In gesprek met ... Christophe Busch.

Maandagochtend 16 november 2015.

Het is mijn eerste normale werkdag na twee intensieve weken met een studiereis naar Buchenwald, lezingen in Amsterdam en uiteindelijk - gekluisterd aan mijn televisietoestel - met mijn hoofd in Parijs. De gruwelijke aanslagen doen de tijd net dat tikkeltje vertragen. Een probleem dat zojuist nog enige irritatie opwierp, blijkt plotsklaps geen probleem meer te zijn in het licht van dit extremistisch geweld. Met verbijstering kijk ik live naar de ontwikkelingen in de Franse hoofdstad. Vlug stuur ik een sms: 'simultane aanslagen in Parijs, dit wordt een bloedbad!' Een vreemd gevoel van spanning, nieuwsgierigheid en walging beklemt me. Ik denk aan mijn kinderen, aan mijn dierbaren. Zij zijn hier, zij zijn OK.


De stroom van beelden en feiten razen door de ogen en de geest. Gradueel stijgt het aantal dodelijke slachtoffers, gradueel neemt de angst, neemt de ontreddering toe. Raar, want ik wist dat dit ooit stond te gebeuren op Europees grondgebied. De aanslagen in Parijs begin dit jaar, de aanslag op het joods museum van België hebben me reeds een jaar lang ondergedompeld in een wereld van dreigingsanalyses, veiligheidsopleidingen en zeer veel contacten met politie en veiligheidsexperts om te verstaan wat dit voor ons museum betekende. Hoe gaan wij om met die dreiging? Welke maatregelen moeten wij nemen? Op welke dreigingsscenario's moeten wij ons voorbereiden?

Hoe langer, hoe meer ik vernam, opzocht en studeerde over het probleem, hoe meer ik bevestigd kreeg dat dit niets nieuws was. Gewelddadig extremisme, terrorisme is van alle tijden en komt met regelmaat van de klok opnieuw met luide trom jouw samenleving binnengeslopen. Nu is het hier bij ons, maar al enige jaren zagen we het 'aan de overkant'. 200 meisjes ontvoerd door Boko Haram in Nigeria, cyclisch geweld in het Midden-Oosten en reeksen van extremistische aanslagen overal in de wereld. Collectief geweld (oorlog, genocide, terrorisme, ...) is van alle tijden en alle plaatsen, weet ik. Maar het afstandelijk bestuderen van het geweld en het geweld voelen naderen in je eigen omgeving toont aan dat dit vandaag de dag slechts een heel kleine kloof is.

Wat leren we hier nu uit? Hoe moeten we met zoveel studie, expertise en ervaring in het geweld omgaan? Welke lessen trekken we uit een geschiedenis van de mensheid die doorspekt is met episoden van geweld? Het waren deze vragen die me samen met museummedewerkers, gidsen en onderwijsmensen op studiereis naar het voormalige concentratiekamp Buchenwald in Weimar brachten. We waren op zoek naar hoe Duitsland met zijn extremistisch naziverleden omging, hoe zij dit vertaalden naar een leerpotentieel voor vandaag. We zagen en bespraken hoe er zich een proces van cumulatieve radicalisering (Hans Mommsen) had voltrokken in deze samenleving, welke voedingsbodem er was tijdens de economische en politieke crisis na de Eerste Wereldoorlog. Hoe het fascisme daar bij de bevolking handig op inspeelde door een nieuw en groots project. Een project dat opnieuw zingeving, richting en voornamelijk verbondenheid voorzag. Een nieuwe Volksgemeinschaft, een nieuw duizendjarig rijk. We zagen een project dat radicaler was dan voorheen en hoe het stapje voor stapje doorgroeide tot een extremistisch monster dat enkele jaren later zijn samenleving in een ongebreidelde destructie zou meenemen. Ik zag de gelijkenis tussen de wijze waarop het nazisme gebruik maakte van de (toen) nieuwe media en wat vandaag verspreid wordt via de sociale media. De polariserende inhoud is dikwijls eeuwenoud, maar de verpakking en de ‘vermarkting’ naar bevolking toe is vernuftig en heel doeltreffend. Het gaat niet over een meningsverschil of conflict, maar wel een fundamentele ideologie en een groots nieuw (staats)project dat inspeelt op gevoelens van frustratie, de nood tot zingeving en broederschap, gebruikmakend van de meest nieuwe mediakanalen om dit project te verspreiden.

