Het slotartikel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bevat geen nieuw recht en toch is het cruciaal. Samen met artikels 28 en 29 werd het geschreven en ontworpen als een soort dak dat de hele structuur van de Universele Verklaring samenhoudt en beschut.

Artikel 30 bepaalt dat niets uit de Verklaring zo mag worden uitgelegd dat iemand er het recht kan uit putten om een van de rechten of vrijheden van anderen te vernietigen. 

Het is een reminder dat de mensenrechten er voor iedereen zijn – universeel dus – en ook van iedereen. Niemand kan ze van iemand anders afnemen. Uiteraard zijn er beperkingen mogelijk, zoals voorzien in artikel 29, maar die maken deel uit van het kader.

Tezelfdertijd is het korte artikel doordrongen van de idee dat mensenrechten niet ‘een beetje’ van toepassing kunnen zijn en er onderling geen hiërarchie kan zijn tussen rechten. Mensenrechten verdragen geen cherry picking. In latere teksten zou vaak terugkomen dat mensenrechten universeel, ondeelbaar, onderling afhankelijk en verbonden zijn. Dat is ook doorheen de hele Verklaring geweven en wordt in artikel 30 het meest expliciet.

Zoals jammer genoeg met nogal wat artikels van de Verklaring staat de theorie in schrijnend contrast met de toepassing. Wat betekent bijvoorbeeld de vrijheid uit artikel 3 als je, zoals Serikzhan Bilash in Kazachstan, er je vrijheid van meningsuiting (artikel 19) moet voor opgeven? Om vrij te komen na maanden detentie moest hij beloven geen campagnes rond mensenrechten in de Oeigoerse autonome regio Xingjiang meer te voeren.

Het is maar één van de vele voorbeelden. Erg veel mensenrechtenproblemen vandaag hebben te maken met artikel 30. We leven in een tijd waar verschillen op de spits worden gedreven en vaak aanleiding geven tot ontmenselijking, uitsluiting en mensenrechtenschendingen.

Ontmenselijking en demonisering als politiek wervingsmiddel worden doorheen de hele wereld gebruikt en jammer genoeg met succes.


Ontmenselijking en demonisering als politiek wervingsmiddel worden doorheen de hele wereld gebruikt en jammer genoeg met succes. Dat lijkt vaker en explicieter te gebeuren dan voorheen. Eén van de letterlijkste voorbeelden vind je in de Filippijnen. Daar noemde president Duterte drugsgebruikers ‘demonen’ die moeten worden uitgeroeid. Bovendien worden hele – vooral arme – bevolkingsgroepen als schuldigen van die drugsepidemie gezien. Het leidde er tot duizenden buitengerechtelijke executies en bandeloos geweld. Voor Duterte gelden de mensenrechten niet voor deze ‘demonen’. Voor ons en voor de Universele Verklaring uiteraard wel.

Met het laatste artikel van de Verklaring knopen we terug aan bij het begin van de tekst. In de preambule staat onder meer als vertrekpunt dat de “terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen.” Dit en de hele verklaring werd overeengekomen in 1948 – kort na het einde van de tweede wereldoorlog en het onnoemelijk leed dat daarin werd aangericht - niet in het minste tegen joden en anderen die als ‘minder’ werden gezien. 

In de 70 jaar sinds het aannemen van de Verklaring is er een stevige basis gelegd om ons te verzetten tegen het idee dat een bepaald iemand of een bepaalde groep minder rechten heeft omwille van wie ze zijn of wat ze denken. Dat moet ons vandaag hoop en kracht geven om de basisgedachte van vrijheid en gelijkheid voor iedereen, het kompas te maken voor politiek en samenleving.

 

Over Wies De Graeve

Y18 2906 ABVV Metaal Universele verklaring van de mens bloggers 400x400px 015

 

Wies De Graeve is directeur van Amnesty International Vlaanderen. Hij volgt internationale en Belgische mensenrechtenkwesties, maakt ze zichtbaar en zet zo mee regeringen en bedrijven onder druk. Zijn pas verschenen boek Het recht om mens te zijn is een vurige ode aan de mensenrechten. Aan de hand van 7 thema’s toont hij aan hoe de mensenrechten levens veranderen.