbestaand!) nulrisico. Maar we verliezen hiermee uit het oog dat dit terroristisch geweld niet op zich staat. Deze terroristen weten heel goed dat dit geweld een politiek middel is om een bepaald doel te bereiken. Men pleegt geen geweld omwille van het geweld, maar wel om onze democratische samenleving te ontwrichten. Ze hopen op een verdere wij-zij-dynamiek, op polarisering, op het conflict of op vergelding. Ze weten dat hiermee de voedingsbodem van het extremisme en polarisering niet alleen zal gedijen, maar ook zal groeien. Waarbij ze klaar zullen staan om geradicaliseerden te rekruteren in hun strijd.

Het vergt niet alleen inzicht in de mechanismen die leiden tot dit geweld, maar ook politieke moed en een gedegen langetermijnvisie om te weerstaan aan deze populistische druk. We hebben geen Belgische PATRIOT-act nodig (Providing Appropiate Tool Required to Intercept and Obstruct Terrorism). Een democratische rechtsstaat bescherm je niet door deze zelf te ontmantelen, maar net door meer democratie, meer vrijheid, meer inclusie! Onze rechtsstaat heeft voldoende en adequate tools ter zijner beschikking om deze dreiging aan te pakken en doet dat ook dagdagelijks met veel daadkracht en overtuiging. Dat daarbij fouten zullen gemaakt worden, moeten we maximaal verhinderen, maar zullen we zeker niet kunnen voorkomen.

In deze tijden hebben we staatmanschap nodig dat verstandig reageert op het geweld. Door te focussen op de verbondenheid van zijn bevolking, op efficiënt politie- en inlichtingenwerk, op gedegen rechtspraak en strafuitvoering. Politici die niet onze angsten of nationale debatten voederen over de verschuiving van vrijheid naar veiligheid. In dit licht was de genuanceerde toespraak (justice-model) van onze eerste minister Charles Michel van cruciaal belang en zette de toon. Het stond in schril contrast met de oorlogsretoriek van president Francois Hollande en Manuel Valls na de aanslagen in Parijs.

Michels toespraak deed me denken aan de reactie van eerste minister Jens Stoltenberg op de aanslagen van Anders Breivik in Noorwegen. "The Norwegian response to violence is more democracy, more openness and greater political participation. (...) We have to be very clear to distinguish between extreme views, opinions that it's completely legal, legitimate to have. What is not legitimate is to try to implement these extreme views by using violence." De premier verwoordde heel goed wat ook leefde binnen de Noorse samenleving. De brutale moord op 69 jongens en meisjes op het eiland Utøya en de bomaanslag in Oslo resulteerde niet in een overreactie of polarisatie. De Noren blonken uit in genuanceerdheid, in de afwezigheid van een roep om vergelding.

Deze genuanceerde en humane aanpak lees je in het beklijvende boek One of Us: The Story of Anders Breivik and the Massacre in Norway van Åsne Seierstad. Seierstad ging op zoek naar het verhaal van de dader Anders Breivik en kwam uit op een 'radical loser'. Haarfijn maakt ze het portret van Breivik en wijst ze op de familiale problematiek, zijn seksueel falen, zijn narcisme, zijn cognitieve distorsies, zijn dromen van martelaarschap. Ze vormt deze lone wolf vakkundig om tot een zielig figuur welke alleen maar door het plegen zulke gewelddaden kon betrokken geraken op en aandacht kreeg van de Noorse samenleving. Ze breekt zijn status als dader af en reduceert hem terug tot wat hij is, 'a radical loser'. De titel van haar boek One of Us slaat dan ook niet op hem, maar wel op de verschillende slachtoffers, de jongeren van Utøya of de volwassen in Oslo. Elkeen van deze slachtoffers waren 'één van ons', mensen die stuk voor stuk betrokken en verbonden waren met onze samenleving. Hun bijdrage maakten, betekenis verleenden enz. Seierstad slaagt erin de proporties van onze aandacht terug te normaliseren, de aandacht te verschuiven naar de slachtoffers weg van de radicale losers die alleen op deze wijze nog zin aan hun bestaan konden geven.

In dit licht ben ik hoopvol dat de media nu (na identificatie en familie) ook bericht wie deze mensen zijn die het leven hebben achtergelaten in de luchthaven van Zaventem of in de metro Maelbeek. Dat ze melden wat ze deden, welke relaties ze hadden, wat ze voor ons betekenden en zullen blijven betekenen. They were 'One of Us'.

Christophe Busch
Directeur Kazerne Dossin Mechelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere blogs van Christophe:

Buchenwald, Amsterdam en Parijs: van cumulatieve radicalisering toen tot de aanslagen vandaag