Recent ontmoette ik Moses. Moses Akatugba werd in 2005 als 16-jarige scholier in Nigeria gearresteerd op verdenking van het stelen van telefoons. Hij was op terugweg van school en was naar eigen zeggen “op het juiste moment op de verkeerde plaats”. Hij ontkende de diefstal maar werd door de politie gefolterd om te bekennen.


Agenten sloegen hem en hingen hem urenlang aan zijn armen op tijdens ondervragingen. Zelfs zijn nagels werden uitgetrokken. Uiteindelijk bekende hij en op basis daarvan werd hij ter dood veroordeeld. Na 10 jaar in de dodencel slaagden we er met Amnesty International in om hem in 2015 vrij te krijgen.

Het was heel bijzonder om Moses nu bij de start van onze jaarlijkse Schrijfmarathon-campagne te ontmoeten. Als het ware uit de dood terug gekeerd, is hij vandaag klaar om verder te studeren en zijn leven opnieuw op te bouwen. Maar hij draagt – letterlijk – de littekens van foltering, een van de meest grove mensenrechtenschendingen.

Jammer genoeg is het verhaal van Moses geen alleenstaand geval. Foltering is het toebrengen van ernstige lichamelijke of geestelijke pijn, door of in opdracht van de overheid, met als doel een bekentenis te krijgen of angst aan te jagen. En dat komt nog al te vaak voor.

Nochtans stelt Artikel 5 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: “Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.” Dat verbod is in het internationaal recht stevig verankerd. Er bestaat sinds 1984 zelfs een specifiek verdrag van de Verenigde Naties tegen foltering.

Het verbod op foltering is bovendien absoluut: geen enkel staatsbelang en geen enkele omstandigheid kan een overtreding hiervan rechtvaardigen. Dat is voor niet veel mensenrechten het geval. Heel wat rechten kunnen onder specifieke voorwaarden ingeperkt worden, bijvoorbeeld het recht op vrijheid van meningsuiting als iemand rechtstreeks oproept tot geweld. Maar voor foltering is er dus geen enkele uitzondering mogelijk.

Soms hoor je dan wel eens van die ‘Wat als?’ vragen. Wat als je 100 levens kunt redden door de terrorist met de bom te folteren? Los van het feit dat dit eerder uit een televisieserie lijkt weggeplukt dan uit de realiteit, is informatie die onder foltering wordt verkregen zeer onbetrouwbaar. En dan nog: de onmenselijkheid van foltering maakt dat er vanuit moreel én juridisch oogpunt geen uitzonderingen mogelijk zijn

In de strijd tegen foltering is het belangrijk dat er een zero tolerance is voor dergelijk gedrag binnen politie- en ordediensten. Foltering mag in geen geval onbestraft blijven. Anderzijds is ook preventie belangrijk: duidelijke gedragsregels voor de veiligheidsdiensten en voldoende opleiding en training.

Sinds het anti-folterverdrag van 1984 zijn grote stappen vooruit gezet in de strijd tegen foltering. In meer en meer landen is het een niet langer aanvaarde praktijk en het bewustzijn is gegroeid. Maar het verhaal van Moses en vele anderen toont dat de aandacht niet mag verslappen. Foltering is een ultieme vorm van onmenselijkheid. En niemand zou met die onmenselijkheid mogen geconfronteerd worden.

 

Over Wies De Graeve

Y18 2906 ABVV Metaal Universele verklaring van de mens bloggers 400x400px 015

 

Wies De Graeve is directeur van Amnesty International Vlaanderen. Hij volgt internationale en Belgische mensenrechtenkwesties, maakt ze zichtbaar en zet zo mee regeringen en bedrijven onder druk. Zijn pas verschenen boek Het recht om mens te zijn is een vurige ode aan de mensenrechten. Aan de hand van 7 thema’s toont hij aan hoe de mensenrechten levens veranderen.