De cumulatieve radicalisering van toen lijkt verdacht veel op deze van vandaag. Heel leerrijk was voor mij de omgang met dit verleden of hoe een herinneringscultuur steeds ten dienste staat van het huidige referentiekader. Het DDR-monument 'voor de slachtoffers van het fascisme' in Buchenwald spreekt boekdelen. Hier wordt via een monumentale (en totale) architectuur de geschiedenis van deze plaats gehanteerd in een communistisch discours van de staat. Het doet ons reflecteren over hoe wij ons museum voorstellen vandaag, welke waarden wij willen uitbrengen en hoezeer dit mogelijks kan veranderen in de toekomst als ons referentiekader fundamenteel gewijzigd is. Geschiedenis is gelaagd en deze lagen worden gebruikt en soms misbruikt voor andere doelen. Herinneringseducatie is dan ook een werk van evenwichten en voortdurende kritische reflectie over wat onze boodschap in deze snel veranderende samenleving moet zijn.

Mijn week in Buchenwald heeft me meer aan het denken gebracht over onze omgang met ons verleden, over de lagen van de geschiedenis en de voortdurende herinterpretatie ervan. Of over hoe we ons verleden zien door een bril van het heden.

Het was ook deze koppeling tussen toen en nu die me enkele dagen later in Amsterdam bracht. Ik was uitgenodigd door de Amsterdamse politie om een lezing te geven waar ik de inzichten uit het domein van genocidestudies koppelde aan deze binnen het domein van terrorismestudies. Door me te focussen op de mechanismen van het collectieve geweld poog ik radicaliseringsprocessen helder te krijgen en na te gaan welke voedingsbodem er was/is en welke (f)actoren ook vandaag ons parten spelen. Immers, als we het geweld willen verslaan, moeten we begrijpen waar het vandaan komt! Hoe mensen in staat zijn tot zulk geweld, welke paden worden afgelegd en hoe het komt dat sommigen op het einde van dit pad enkel nog het gebruik van extreem geweld als enige mogelijke oplossing zien.

Na mijn academisch discours volgden drie verpletterende getuigenissen. De organisatoren van de Pearls of Policing conferentie omtrent radicalisering hadden drie stemmen uit de moslimgemeenschap gevraagd hun verhaal, hun respectvolle maar vooral keiharde kritiek mee te geven aan dit select groepje van internationale politiedirecteurs. Een Nederlandse jongeman getuigde over zijn bekering als moslim en wat dat betekende voor zijn positie in de westerse samenleving, een moslima getuigde over haar zusje welke zonder duidelijke signalen niet naar de Belgische Ardennen was vertrokken, maar als kersverse jihadi-bruid belde uit Syrië om het gezin op de hoogte te brengen over haar aankomst in het land van haar dromen. De dag eindigde met het pakkende verhaal van een moslim vader wiens zoon vertrok naar Syrië om te strijden en daarbij omkwam. De nachtmerrie van elke vader, moeder, broer of zus. De man getuigde van vader tot vaders. Niet tot politiemensen, maar tot mensen die weten wat het is om een kind te hebben.

De getuigenissen waren verpletterend in hun emotieve kracht, authenticiteit en oproep tot actie en een betere (politionele) aanpak. Maar veel belangrijker voor mij was het onderliggende probleem van segregatie, van onbegrip, van het gevoel een tweederangsburger te zijn in onze westerse samenleving. Ik schrompelde als blanke westerling ineen na zo een gedegen inzicht te krijgen in de gepolariseerde leefwereld van deze Nederlanders, deze westerlingen welke niet begrepen werden en welke steevast als die 'anderen' worden aanzien in onze eigen democratische samenleving. Ik bedankte de jongedame voor haar moedige en emotionele getuigenis in dit niet evidente gezelschap. 'Geen enkele studie kan menselijk zo goed verwoorden wat de essentie is van het probleem,' zei ik tegen haar. In mijn drie uur durende terugtocht naar huis dacht ik verder na hoe onze geschiedenis en kennis van het extremisme in te zetten in een beter SAMEN-leven, in een beter begrip tussen de gemeenschappen, in tout court een grotere verbondenheid.

Een dag later ontploft het drukvat in Parijs. Een (in ons ogen) zinloos geweld ontneemt ons niet alleen tientallen vaders, moeders en kinderen maar ook ons gevoel van veiligheid, ons geloof in de goedheid van de mens, ons vertrouwen in dialoog en verbondenheid. Angst slaat toe voor wat nog gaat komen, voor wat deze reeks van aanslagen betekent voor onze samenleving. De zware woorden worden niet geschuwd en hoewel ik de oorlogsverklaringen emotioneel begrijp, besef ik heel goed dat het verleden (9/11) ons hier reeds gebracht heeft. We weten dat angst een slechte raadgever is, we weten verdomd goed dat de terroristen net deze angst hanteren om tot een verdere polarisering te komen. Om voor hen te bewijzen dat het Westen slecht is, dat het Westen hen niet accepteert enz. Minuten na de eerste aanslag wordt de koppeling gemaakt met de huidige vluchtelingencrisis. De aanslagen fungeren als waakvlam die de brander van polarisering aanvuurt. 'De grenzen moeten dicht, onze democratische samenleving staat op het spel', spuien de sociale media. Gelukkig ook tegenstemmen die aangeven dat het net voor dit geweld is dat deze mensen op de vlucht zijn. Mijn maatschappelijke opdracht was duidelijk, maar wordt nu ook heel acuut.

Ik herinner me hoe de Duitse bevolking reageerde in 1933 na de (door nazi's georchestreerde) aanslag op de Reichstag in Berlijn, ik herinner me hoe de VS reageerden na de aanslagen van 9/11. Ik vrees voor een gelijkaardig patroon in Europa. Ik vrees een reactie gevoed door angst en roep tot vergelding. Ik vrees de eigen graduele uitholling van onze democratische grondrechten en westerse normen en waarden. Ik vrees antisemitisme, ik vrees islamofobie, ik vrees een spiegelradicalisering bij extreemrechts. Ik vrees onze eigen reactie op dit geweld.

Ondertussen zie ik op de sociale media tekenen van hoop, van moed, van verbondenheid en dialoog. Voor de concertzaal in Parijs heeft men een piano geplaatst en iemand speelt Imagine van John Lennon. Het herinnert me aan een andere video eerder dit jaar. Een gelijkaardige muzikant speelt op een piano midden in de verwoeste straten van Aleppo. Muziek brengt soelaas, kan uitdrukken wat woorden niet kunnen in zulke situaties van extreme vernietiging. Niet de angst mag ons leiden in deze tijden, maar wel de verbeeldingskracht dat we dit in broederschap met alle mensen gaan aanpakken. Verbeelding - IMAGINE!

Christophe Busch
Directeur Kazerne Dossin in Mechelen

Een pianist covert Imagine van John Lennon in Parijs.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Coldplay covert Imagine van John Lennon als eerbetoon aan de slachtoffers van het terreurgeweld in Parijs.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Onze M@gMetal-reporters maakten voor de vorige editie van ons digitaal magazine een knappe videoreportage over Kazerne Dossin. Herbekijk dit hier!